ging een rilling door de massa vrouwen

De kekste en vermakelijkste modewinkels van Milaan zitten tegenover elkaar in de Via Santo Spirito, de een heet Gulp! en de ander Scratch. Op de brede stoepen flaneren elegant geklede vrouwen van onbestemde leeftijd. Ze lopen te telefoneren, roken koket een filtersigaret of babbelen met hun dochters die dezelfde magere botersoort gebruiken. Bij de Via Monte Napoleone stond ik die middag te dromen voor een etalage vol kanariegele beha's toen de politie de straat afzette.

Opeens waren er honderd in het zwart geklede anorexiameisjes, drooggetrainde moeders in modieuze ensembles en vervaarlijk uitziende persfotografen met een trosje camera's om de nek en een draadloze telefoon in een holster om de schouder. Natuurlijk hadden ze allemaal een scooter en natuurlijk ook een zwarte zonnebril. Voor de ingang van Star Point & Co posteerde zich een handvol menselijke kleerkasten met hagelwitte T-shirts en zwart, glimmend, achterovergekamd haar. De vrouwen snaterden, de kleerkasten stonden te ginnegappen en stoer te wezen.

De spanning steeg. Na een kwartier begon ik van de weeromstuit het Wilhelmus te neuriën, een veeg teken. Op het moment dat ik besloot me weer in het mode-inferno te verliezen ging er een rilling door de massa. Het gekwebbel kreeg nu een hysterische toon. De vrouwen groeiden, werden opeens enkele centimeters groter, middelbare en jeugdige nekken werden gestrekt, billen werden samengeknepen, tepels verstijfden, spitse tongetjes flitsten over gestifte lippen. De ademhaling van het meisje dat naast me stond versnelde, ik zag dat haar neusvleugels trilden en dat haar mond half open stond. Een hitsige aanblik. Eindelijk naderde het collectieve objet du désir, vooralsnog verborgen in een zwarte limousine die werd geflankeerd door hollende kleerkasten. Het grote duwen begon, iedereen elleboogde naar voren. Bedwelmd door de zinnenprikkelende mengeling van parfum en deodorant liet ik me meevoeren. Zo wil ik sterven, realiseerde ik me, besmeurd door lippenstift en gemutileerd door stilettohakken (Pasolini!), geen hemelse muziek maar orgiastisch gekreun en gekrijs. Niet in een ziekenhuisbed of aan een burgermans hartklap; laat staan aan een gebroken hart.

Liever word ik vertrappeld en bepoteld door extatische vrouwdieren op jacht naar bevrediging aan mijn willig lichaam...

In het busje naar het vliegveld vroeg ik een tv-journaliste of zij toevallig wist wie de beroemdheid was die voor consternatie had gezorgd. Enthousiast beschreef ik zijn postuur en zijn stevige kontje en zijn edel profiel, de slaapkamerogen en de tot woelen uitnodigende krullen. Zijn beschaafde maar ongetwijfeld prijzige kleding. Roemde zijn dunne, wrede lippen en zijn curieuze neus. Prees zijn présence, zijn magnetische uitstraling, en verzon iets prikkelends over nekhaartjes. En nee, hij had geen vriendin of zo bij zich. Mijn hevige doodsverlangen transformeerde ik in lof, dusdanig dat zij zuchtte en op haar stoel heen en weer begon te schuiven. Jawel, ook zij had de verbijsterend gele lingerie gezien, en de snoezige zwart/wit mantelpakjes bij Kookaï, de krokodillentassen en schoenen bij Sebastian in de Via Borgospesso, de schitterende zijden jurk en de etalage met plastic schoeisel in suikerzoete tinten. “Maar vertel, hoe is hij nou, in het echt? Gôh, heb jij werkelijk Richard Gere gezien?”

    • Peter Yvon de Vries