DIE ZEIT

Baron Pierre de Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen, herhaalde het in de aanloop naar de Olympiade in Berlijn in 1936 voor alle duidelijkheid nog maar eens: “Het eerste en wezenlijke kenmerk van zowel de oude als de nieuwe Olympische Spelen is: een religie te zijn”.

De socioloog Kurt Weis haalt dit citaat aan in een essay in Die Zeit over de Spelen als surrogaat voor geloven. De Coubertin had het vaak over de atleten als “de priesters van de religie van de spierkracht”. Het uiteindelijke doel dat hem daarbij voor ogen stond - nationale cultus en economisch succes - heeft in onze op winst georiënteerde maatschappij voor het eerst echt wortel geschoten. Dat in de greep van de commercie de olympische beweging is verkommerd, zal het Internationaal Olympisch Comité een zorg zijn. In Atlanta, de hoofdstad van het Coca-Cola-imperium, staat op elke munt 'In God We Trust'. De vraag is alleen welke God hier wordt bedoeld, besluit Weis.