Hockeysters nog altijd op zoek naar de vaste patronen

ATLANTA, 22 JULI. De Nederlandse hockeysters hebben in Atlanta al weer twee wedstrijden achter de rug. Twee keer dezelfde uitslag, 1-1. Maar tussen beide resultaten zit een wereld van verschil. Bondscoach Tom van 't Hek was na de openingswedstrijd tegen de VS blij en opgelucht.

Een dag later, afgelopen nacht Nederlandse tijd, was hij na het duel tegen Groot-Brittannië somber en teleurgesteld. “Het leek of de ploeg totaal blokkeerde.”

Van 't Hek is er de man niet naar zijn gevoelens te verbergen. Dus toonde hij in Atlanta zijn bezorgdheid over de toekomst van zijn team. Hij werd twee jaar geleden als bondscoach aangesteld om te proberen het diep gezonken Nederlandse vrouwenhockey terug te brengen aan de wereldtop. Van 't Hek, gisteravond: “Als blijkt dat dat niet lukt, moet ik daar consequenties aan verbinden. Misschien ligt hier wel de grens. Of misschien kan iemand anders wel meer uit deze groep halen.”

Dat is klare taal. Het komt er op neer dat Van 't Hek na Atlanta zelf zal opstappen als hij ontevreden is over de olympische prestaties. De kans dat de hockeybond hem wegstuurt, is zeer klein. Want wie moet het dan gaan doen? Er zijn niet zo veel kandidaten. En ook Roelant Oltmans, nu bij de mannen op de bank, kreeg problemen met de vrouwen. Onder hem werden ze vier jaar geleden slechts zesde op de Olympische Spelen.

Maar Van 't Hek is er ook de man niet naar om door te gaan als hij niet voldoende progressie ziet in zijn werk. Na het duel tegen het gastland stelde hij nog verheugd dat “de vrijblijvenheid” uit de ploeg was verdwenen. Na het gemodder tegen de Britse vrouwen moest hij constateren dat dat met “de wisselvalligheid” nog niet het geval was. “We hebben nog steeds niet bewezen dat we een aantal wedstrijden achter elkaar goed kunnen spelen.”

Het is de coach aan te zien dat het hem elke keer zeer teleurstelt en ook wel verrast als zijn ploeg een soort vrije val maakt. “Het lijkt dan wel of er een deken over het elftal valt. Ze durven dan niet hun normale dingen te doen, hun man te passeren.”Hij weet ook niet precies waar het aan ligt. Of hij weet het wel, maar zegt het niet. Van 't Hek moet toch ook al lang hebben gezien dat Oranje in slechte tijden één of meer speelsters mist die de ploeg kunnen opstuwen. Carole Thate, de beste Nederlandse tot nu toe, heeft in alle opzichten de capaciteiten om de leidersrol op zich te nemen, maar zij is na een langdurig studieverblijf in de Verenigde Staten pas sinds kort weer terug in de nationale ploeg. Ze zegt veel te hebben opgepikt van de Amerikaanse sportmentaliteit. Die bestaat onder meer uit het blijven vechten voor en vooral het blijven geloven in een goed resultaat, juist als het allemaal minder draait.

Dat bleek duidelijk tijdens het openingstreffen. Nederland overspeelde toen bij vlagen de Amerikaansen, maar kon dat niet in de stand uitdrukken omdat er liefst negen strafcorners onbenut bleven. Toen de Oranjeploeg zeven minuten voor tijd door een fraaie goal van Ellen Kuipers toch nog een voorsprong nam, leken de punten binnen. Het gastland gaf echter niet op en kwam amper twee minuten voor einde via een geslaagde strafcorner alsnog op gelijke hoogte.

Van 't Hek baalde van die gelijkmaker, maar was begrijpelijk verheugd over het getoonde spel. Daarom was het ook zo ontluisterend voor hem dat zijn ploeg tegen Groot-Brittannië, dat de eerste wedstrijd met 5-0 van Zuid-Korea had verloren, onherkenbaar was. Er werd slecht, onsamenhangend hockey gespeeld. Nederland kwam wel weer voor, via zo waar een benutte strafcorner - Jeannette Lewin tikte de rebound in het doel. Een strafbal bracht de tegenstander echter op 1-1 en zo bleef het. “En met dat gelijkspel mogen we nog heel blij zijn. Het is volstrekt onverdiend”, aldus Van 't Hek.

De bondscoach is een optimist. Daarom gelooft hij er ondanks zijn sombere bui in dat het allemaal nog wel goed komt. Want hij weet hoe goed zijn ploeg kan spelen. En dan is Nederland zeker een kandidaat voor een medaille, een bronzen, want vooral Australië en Zuid-Korea lijken te sterk. Van 't Hek: “We bekijken het van punt tot punt en we hebben er nu twee.”

Door twee fraaie treffers won de Nederlandse mannenhockeyploeg gisteren zijn eerste wedstrijd in Atlanta met 2-0 van Maleisië. Marc Delissen (hoog in de korte hoek) en Leo Klein Gebbink (backhand) scoorden in de eerste helft. Daar bleef het bij. Na afloop vond aanvoerder Delissen dat Nederland “Duits had gespeeld”. Daarmee doelde hij op het feit dat de ploeg zich niet al te zeer inspande en toch won. Vier jaar geleden in Barcelona werd dezelfde tegenstander nog met 6-0 verslagen.

“De eerste wedstrijd is altijd moeilijk, vooral om negen uur 's ochtends”, oordeelde bondscoach Roelant Oltmans. Twee andere kandidaten voor de olympische medailles kwamen hun eerste wedstrijd niet zonder kleerscheuren door. Australië speelde 1-1 tegen Zuid-Afrika en titelhouder Duitsland verloor met 1-0 van Spanje.