Feest van de lach

Het ene familiefeest is nog niet afgelopen of het andere is al begonnen. De Denen in de berm van de Franse wegen zijn nog niet uitgezwaaid of de Amerikanen in de arena's van Atlanta reageren als gillende keukenmeiden op de grootste sportgebeurtenis van deze eeuw. Sport schijnt een feest te zijn. En als het dat niet is, dan wordt er wel een feest van gemaakt.

Het feest van de verbroedering worden de Olympische Spelen genoemd. Maar is het niet eerder het feest van de hypocrisie? Want waar mensen tegen elkaar ten strijde trekken, kan moeilijk sprake zijn van een vreedzame sfeer. Voor mensen die graag verbroederen moeten vrediger gelegenheden te vinden zijn: ontmoetingen waar uitsluitend vriendschap telt. Maar onder de olympische aureolen raken mensen onder invloed van het geloof dat de sportarena een vrijplaats is voor naijver.

De dans om het gouden kalf kent vele vormen en vele krijgers. Liefst zoveel mogelijk vormen en zoveel mogelijk krijgers. Iedereen zou aanwezig moeten zijn en zou op zijn eigen manier moeten kunnen dansen. Zoals de stichter van de Moderne Spelen, Pierre de Coubertin, het gewild schijnt te hebben. Deelnemen is belangrijker dan winnen, zo heeft baron De Coubertin zijn welzijnsproject eens verdedigd. Het is een adagium dat dezer dagen te pas en te onpas wordt aangewend. Natuurlijk wil iedere sporter graag deelnemen aan de Olympische Spelen. Maar eenmaal beneveld door de rook van het olympisch vuur blijkt deelnemen van secundair belang. Dan telt slechts het overwinnen, in hedendaags spraakgebruik de jacht op goud genoemd. Want een overwinning zou tot glorie en gelukzaligheid kunnen leiden - al is het maar voor een moment.

Lachende gezichten van zwaaiende jonge mensen in feestelijke kledij tijdens de openingsceremonie wekken de indruk dat het daadwerkelijk om een feest gaat. Wie niet lacht of zwaait is naar de spirituele maatstaf van deze tijd gedoemd tot verlies, ziekte en misschien wel tot sterven. Het is waar: lachen werkt aanstekelijk. Maar in de staat Georgia waar volgens Amnesty International zeker 110 mensen wachten om geëlektrocuteerd te worden, lijken de gezichten te lachen op bevel van de commercie. Kijk naar de autoriteiten en zie de machtswellust als een laserstraal dwars door hun grijns heen uit hun ogen prikken. De dragers van de vrolijke maskers beseffen het niet, maar een lach die belachelijk is, is een debacle.

Eenmaal bevrijd van hun maskers staan hun gezichten grimmig van strijdlust. Het vuur van de olympische vlam zet aan tot verbetenheid. Wie niet wint voor zichzelf, wint voor zijn volk. Vroeger, toen de Koude Oorlog woedde, werden medaillestanden tot graadmeters verheven om de mate van welstand in de betreffende kampen aan te geven. Nu Oost en West volgens min of meer gelijke ideologieën proberen te leven zou een ranglijst van het veroverde eremetaal voor niemand nog iets zinnigs te betekenen hebben. Maar de eerste olympische onderdelen zijn nog niet afgerond of de ranglijst fungeert al als blikvanger.

Het is inderdaad aandoenlijk dat de Belgische afvaardiging al twee gouden medailles en een bronzen heeft behaald en de Nederlandse nog geen enkele. Maar is het relevant? Waarschijnlijk alleen voor degenen die de Spelen aanzien voor een spiegel van 's lands welstand. Voor hen zijn de Spelen geen feest van verbroedering en dient gestreden worden tot de laatste snik. Maar dan wel tot de snik die uitbarst op het hoogste podium, onder de geluidsgolven van het nationale volkslied en op vrome afstand van de nationale vlag. Het feest van de lach is slechts een familiefeest wanneer een van de eigen familie wint.