Hotlanta

How are you doing today?

Die vraag hoort bij de standaard-begroeting van de Amerikaan. Je hoort het honderden keren per dag: in het hotel, in de bus, in het olympisch dorp. In het antwoord is niemand geïnteresseerd. Dus heeft het in Atlanta geen zin om te zeggen dat het helemaal niet goed gaat.

Voor velen is de Olympische Spelen een kwelling. De organisatie rammelt aan alle kanten. Vooral het vervoer is erbarmelijk slecht geregeld. Bussen komen te laat of rijden helemaal niet, de metro, Marta genaamd, loopt regelmatig vast door de enorme drukte.

Voor de massa die de Olympische Spelen wil meebeleven, is het geen probleem dat ze zich slechts voetje voor voetje kan voortbewegen, maar deelnemers, officials en journalisten worden er gek van. Hockeyarbiter Peter van Reth moest zaterdag een taxi nemen anders was hij te laat gekomen voor de wedstrijd die hij floot. Een Canadese schermer arriveerde met de officiële shuttlebus van de organisatie pas tien minuten voor zijn partij in de hal en verloor kansloos. De Oostenrijkse judoka Eric Krieger moest zaterdag een uur wachten op een ambulance nadat hij een hersenschudding had opgelopen.

Het zijn slechts een paar voorbeelden van het haperende vervoersschema. Een Amerikaanse journalist vergeleek de problemen die hij had om na de openingsceremonie bij het Olympisch Stadion weg te komen met de moeilijkheden die hij ondervond om na de Vietnam-oorlog Saigon te verlaten.

De tienduizenden vrijwilligers in Atlanta lopen inmiddels ook met chagrijnige gezichten rond omdat ze voortdurend met boze mensen te maken krijgen en geen oplossing voor hun klachten weten. Ze zijn slecht voorbereid op hun taak. Honderden van die arme vrijwilligers zijn al gefrusteerd naar huis vertrokken omdat ze te veel moesten werken, slecht of weinig te eten kregen en hun onkostenvergoeding niet ontvingen.

Toch kan je zelfs hier in Atlanta weleens ergens té vroeg zijn. Dat overkwam wereldkampioen judo Khakhaleichvili. Hij meldde zich in de hal terwijl de weging in het olympisch dorp plaatsvond. Daarom mocht de Georgiër niet meer meedoen.

    • Hans Klippus