Drie ritzeges verbloemen gebrek aan ronderenners

Drie Nederlandse ritzeges in de Tour de France. Sinds 1990 was de nationale wielertop niet meer zo succesvol. De keerzijde is al even opvallend. Zes jaar geleden werd Erik Breukink derde, dit jaar is Michael Boogerd de beste Nederlander met een 31ste plaats.

PARIJS, 22 JULI. De rancune was de afgelopen weken van de gezichten af te lezen. Met een spottende grijns lachten de Nederlandse renners in hun vuistje. Had de publieke opinie niet geoordeeld dat het zo slecht ging met de Nederlandse wielersport? Was Italië niet heilig verklaard? Kijk eens naar de uitslagenlijst: drie Nederlandse tegenover twee Italiaanse ritzeges. Pas gisteren kwamen de Italianen dankzij Baldato tot een gelijk aantal als de Nederlanders.

De logica van de rekenkunde komt de verbitterde coureurs goed van pas. Ze hebben voorlopig het laatste woord in een discussie die nog wel even zal voortduren. Ze hebben de groeiende irritatie van zich af gefietst. “Een kritisch stuk schrijven is erg gemakkelijk”, zei Jeroen Blijlevens. “Ik vind dat je jonge renners een paar jaar de kans moet geven voordat je kunt oordelen of ze iets presteren.”

Blijlevens was vorig jaar het licht in de duisternis. In Duinkerken won hij zijn eerste en Nederlands enige Touretappe. De kleine Brabander verdoezelde de teloorgang die zich een paar jaar eerder had ingezet. De oude generatie zette een punt achter een glanzende carrière, de volgende generatie stelde hevig teleur en de aankomende lichting kwam nog ervaring tekort om zich met de wereldtop te meten.

De vedetten van weleer zijn het nooit eens geweest over de oorzaak van de nationale wielercrisis. Peter Post meende dat de coureurs gewoon harder moesten trappen. Gerrie Knetemann miste de bezieling bij de jonge renners. Jan Raas stapte snel in zijn auto als de vragensteller om een mening verlegen zat en Joop Zoetemelk deed er zoals gewoonlijk het zwijgen toe.

Alleen Hennie Kuiper durfde zijn mening te geven over de kwaliteit van het Nederlandse wielrennen. Hij voorspelde dat iedereen geduld moet hebben, dat de generatie vóór de gouden lichting ook weinig presteerde en dat Nederland nu eenmaal een klein landje is vergeleken met Italië, Spanje en Frankrijk. Kuiper is assistent-ploegleider van de Amerikaanse Motorola-ploeg. Hij volgde de huidige opleving op afstand. “De renners steken elkaar aan. Wint de een, dan kan de ander niet achterblijven. Maar laten we niet te vroeg juichen.”

Van de nieuwkomers spreekt de 24-jarige Blijlevens 't meest tot de verbeelding. Met zijn dikke dijen en zijn vlotte babbel heeft hij zich in korte tijd erg populair gemaakt. Drie keer kwam hij tekort in de massasprint, de vierde maal was het raak. In Besan,con deed hij waarvoor hij naar de Tour gekomen was. In de laatste massasprints naar Bordeaux en Parijs kwam hij kracht en conditie tekort. Hij had last van zijn luchtwegen, maar kan met tevredenheid terugblikken. De Tour uitrijden is een prestatie van formaat voor een gebrekkige klimmer.

Blijlevens moest dit keer de eer delen met twee andere Nederlandse ritwinnaars. Zijn ploeggenoot Bart Voskamp reed een onopvallende Tour, tot hij in de etappe naar Hendaye in een kopgroep terecht kwam. Langs de boorden van de Atlantische Oceaan toonde hij zich de slimste coureur. Op de persconferentie na zijn overwinning haalde hij uit naar de Nederlandse pers. “We hebben bewezen dat we een ijzersterk karakter hebben. Al dat gezeur over een patatgeneratie moet nu maar eens afgelopen zijn”, sprak Voskamp die zich vreemd genoeg als 28-jarige vereenzelvigde met de jongste lichting.

Michael Boogerd won op ietwat gelukkige wijze de etappe naar Aix-les-Bains. In de stromende regen profiteerde hij van een slecht gereden bocht van zijn Spaanse medevluchter Melchior Mauri. De Hagenaar van de Raboploeg klaagde afgelopen weekeinde over lichamelijke ongemakken. “Ik heb een ontstoken teen, pijnlijke lippen en overal bulten op m'n lichaam. Toch ben ik tot het eind voluit gegaan. De Tour is pas prachtig als je alles hebt gegeven.”

De 24-jarige Boogerd wordt afgeschilderd als een ronderenner met potentie. Gezien zijn matige individuele tijdrit in St. Emilion (bijna negen minuten langzamer dan ritwinnaar Ullrich) lijkt enige scepsis op zijn plaats. Zelf was hij tevreden over de 31ste plaats in het eindklassement. “Er wordt erg veel van de jongeren verwacht. Jullie vergeten dat we pas 24 zijn. Voor mij was deze Tour een investering in de toekomst. Mijn uiteindelijke doel is een plaats bij de eerste tien. We kijken wel waar het schip strandt.”

Danny Nelissen was in de eerste week bijna bij elke ontsnapping betrokken. Zijn knieverband was blikvanger in de vlakke etappes. Hij werd tweede in Lac de Madine en vierde in Le Puy. Ook Nelissen uitte zijn ongenoegen over de kritische verhalen. “Als wij een keer in de wind op kop rijden, wordt er meteen geroepen dat we beter uit de wind kunnen rijden. Wielrennen is moeilijk te begrijpen als je nooit gefietst hebt.”

Erik Breukink reed de laatste week alsof zijn leven ervan ging. De 32-jarige nam gisteren afscheid van een Frans decennium. Na tien Tourdeelnames gaat hij volgend jaar afbouwen in kleinere wedstrijden. “Daar hoeven jullie niet dramatisch over te doen. Nog een jaar in de Tour was een martelgang geworden.” Over zijn laatste ronde was de Breukink gematigd tevreden. “De macht ontbreekt om een tandje bij te zetten. Drie weken is zwaar genoeg. Om dat te begrijpen moet je zelf renner zijn geweest.”

Afgelopen zaterdag kwam Breukink in St. Emilion voor de laatste keer met het slijm uit zijn mond over de finish. Ondanks een achterstand van ruim zeven minuten op Ullrich was hij de beste Nederlander in de tijdrit. “Het is een teken aan de wand als ik de beste tijd rijd, terwijl ik niet eens helemaal voluit ben gegaan. Ik ben benieuwd wanneer in Nederland een renner opstaat voor het klassement. Boogerd heeft de kwaliteiten, maar vergeleken met een jongen als Ullrich hebben we nog een hoop in te halen.”

Volgens Gerrit de Vries moeten de Nederlanders zich niet blindstaren op een paar dagprijzen. De 29-jarige Fries behoort tot de wielergeneratie die in het verleden niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Begonnen als een ambitieuze ronderenner rijdt hij nu als knecht in Italiaanse dienst. Bij Polti heeft hij drie weken gaatjes gedicht voor de Fransman Luc Leblanc. “Hier mag ik uitrusten na een zware inspanning. Ik krijg altijd een schouderklopje, of ik het nu goed of slecht heb gedaan. Nee, ik ga nooit meer terug naar een Nederlandse ploeg. Men beweert nu dat de Italianen een slechte Tour hebben gereden. Maar je vergeet dan dat zij al een soort Tour achter de rug hebben. De Giro telt zwaard in Italië.”

De voorzichtige conclusie luidt dat de drie Nederlandse ritzeges een eerste stap in de goede richting zijn. Het was een verademing de nationale fietshelden vooraan te zien rijden. Tussen het geel, het groen en de bolletjestrui was het oranje van de Raboploeg veelvuldig in de frontlinie te bewonderen. Met dank aan Nelissen die het lont heeft aangestoken in de eerste week. TVM onderscheidde zich vooral in de slotweek als aanvalslustige groep.

De renners mogen een lange neus trekken, hun ploegleiders weten dat er meer te koop is in de wielersport. Theo de Rooy van de Raboploeg: “Dit was een heel mooie Tour. Maar het kan nog mooier. We zijn op zoek naar een goede sprinter en een goede klimmer. Anders tel je niet echt mee.” Cees Priem van TVM: “In het klassement moesten we het van onze Denen hebben. En in de klassiekers was het een drama dit voorjaar. We zijn nog lang niet waar we wezen moeten.”

    • Jaap Bloembergen