Eerste tranen voor Seriese; Oranje begint in mineur aan medaillejacht

ATLANTA, 22 JULI. Zaterdagochtend om klokslag negen uur barst in Atlanta de strijd om de olympische medailles in alle hevigheid los en om tien voor tien heeft judoka Angelique Seriese haar kans op goud verspeeld. “Wat! Nu al”, roept staatssecretaris Erica Terpstra verschrikt op de tribune bij het hockey.

“Jezus, wat vervelend.” Ze schreeuwt meteen de teleurstelling weg en moedigt de Nederlandse hockeysters aan. “Kom op, Holland”, schalt het door het stadion.

Terpstra opent haar Olympische Spelen bij het hockey, de kroonprins en premier Kok kiezen voor het volleybal. Maar ze hebben allen voor later een uitstapje naar de judozaal gepland. Om Angelique Seriese goud, het eerste Nederlandse goud, te zien winnen. De huldiging van de kampioene is ook al gepland, 's avonds om half elf in het Holland House.

Dat hoeft dus allemaal niet meer. NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen, ook bij het hockey, is aangeslagen. “Ik denk dat ik er maar mee ophoud. Op zo'n eerste dag moet je als land scoren. Anders kan het weleens een lijdensweg worden.” Hij kiest die eerste ochtend noodgedwongen voor een koerswijziging. “Hoe laat zwemt Pieter van den Hoogenband in de serie?”

Een paar kilometer verderop zegt Seriese in het Georgia World Congress Center dat ze wist dat iedereen van haar een gouden medaille verwachtte. Ze vond dat als regerend wereld- en Europees kampioene ook wel logisch. “Maar dat heeft geen invloed op me gehad, denk ik”, zegt ze met enige twijfel in haar stem. Haar broer en grote toeverlaat Harry schudt zijn hoofd. “Het koppie was goed.”

Ze had geen slechtere loting kunnen hebben. Seriese moest beginnen tegen de taaie Duitse Johanna Hagn. De twee kennen elkaar door en door. Bij het afgelopen EK stonden ze nog tegenover elkaar in de finale en toen won Seriese moeizaam op beslissing. “Hagn is altijd heel goed in het ontregelen van Angelique's pakhandelingen”, zegt expert Harry Seriese. Dat blijkt nu ook weer. Seriese graait en graait, maar krijgt geen vat op het Duitse beton. Ze wordt bestraft voor passiviteit, Hagn ook, maar als het Seriese vlak voor het einde van de vier minuten weer gebeurt, betekent dat het definitieve verlies. “Jammer dat het op deze manier moet gebeuren”, zegt broer Harry. “Je kan beter een doodgooi krijgen.”

Seriese ziet even later haar mogelijke kans op een troostprijs, de bronzen medaille, vervagen als Hagn van de Chineze Sun verliest. Want dat betekent dat de Nederlandse judoka niet in de herkansing mag judoën. Haar Olympische Spelen hebben maar vier minuten geduurd. En wie had dat verwacht? Seriese zelf zeker niet en daarom barst ze tijdens de partij tussen Hagn en Sun in tranen uit en daarna na een tv-interview weer. Snikkend hangt ze over een hek. Zelden heeft ze haar emoties zo openlijk getoond. “We zoeken wel weer ergens een strohalm”, zegt haar broer, ook met natte ogen.

De klap komt extra hard aan omdat Seriese haar hele leven in het teken van judo heeft gesteld. Ze is nergens anders in geïnteresseerd. “Dat is maar goed ook, want dat zou me alleen maar afleiden”, zei ze voor vertrek naar Atlanta. Ze leek er toen helemaal klaar voor. Na haar uitschakeling zegt Seriese dat ze in het begin van het jaar heeft “lopen klooien”. Ze sukkelde met blessures. “Maar ik wil niet zeggen dat dat de oorzaak is. Ik had ook van Hagn kunnen winnen. Het kan je dag zijn of niet. Het was dus blijkbaar mijn dag niet. Ik heb gedaan wat ik kon.”

Een dag later zit Seriese alweer met fototoestel op de tribune in de judohal. Ze ziet landgenoot Ben Sonnemans de strijd om één van de twee bronzen medailles verliezen. Ook nu zijn er tranen in het Nederlandse kamp. Erica Terpstra slaat haar arm om Sonnemans heen en brengt hem naar de kleedkamer. Kom op jongen, ik heb toch van je genoten. “Het is een goede troost”, zegt Sonnemans als over de emoties heen is. “Ik vind het geweldig als iemand met zo'n hoge positie begaan is met de sport en je tegen de boezem drukt.” Met elkaar verwerken de Nederlanders in Atlanta de tegenvallende olympische start. De zwemmers doen het verdienstelijk, maar vallen net buiten de medailles. Na de eerste twee dagen staat Oranje dus nog op nul. België heeft, om maar eens een ander land te noemen, al drie medailles waarvan twee gouden.

    • Hans Klippus