Cowboy hoeft voor niemand opzij

Piet Raymakers (39) won in Barcelona goud met de Nederlandse springequipe en zilver op het individuele springonderdeel. Ratina Z, het paard waarmee hij succesvol was, werd verkocht. In Atlanta vervult Raymakers de dubbelfunctie van reserve en assistent-bondscoach.

Op papier is Piet Raymakers reserve voor de Nederlandse springploeg, maar zo voelt hij dat niet. “Ik rij hier alsof ik straks ook moet rijden”, zegt hij in MeadowRidge Farm, een riant paardenverblijf in de bossen van South Carolina waar de Nederlandse ruiters hun trainingskamp hebben opgeslagen. Vandaag zijn de dressuurruiters en hun paarden naar het olympisch dorp verhuisd, vrijdag volgt de springploeg. “Voor mijn gevoel moet ik rijden. Reserve ben ik pas als die vier andere jongens de piste binnenkomen. Op dat moment zal dat best wel rot zijn.”

Tot drie weken geleden stond nog niet vast wie naast Jan Tops, Jos Lansink en Bert Romp als vierde ruiter mee zou gaan naar Atlanta. Op het concours in Aken verdiende Emile Hendrix met Finesse een plaats in het springteam nadat ze een foutloos parcours hadden gereden. Raymakers wierp twee paarden in de strijd, Jewel's Emerald en vervolgens zijn tweede keus voor Atlanta, Jewel's Amethist. De nerveuze Emerald bleek nog niet rijp voor een groot evenement als de Olympische Spelen, Amethist maakte te veel fouten.

Bondscoach Hans Horn vond de prestaties van Raymakers echter ruim voldoende om hem als reserveruiter mee te nemen naar de VS. Raymakers werd daar geaccrediteerd als assistent-bondscoach, zodat hij toestemming kreeg om met de andere ruiters het olympisch dorp in te gaan. Voor reserves is het olympisch dorp doorgaans verboden terrein. De springruiters verruilen hun riante trainingsverblijf op MeadowRidge Farm op donderdag voor de barakken in het olympisch dorp. Raymakers: “Ik ben hier niet alleen als reserve, maar ook om ervaring en know-how over te dragen.”

Piet Raymakers gaat allesbehalve gebukt onder zijn rol als reserve van het Nederlandse springteam. De Brabander, één van de meest succesvolle Nederlanders op de Olympische Spelen in Barcelona (1992), sjokt als een cowboy over het terrein van MeadowRidge Farm. Aan de lopende band maakt hij grappen of trekt hij een gekke bek. Raymakers is de malle Pietje van de équipe. “Zonder Piet zou het hier lang niet zo gezellig zijn”, zegt Guus Bartels, de zoon van Tineke Bartels die in deze aangename omgeving vakantie viert. Even verderop, in de overdekte piste, werkt zijn moeder voor honderden belangstellende Amerikanen een dressuurproef af. Ze baadt in het zweet. Er moet hier toch iemand de paljas uithangen, vindt Raymakers. “Anders slapen we in.” In Barcelona was het niet anders, zegt de in Arendonk (België) woonachtige Brabander.

In 1992 voelde Raymakers vooraf “dat we een gouden ploegske” hadden, dit keer ontbreekt dat magische gevoel. En niet omdat hij zelf niet in de ploeg is opgenomen. “Vergeet niet dat Ratina, Egano en Top Gun voor de Spelen in 1992 geen gezamenlijke springwedstrijd hadden verloren. Top Gun van Jan Tops is inmiddels ook weer vier jaar ouder, maar heeft niks aan kwaliteit ingeboet. Jos Lansink en Carthago Z vormen een perfecte combinatie, Bert Romp en Samantha kunnen een hele goede prestatie neerzetten, maar dat is nog geen garantie. Emile Hendrix en Finesse pieken altijd op een kampioenschap.”

De kansen van de springploeg zijn verminderd omdat Zangersheide, de stal van Leon Melchior, Ratina Z na de Olympische Spelen in Barcelona verkocht. Het paard waarmee Raymakers in 1992 olympisch goud won met de springploeg en zilver op het individuele springnummer, wordt nu bereden door de Duitser Ludger Beerbaum, in Atlanta favoriet voor goud. “Jammer dat hij verkocht werd, maar ik ben al lang blij dat ik anderhalf jaar op dat paard heb gereden. De meeste ruiters rijden nooit op zo'n goed paard.”

Raymakers is er de man niet naar om in wrok om te zien. Hij bleef werken op Zangersheide, tot eind vorig jaar. Van andere ruiters hoorde hij dat de familie Cordia, die net over de grens in het Belgische Wuustwezel een grote stal bezit, zou stoppen met de sponsoring van Jumping Amsterdam. Hij hoorde het van een van de andere ruiters, “ook omdat ik geen kranten lees en al die flauwekul”. Zijn eerste reactie op dat nieuws: “Godnondeshit.” Een paar dagen later kreeg Raymakers mevrouw Cordia aan de telefoon. Of hij haar van advies kon dienen bij het vinden van een ruiter die voor hen zou willen werken. Raymakers informeerde naar de condities. “Ik dacht: dat is wat ik zelf zoek. Die mensen wilden pure topsport, het beste paard, over vier jaar naar Sydney, en niet als reserve.”

De Belgische dierenarts Leo De Backer, destijds werkzaam op Zangersheide en nu in Atlanta als begeleider van de Belgische ruiterploeg, raadde hem als vriend aan om de overstap naar de stal van Cordia te maken. Het fokken van paarden zou hij op latere leeftijd alsnog kunnen hervatten. Omdat deze boodschap wel eens verkeerd kon vallen bij Melchior, werd die overgebracht door De Backer. Melchior feliciteerde Raymakers direct. De paardenfokker annex miljonair had er begrip voor dat hij nog een paar jaar topsport wilde bedrijven.

In feite is Atlanta niet meer dan een hindernis die Raymakers moet nemen op weg naar de volgende Olympische Spelen, voorafgegaan door de Europese Kampioenschappen van volgend jaar en de Wereldkampioenschappen in 1998. Om er in Sydney bij te zijn, zullen Raymakers en Cordia kosten noch moeite sparen. Het scheelde overigens weinig of Raymakers had in Atlanta deel uitgemaakt van de springploeg. “Met een paard duurt het een jaar voordat je weet wat-ie kan, hoe-ie landt, waar-ie naartoe springt.” Die tijd was Raymakers niet gegund, mede omdat Amethist afgelopen zomer een blessure opliep. Pas begin dit jaar kon het dier weer trainen. “Ik weet zeker dat het gelukt zou zijn als de Spelen een maand later zouden zijn gehouden. Amethist springt met de dag beter.” Amethist is een paard zonder vrees, in tegenstelling tot Emerald. “Als je binnenkomt, zegt Amethist: 'Kom maar op, waar zijn die dingen'. Voeg daar de kwaliteiten van de 39-jarige Raymakers bij en je hebt een nieuwe succescombinatie. “Ik hoef als ruiter voor niemand opzij.”

Raymakers is nuchter. Zoon van een boer, uit een gezin van tien kinderen. Hij ging thuis met paarden om, in het dorp was hij de knecht van de hoefsmid. Daar hielp hij bij het beslaan van trekpaarden en van warmbloeden “aan huis, bij de boer”. Nee, zegt hij, daar hoefde je niet sterk voor te zijn. “Wel handig.” Dat nuchtere heeft hij van zijn vader, die in Asten de twintig paarden en wat koeien van Piet onderhoudt. De Raymakers zijn niet geïmponeerd door de wereld van glitter en goud. Toen Piet vier jaar geleden met een gouden en een zilveren medaille uit Spanje terugkwam in zijn geboortedorp, verwelkomde zijn vader hem met de woorden: 'Proficiat, maar kun je volgende week maandag met de vrachtwagen een koe naar de markt brengen?' Raymakers: “Die mensen gaan niet uit hun bol. Zo moet het ook zijn, vind ik.”