Waar wonen de sterren het liefst?

In Parijs, op het plein voor de kerk St. Germain des Prés, gaat mijn blik altijd onwillekeurig omhoog naar de bovenste etage van het huis links op de hoek van Rue Guillaume Apollinaire en Rue Bonaparte. Hier woonde Jean-Paul Sartre. Hoeveel ramen hij had, weet ik niet precies, maar in elk geval beschikte hij over het lange, veranda-achtige balkon direct onder het overstekende dak.

Het uitzicht vanaf deze plaats kan niet anders dan grandioos zijn: langs de kerk en over het zijterras van Les Deux Magots moet je heel ver de Rue de Rennes in kunnen kijken.

Als ik zo naar die bovenverdieping sta te staren, word ik altijd bevangen door een eigenaardig soort ontroering, een mengeling van nostalgie en afgunst. Herinneringen aan het Parijs van Sartre, Simone de Beauvoir en Juliette Gréco zijn altijd in aangename weemoed gedompeld, dus daar komt de nostalgie vandaan. De afgunst wordt natuurlijk veroorzaakt door de fenomenale plek: hier, op de dakverdieping boven St. Germain des Prés, is wonen in Parijs op z'n allermooist. Het gekke is dat ik gedurende het maniakale geobserveer nog nooit een glimp van de huidige bewoners heb opgevangen. Zij hebben planten op het balkon, maar nog nooit heb ik iemand deze water zien geven. En wie zouden het zijn, de uitverkoren bewoners die na Sartre op deze koninklijke plek mogen vertoeven?

Behalve door huizen en gebouwen die door hun architectuur geschiedenis hebben geschreven word ik ook onweerstaanbaar aangetrokken door geboortehuizen, sterfhuizen en eigenlijk door alle huizen waarvan bekend is dat zij als achtergrond een levensfase van een markante persoonlijkheid hebben meegemaakt. In Amsterdam bijvoorbeeld, op de Westermarkt, breng ik altijd een saluut aan nummer 6 omdat de filosoof Descartes daar in 1634 een tijdje heeft gebivakkeerd en ik doe hetzelfde met nummer 12 omdat Willem Bilderdijk daar in 1756 is geboren.

Het huis van Sartre in de Rue Bonaparte schoot in mijn herinnering door een artikel in Het Parool. Het stukje was getiteld 'Kijk, zo wonen de sterren' en attendeerde op de jongste aflevering van 'Televizier', het wekelijkse programmablad van de AVRO dat ik, eerlijk gezegd, jarenlang niet onder ogen had gehad. Nu ik het jongste nummer heb aangeschaft weet ik precies waarom. Het is de gids van 20 t/m 26 juli en op het omslag prijkt Henny Huisman die vermoedelijk op alle Televizier-omslagen heeft gestaan die ik in al die jaren heb gemist. Binnenin wordt de tweede aflevering gegeven van de 'Sterrenfietsroute door het Gooi'. Te zien zijn kiekjes van een stukje pannendak of een fragment van een met riet bedekt zadeldak van huizen die verder door lover van volle bomen en struiken aan onze blik worden onttrokken. De woningen van Jody Pijper (?), Frits Bom, Willibrord Frequin (!), René Froger, Willeke Alberti, Erik de Zwart (?), Mireille Bekooij (?) en Jan Rietman (?) worden in dit nummer van Televizier met adres en al geopenbaard.

De grootheden hebben woedend gereageerd op de publicatie die zij beschouwen als een ernstige inbreuk op hun privacy. Maar wanneer je, met die knullige fotootjes als uitgangspunt, de huizen van Jody Pijper en Erik de Zwart cum suis reconstrueert, ontdek je de werkelijke reden van hun verontwaardiging: de sterren in 't Gooi generen zich voor hun magere villa's die een akelig nauwkeurige weerspiegeling vormen van hun sterstatus. En hun tragische verweer maakt ook duidelijk dat werkelijke grootheden bij voorkeur wonen in de grote stad.

    • Max van Rooy