Wie wil een delinquent als keukenhulp?

Minister Sorgdrager wil lichte vergrijpen vaker bestraffen met een taak- in plaats van een celstraf. Dat vereist meer werkplekken, maar vooral jonge delinquenten zijn lastig te verkopen als arbeidskracht.

AMSTERDAM, 20 JULI. Begeleid door hun werkmeester keren vier 'getaakstraften' in het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld terug bij de schaftkeet. In ploegen van twee hebben ze die middag parkbanken geschilderd en plantsoenen geschoffeld. Voor alle vier is dit hun eerste werkstraf. “Als ik kan kiezen tussen vier maanden zitten en een paar weken werken, dan weet ik het wel”, zegt een grote man met tatoeages op zijn armen.

De vier zijn veroordeeld voor autodiefstallen, tasjesroof en diefstal van een aanhanger. Een van de vier, een jongen van 18, hangt vermoeid tegen de laadbak van de auto van de werkmeester. Een ander, rond de dertig, drinkt gulzig uit een plastic fles en spuwt water in de struiken. Volgens werkmeester Houtenbos (57) doet hij zijn werk “perfect”. “Je moet hem alleen af en toe stoom laten afblazen. Dan heeft hij een partijtje minder afgeleverd gekregen ofzo.” Waaruit kan worden afgeleid dat een taakstraf een criminele loopbaan niet in de weg hoeft te staan.

De taakstraf (vroeger aangeduid als 'alternatieve straf' of 'dienstverlening') heeft in korte tijd een grote vlucht genomen. Begin jaren tachtig werd hij ingevoerd als experiment, eind jaren tachtig kwam hij in het wetboek van strafrecht. In 1983 werden 304 taakstraffen opgelegd aan minderjarigen en 1.668 aan volwassenen; in 1995 bedroegen deze aantallen 3.217 en 14.400. De taakstraf kan bestaan uit onbetaalde dienstverlening of een leerstraf, bijvoorbeeld een cursus over alcohol in het verkeer. Taakstraffen worden onder meer opgelegd voor rijden onder invloed, aow-fraude, winkeldiefstal en mishandeling.

De huidige minister van Justitie Sorgdrager ziet taakstraffen als een belangrijk middel om het tekort aan cellen te bestrijden. Als het aan haar ligt wordt de taakstraf nog dit jaar een 'hoofdstraf' in plaats van een alternatief voor een celstraf van maximaal zes maanden. Bij minderjarigen is dat nu al de praktijk. Sorgdrager streeft naar 26.000 taakstraffen voor volwassenen in het jaar 2000, bijna een verdubbeling van het huidige aantal.

Het aantal plaatsen waar veroordeelden kunnen werken moet dan drastisch worden uitgebreid. Alternatief gestraften werken nu vooral in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, buurthuizen en dierenasiels. In Amsterdam werken zelfs enige getaakstraften bij de Stadswacht. Bij een Amsterdams verzorgingstehuis, waar de keuken wegens bezuiniging onderbemand is, werkten volgens het hoofd Keuken enige tijd meer getaakstraften dan vaste krachten. Dat was mogelijk, zegt hij, omdat ze zulk goed werk leverden. Na een voorval in mei kwam er verandering in de situatie. Een administratief medewerkster van het tehuis werd doodgeschoten door haar vriend, die ze had leren kennen terwijl hij een taakstraf in het tehuis deed. Daarna is het aantal getaakstraften in de keuken gereduceerd tot drie.

Om de groei in werkstraffen te kunnen opvangen wil de reclassering, verantwoordelijk voor de taakstraffen van volwassenen, de veroordeelden vaker in groepen laten werken, bijvoorbeeld bij Staatsbosbeheer. Het project in Geuzenveld, drie jaar geleden het eerste groepsproject in Nederland, is een joint venture tussen de reclassering en het Amsterdamse stadsdeel. R. Bromet, stafmedewerker van Reclassering Nederland: “Het stadsdeel stelt gereedschap ter beschikking en betaalt de werkmeester. De bouwkeet en het busje van de werkmeester doen we samsam.”

Bromet voorziet wel enige problemen bij het vinden van genoeg nieuwe groepsprojecten. “Het vergt een investering van de opdrachtgever. En je stuit op vooroordelen. Mensen die zeggen: Ik wil geen crimineel op mijn terrein.”

De Raad voor de Kinderbescherming, verantwoordelijk voor taakstraffen van minderjarigen, heeft nu al moeite voldoende plaatsen te vinden. De concurrentie van de reclassering, banenpoolers en Melkertbanen is groot. Jonge delinquenten, zo blijkt uit een recent rapport van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) zijn het lastigst te verkopen als arbeidskracht. Ze hebben meestal nog geen enkele werkervaring en vergen veel begeleiding. Die komt neer op de mensen op de werkplek.

R.M. Rozalina (49), de Antilliaanse chefkok van verzorgingstehuis d'Oude Raai, heeft al tien jaar alternatief gestraften in zijn keuken. In de bijkeuken legt hij een nieuwe Surinaams-Nederlandse veroordeelde (18) uit wat er van hem wordt verwacht. “Het werk begint om half acht. Als je om kwart over zeven hier bent kun je nog een kopje koffie meedrinken. Kokskleding krijg je van ons. Je komt aan de afwasmachine, maar als je een beetje handig bent kun je vanzelf gaan helpen bij het koken.”

De jongen, die een petje draagt met het woord 'Detention' op de klep, moet nog 49 uur vol maken van de honderd uur die hij van de rechter gekregen heeft. Hij is veroordeeld voor autodiefstal en heeft al verschillende taakstraffen en verblijven in jeugdinrichtingen achter de rug.

In de keuken waar hij de eerste 51 uur werkte bleek hij niet te handhaven. Volgens hemzelf omdat er in de koffiepauze racistische opmerkingen werden gemaakt, volgens de Kinderbescherming ook omdat hij altijd te laat kwam. Als deze herkansing ook mislukt moet hij alsnog naar een huis van bewaring. Volgens K. Wits, coördinator Alternatieve Straffen bij de Kinderbescherming in Amsterdam, wordt die sanctie echter niet altijd uitgevoerd. Hij keurt dat af. “Kinderrechters moeten niet te mild zijn. Als ik tegen de jongens zeg dat ze moeten zitten en het gebeurt niet, ja dan ben ik een slappe ouwehoer.”

Wits vindt dat Justitie voorzichtig moet zijn met een al te grote groei van het aantal taakstraffen voor jongeren. “Je kunt niet eindeloos mensen naar dezelfde plekken blijven sturen. De liefde van die chefkok, die man van de plantsoenendienst raakt ook een keer uitgeput. Het zijn tenslotte etterbakken.” Groepsstraffen zijn voor jongeren geen oplossing, meent hij. “Wij hebben daar slechte ervaringen mee. Als ze met meer zijn hebben ze veel meer praats.”

De taakstraf is nog niet helemaal ingeburgerd bij de rechterlijke macht. Bij volwassenen wordt een taakstraf soms opgelegd voor een te licht vergrijp - bijvoorbeeld als het alternatief een voorwaardelijke celstraf zou zijn. In zo'n geval wordt met de taakstraf geen cel 'gewonnen'. Ook leggen rechters en officieren van justitie onderling verschillende criteria aan, zodat een delict in het ene arrondissement wel en in het andere niet tot taakstraf leidt.