Geweld saboteert interventie in Burundi

NAIROBI, 22 JULI. Door in toenemende mate grote bloedbaden aan te richten hopen de extremisten in Burundi - zowel van de zijde van de Hutu's als van de Tutsi's - plannen te torpederen om Afrikaanse vredestroepen te sturen. “Beide zijden willen de absolute macht verkrijgen ten koste van onschuldige burgers”, zei een Afrikaanse diplomataat dit weekeinde.

“Deze hebzucht maakt de kans op slagen van Nyerere's vredesplannen uiterst klein.” De voormalige Tanzaniaanse president Julius Nyerere ontwierp de plannen voor een Afrikaanse interventiemacht en bemiddelt in de burgeroorlog.

Sinds de aankondiging, vorige maand, op een regionale topconferentie in Arusha in Tanzania van plannen voor een interventie hebben de posities van de strijdende partijen in Burundi zich verhard. Het aanrichten van bloedbaden en de daarop volgende verheviging van de cyclus van geweld is een bewuste politiek om aanhangers te radicaliseren. Hutu-rebellen en Hutu-milities en het door Tutsi's overheerste leger en Tutsi-milities zijn alle schuldig aan grove schendingen van de mensenrechten die een gevolg zijn van deze militair-politieke tactiek.

Het regeringsleger raakt steeds meer in het defensief. In een wanhopige poging het tij te keren in de noordoostelijke provincie Cibitoke gingen Burundische regeringssoldaten vorige maand, met hulp van hun Tutsi-collega's in het Rwandese leger, in het offensief tegen Hutu-rebellen. Duizenden Hutu-burgers sloegen op de vlucht en vele honderden werden gedood. In hun zuiveringsacties tegen Hutu's zijn de Burundische autoriteiten met behulp van hun Rwandese collega's inmiddels ook een actie begonnen de laatste Rwandese Hutu-vluchtelingen Burundi uit te jagen. Het Burundische leger ziet de Hutu-vluchtelingen als een potentiële recruten voor de Burundische rebellen.

In het centrale gedeelte van het land rond Gitega doodden regeringssoldaten en Tutsi-milities vorige maand talrijke Hutu-burgers bij militaire acties. Een reactie van de Hutu-rebellen kon niet uitblijven. In het noordoosten vielen zij bij Teza eerder deze maand een theeplantage aan vermoordden bijna honderd Tutsi-burgers. De ware toedracht van het bloedbad zaterdagochtend bij Bugendana in de nabijheid van Gitega is nog onduidelijk. De gewapende afdeling van de grootste Hutu-rebellenbeweging, De Raad voor de Verdediging van de Democratie (CNDD), zegt dat haar strijders bij Bugendana militaire posities aanvielen waarna regeringssoldaten en Tutsi-milities burgers gingen doden. Wie er ook schuldig mogen zijn aan dit laatste bloedbad, wraak was het hoofdmotief van de moordenaars.

Radicale Tutsi-politici in Bujumbura (gematigde stemmen vallen nauwelijks meer te horen tussen de oorlogskreten in de hoofdstad) gebruiken de bloedbaden in Teza en Bugendana om met demonstraties en ophitsende redevoeringen hun aanhangers te mobiliseren tegen de komst van een buitenlandse vredesmacht. Het legeroffensief in Cibitoke toont de Hutu-rebellen dat er met het 'moorddadige' regeringsleger niet te praten valt en dat alleen een militaire overwinning nog vrede kan brengen. Bloedbaden aangericht onder onschuldige Tutsi-burgers, zal de Hutu-strijders en hun sympathisanten niet van mening doen veranderen. In hun visie van het conflict zijn de Hutu's al jarenlang het slachtoffers van de onderdrukking door Tutsi's.

De bloedbaden helpen niet alleen bij de radicalisering en mobilisatie van de achterban, ze maken tevens Afrikaanse vredestroepen huiverig om te interveniëren. Kenia heeft inmiddels al aangekondigd zijn vingers niet te willen branden in Burundi en zal geen troepen leveren. Als gevolg van de toegenomen strijd verklaarden Nyerere en de belangrijke Amerikaanse onderhandelaar Howard Wolpe vorige week dat er eerst een bestand van kracht moet zijn voordat er troepen worden gestuurd. Door deze nieuwe voorwaarde is de kans op een spoedig ingrijpen in Burundi opnieuw afgenomen want het regeringsleger weigert hardnekkig ieder overleg met de rebellen. De Hutu-opstandelingen verzetten zich evenals het regeringsleger tegen de komst van buitenlandse troepen. Door het opvoeren van de strijd - en in Burundi betekent dat bloedbaden - slagen zij er tot nu toe in buitenlandse vredesstichters op afstand te houden.