Elke 20 km tanken, snacken en benen strekken

Het vertrouwde wegrestaurant langs de Nederlandse snelweg moet strijden om een bestaan. Op de weg regeert de 'moment-consument', die steeds vaker het restaurant voorbij rijdt en zijn heil zoekt bij het pompstation. Restaurateurs boren nieuwe markten aan, anders is het “einde oefening”. Van snelbuffet tot dorpspomp. Wie schrikt terug voor een dagje uit langs de snelweg?

Het is even na zessen zaterdagavond, Nederland schuift aan tafel. Zo niet in het AC-restaurant aan de drukke A16 ter hoogte van Hendrik Ido Ambacht. In de buffetterie staat personeel gebogen over een kruiswoordpuzzel. De eetzaal met plaats voor 150 'kwaliteitgenieters' is uitgestorven. Alleen de familie Aartsen uit Alkmaar doet zich tegoed aan een bord babi katjang. Het tikken van hun bestek overstemt het muzikaal behang.

“Ik wil frites.” De jongste dochter Samantha (8) wijst op een McDonald's aan de overkant van de loopbrug. “Het is stom hier” jengelt ook haar broer Marco (13). “Die meneren kijken de hele tijd naar ons.” Het personeel schiet spoorslags de keuken in. Moeder Aartsen is onverbiddelijk. “Papa wil rust, hè mannie”, vraagt ze. “Hij moet nog helemaal naar Spanje rijden. Bovendien kunnen we hier fatsoenlijk onze korte broek vast aantrekken.”

Directeur F.J. Visser van AC (18 wegrestaurants en 5 snelweghotels) zucht. 'Hendrik Ido Ambacht' kampt met lastige concurrentie. De drivethru aan de overkant is geliefd, weet hij, net als pompstations die ballen gehakt en verse croissants verkopen en die sinds juni ook in kant- en klaarmaaltijden doen omdat de nieuwe Winkeltijdenwet dat toestaat. “De moment-consument regeert op de snelweg. Met rieten zitjes begin je weinig tegen de 24-uurs-economie. We komen met een Texaans-Mexicaanse kaart, dat wil de klant. Anders is het einde oefening.”

Raststätte Nederland is in last. Het wegrestaurant aan de Nederlandse snelweg strijdt om een bestaan. Als we niet aan de weg timmeren, wordt 1996 een 'rampjaar', schrijven de wegrestaurateurs, verenigd in de Stichting Les Routiers Européens en de Federatie Wegverzorgende Horecabedrijven (FWH). Voornaamste steen des aanstoots: “broodroof” door tankstations.

De 273 benzinestations aan de snelweg zouden volgens een laatste inventarisatie voor meer dan 125 miljoen gulden verkopen aan drank en etenswaren. Dat is de helft van de geschatte omzet van de 95 bij het Bedrijfsschap Horeca geregistreerde wegrestaurants. En de pompbediende zal nog meer tosti's met koffie gaan verkopen, verwachten de wegrestauranthouders. Want tankstations mogen hun horecaomzet verhogen tot de helft van hun totale omzet - gemiddeld drie keer zoveel als van een wegrestaurant. Een Shell-pomp bij Den Haag heeft Albert Heijn al binnengehaald.

Oneerlijke concurrentie, vinden de wegrestaurants. Als pompstations eten en drinken verkopen, dan willen wij benzine verkopen. Maar snelwegbeheerder Rijkswaterstaat piekert daar niet over. “Daarmee is prioriteit nummer één: veiligheid op de weg niet gediend”, zegt beleidsmedewerker G. van Kekem. Geen land ter wereld telt zoveel gelegenheden per kilometer snelweg als het kleine Nederland, weet hij. “We streven naar elke 40 kilometer een wegrestaurant en elke 20 kilometer een tankstation. We zien nog geen reden van dat beleid af te wijken. Ook de consument is tevreden met de voorzieningen. Alleen wc en telefoon worden af en toe gemist, bleek ons uit een enquête.”

Feit is dat weggebruikers de met lepel en vork aangeduide restaurants aan het snelwegasfalt vaker voorbij jakkeren, terwijl ze steeds meer kilometers rijden (39,9 miljard in 1994). Ze wijken uit naar pompstations, daar kunnen ze 'tanken, snacken en de benen strekken'. Of ze verkiezen een restaurant verder in het achterland dat vaak goedkoper is, omdat dure erfpacht plus aanleg van een waterzuiveringsinstallatie niet doorberekend worden in de prijs van een kop soep. Per slot van rekening is de Nederlandse polder een als landschap vermomd schaakbord. Toekans of de twintig meter hoge Golden Arches van McDonald's zijn uit de verte net zo herkenbaar als een kerktoren.

Intussen boren wegrestaurateurs nieuwe markten aan. De 25 'weggebonden' restaurants op de 2.180 kilometer snelweg en een veelvoud aan uitspanningen aan op- en afritten naast de snelweg proberen hun blikken beschaving te doorbreken. Wie schrikt terug voor een dagje uit langs de snelweg? De gedateerde formule van snelbuffet met Olvarit- en hondenmenu, kinderbios, zalenverhuur, babyroom en wekservice voor chauffeurs wordt uitgebreid met succesvolle toeristische arrangementen. Een tuinenkijkdag; een fietstrip langs wegrestaurants; een bruidssuite met gratis bubbelbad; een juniorclub; of een 'Vitaalkuur met etherische oliën en thalassobehandeling in hydrotherapeutisch massagebad'.

Aan de familie Jordens, twee vijftigers uit Nieuwendijk, is die 'nieuwerwetse poespas' niet besteed. “Geldverspilling.” In een potdichte auto met uitzicht op struikgewas peuzelen ze op een parkeerplaats van een weghotel aan de A27 bij Meerkerk hun hamburger op, net als de andere bezoekers van de drivethru even verderop.

Zij: “In het hotel is het eten ons te duur. En Gerrit vindt de dunne frietjes zo lekker.”

Hij: “We doen dit elke week als we naar onze dochter in Utrecht gaan. Eigenlijk moet je etend rijden. Maar stilstaan in de auto is veel gezelliger.”

Zij: “Dan is er aandacht voor de maaltijd. En er is zoveel te zien hier. Mensen die haast hebben, leuke gezinnetjes.”

Wegrestaurants in landelijke gebieden zoeken hun heil ook bij bewoners uit de regio in de hoop dat het restaurant uitgroeit tot dorpspomp. Het wegrestaurant bij Zurich aan de kop van de Afsluitdijk heeft er een speciale bedrijfsleider voor aangesteld. Hij is van plan ruimte te verhuren voor exposities en cursussen, want de zaal voor 150 man staat te vaak leeg. Het motel aan de A67 bij Asten begon partijtjes voor de omgeving, variërend van een avond 'Vetkuiven en Paardestaartjes'(“100 procent aftrekbaar als het een pr-functie heeft”), tot een Artiestengala en een Second Honeymoon Party (“doe nog een keer of het jullie trouwdag is en kom in trouwpak bij ons feestvieren”).

Vanavond viert Asten Vlaamse kolderavond. Twee Belgen rennen heen en weer over het toneel voor 200 man publiek. De zaal lacht, eet, slempt. Maar twee Engelse vrachtwagenchauffeurs, die overnachten op de door politie bewaakte truckstop van het motel, worden bij de ingang staande gehouden door een waarzegster in Middeleeuws aandoend gewaad. “No truckers, no beers.'t Is vol. De gasten hebben gereserveerd en vooraf betaald.” Stomverbaasd druipt Cliff Elgie met zijn maat af. Rare Hollanders. Elders in Europa zijn wegrestaurants in de eerste plaats bestemd voor chauffeurs. Elgie klimt de cabine van zijn truck in en rijdt de laadklep van zijn wagen tegen die van zijn maat aan. Dan sluit hij de gordijnen en legt hij een honkbalknuppel naast zich neer. “Want Polen jatten de wielen onder je kont vandaan.”

Chauffeurs weigeren zal uitbaatster C. Vonk van De Goudreinet aan de A15 in Kesteren niet snel doen. “Die hebben me groot gemaakt. ” In vijftien jaar tijd zette ze met haar echtgenoot acht wegrestaurants op. Bovendien: “Chauffeurs vormen de sociale controle: je belangrijkste wapen tegen groeiende criminaliteit. Echt waar, het is hier soms net Wild-West.” De betrekkelijke anonimiteit langs de snelweg nodigt uit tot dubieuze praktijken, de camera's en nachtelijke politiepatrouilles ten spijt. Mensen die illegaal afval dumpen. Helers die met een auto vol geluidsboxen komen aanrijden en hun waren willen slijten aan de gasten. En niet te vergeten: overvallen, drugsdealers en criminele afrekeningen.

Na tien jaar wonen aan de snelweg is Vonk blij dat ze verhuisd is. Het werd haar, eerlijk is eerlijk, “te unheimisch”. Laatst stapten een man en een vrouw binnen die met pistool op het parkeerterrein zaken hadden gedaan. Ze wilden een kop koffie, die ze “natuurlijk” kregen. “Want bel je de politie, slaan ze volgende week mijn tent in elkaar.” En vorige week een man in pak met een hooggehakte meid. Vonk: “De man zei: 'Dit is voor jou'. Hij gooide briefjes van 100 Duitse mark over tafel. Het meisje weigerde. Uit woede smeet hij toen een plastic tas met 4 ton Duitse mark de zaak door. De vrachtwagenchauffeurs hebben hem tot bedaren gebracht. Ze hebben dan niet veel geld in de kontzak, maar je weet meestal wel wat je aan ze hebt.”

De eerste officiële snelwegrestaurants dateren van 1958 en waren speciaal bestemd voor vrachtwagenchauffeurs. Het waren Van Kekem aan Rijksweg 16 en De Lucht aan Rijksweg 26. Uit veiligheidsoverwegingen had Rijkswaterstaat zulke uitspanningen altijd geweigerd. Maar toen truckchauffeurs massaal hun vrachtwagen op de vluchtstrook parkeerden om te slapen of op hun dooie akkertje naar het dichtstbijzijnde restaurant te sjouwen, werd dat standpunt herzien.

Van Kekem zag zich eind jaren zestig genoodzaakt de deuren te sluiten. Zijn in 1966 geopende automatiek kwam twintig jaar te vroeg, de klandizie reed voorbij. Maar wegrestaurant De Lucht bestaat nog. Uitbater J. Boot: “We waren een gemoedelijke tent met serveersters die lolletjes maakten en een baas met wie de chauffeur vooraf afsprak hoe laat-ie 's nachts kwam. Dan werd de deur open gezet en een verse uitsmijter met koffie klaargezet. Dat is nu anders, we zijn 24 uur open. De ladingen bouwvakkers op weg naar Amsterdam zien we niet meer, die vonden werk in de buurt. Doordeweeks is de helft van de bezoekers zakenverkeer, de andere helft privé. Op vrijdag zijn er veel bussen, vaak met gehandicapten. Vroeger waren die weggemetseld in de bossen, nu gaan ze naar het naakstrand.”

Hoewel Rijkswaterstaat eind jaren zestig elke doelgroep zijn eigen restaurant toedacht, de toeristen hun motels, de chauffeurs hun truckstop, is anno 1996 de scheiding praktisch verdwenen.

Toegegeven: Postiljon richt zich vooral op de sjiekere weggebruiker en Van der Valk is nummer één voor gezinnen die “voor een dubbeltje geld op zoek zijn naar een kwartje sfeer”. Maar het eigentijdse wegrestaurant moet berekend zijn op alle publiek, zoals het in april geopende Routiers Delft aan de A13. Het beschikt over een 'roadrunner' voor 80 truckers en vertegenwoordigers, vergaderzalen en voor 220 toeristen een à la carte restaurant waar gedekte tafels het stalen keurslijf van een zelfbedieningsrestaurant doen vergeten. Maar of hij nog deze eeuw winst zal maken, betwijfelt directeur L.H.M. Kokshoorn. De 'tent' heeft hem 5,5 miljoen gulden gekost, waarvan een miljoen op ging aan “kostbare nutsvoorzieningen” “En potdomme, dan nog doen de automobilisten hun impulsaankopen bij de pomp en komen ze alleen bij mij om te plassen. Ik heb een half miljoen gasten nodig, ik duim dat ik het haal.”

Even verderop, op parkeerplaats Den Ruygen Hoek aan de A4 bij Schiphol, ruikt het naar spaghetti bolognese - het op een gasbrander bereide avondmaal van een dozijn Poolse chauffeurs die niets moeten hebben van de 'dure' Nederlandse wegrestaurants. In een hoekje van de berm roept een Marokkaanse familie Allah aan. Naast een picknicktafel lopen gabbers zich warm voor een avondje housen met Grootmeester Flits. “Ziek in me kop”, dreunt het. “Gek in mijn hofie.”

Alleen Hans (25), een werkloze schilder uit Mijdrecht, loopt het brugrestaurant binnen. “Even de Arctic 2000 proberen, want die piekt zo vaak.” Met een noodgang sjeest hij naar de speelautomaat, voorbij meneer en mevrouw Bakker (“we zijn levensgenieters”) uit Roelofarendsveen die koffie met gebak gebruiken. Elke week komen ze, liefst met de kleinkinderen, want die kunnen er zo fijn hollen.

Zij: “De auto's razen onder je voorbij. Dat is een sensatie”

Hij: “Al die mensen. Die zie je niet bij ons op 't dorp.”

Zij: “En je spreekt nog eens iemand. Die man uit Amsterdam, God hoe heet-ie ook al weer, hij is nu dood. Elke dag was-ie d'r, eerst met de auto, later met de bus. Hij kwam 's middags om een uur of twee en ging pas 's avonds weer weg als hij gegeten had.

Hij: “Thuis had hij niemand.”

Zij: “Ja, 't was misschien uit eenzaamheid. Maar ik zeg je: zijn leven eindigde mooi. Want hier kende iedereen hem.”

    • Wubby Luyendijk