Claim fiscus op bv-handelaar

ROTTERDAM, 22 JULI. De belastingdienst mag de Utrechtse onroerendgoedhandelaar C. van Maarseveen een miljoenenvordering opleggen wegens de handel in kasgeld- en vervangingsreserve-bv's. Dit heeft de civiele kamer van de Hoge Raad eind vorige maand beslist in een baanbrekend arrest.

De verboden handel in bv's van de M-Groep van Van Maarseveen heeft de schatkist exclusief navorderingsrente ruim 52 miljoen gulden gekost. Van Maarseveen kocht in de jaren 1988 tot en met 1990 ten minmste 86 bv's met een directe belastingschuld van 13,6 miljoen gulden die hij ontdeed van de vervangingsresereves van bijna 110 miljoen gulden waarop een latente belastingclaim drukte en deed de leeggeplunderde vennootschappen vervolgens aan een vaste afnemer van de hand.

Deze nieuwe eigenaar bezat geen geld zodat de fiscus gewwongen was bakzeil te halen. Dwanginvordering van belastinggeld bij Van Maarseveen was niet mogelijk, omdat er geen belastingaanslagen waren opgelegd en de termijnen verjaard waren. De fiscus vorderde daarom van Van Maarseveen een schadeclaim wegens onrechtmatige daad.

Die werd echter door de rechtbank in Utrecht op 4 januari 1991 onderuit gehaald, omdat de belastingontvanger alleen geld mag vorderen door het opleggen van een aanslag. Het gerechtshof in Amsterdam is echter goeddeels in de opvattingen van de belastingdienst meegegaan, reden waarom Van Maarseveen tegen de uitspraak van het gerechtshof in cassatie is gegaan. De Hoge Raad heeft Van Maarseveen opnieuw in het ongelijk gesteld. In een uitspraak van 28 juni oordeelt hij dat dat de belastingontvanger wel degelijk een vordering mag opleggen wegens onrechtmatige daad.

Het gerechtshof in Den Haag zal de zaak opnieuw behandelen, wegens enkele minder ter zake doende grieven van Van Maarseveen. Door de uitspraak worden de mogelijkheden voor de belastingdienst om bedragen te vorderen van frauderende belastingplichtigen aanzienlijk verruimd.