Riis is 'kleine' kampioen met allure

Met de onverstoorbaarheid van een routinier heeft Bjarne Riis zich een waardig patron getoond. De 32-jarige Deen wordt morgen waarschijnlijk de even verrassende als verdiende opvolger van Miguel Indurain in de Tour de France. “Ik ben een van de sterksten, ik ben de allersterkste.” Het was geen grootspraak.

BORDEAUX, 20 JULI. Het is misschien even wennen, een blonde kalende man op het podium in Parijs. Wielrennen en zeker de Tour de France worden vaak geassocieerd met donkere, kleine mannetjes. De tijden zijn veranderd. Het fietsen is gemondialiseerd. De winnaars komen uit Nederland, Ierland, Amerika en dit jaar ook uit Denemarken. De Champs Elysées zal morgen - als Bjarne Riis geen ongeluk overkomt - rood en wit gekleurd zijn, de terrasjes zullen vanavond worden overladen met dikbuikige bierdrinkers.

Riis is een kampioen zonder kapsones, een burgerman zoals de meeste mensen op op Jutland. Hij was zeven jaar oud en de kleinste van het peloton toen hij leerde koersen. Op twintigjarige leeftijd verhuisde hij naar Luxemburg, waar destijds een beter wielerklimaat heerste dan in Denemarken. Om te kunnen fietsen bij de amateurs werkte hij halve dagen in een garage. Als sleutelaar heeft hij nog steeds een aardige reputatie. Riis kijkt altijd zijn eigen racefiets na, hij kan uren debatteren met de mecaniciëns.

Op 22-jarige leeftijd tekende hij zijn eerste profcontract. Drie jaar later volgde een bescheiden doorbraak. Hij won in 1989 een etappe in de Ronde van Italië, mede dankzij de Franse vedette Fignon die hem adviseerde voor zijn eigen kansen te rijden. Riis was zijn kopman veel dank verschuldigd. Het tweetal sloot een vriendschap die anno 1996 nog steeds standhoudt.

Riis: “Ik heb alles gedaan om hem uit de wind te houden. Drie jaar lang reed ik op en over de grens van het toelaatbare. Ik heb er geen spijt van. Laurent heeft mij het wielervak bijgebracht. Hij heeft me leren trainen, leren fietsen, leren knokken. Hij heeft mij vooral zelfvertrouwen gegeven. Ik heb mijn Tourzege voor een deel aan hem te danken.”

In 1993 baarde Riis opzien met een ritzege in de Tour en een vijfde plaats in het algemeen klassement. In 1994 won hij weer een etappe, maar moest hij genoegen nemen met een veertiende positie in Parijs. Vorig jaar ontpopte hij zich als een geduchte concurrent voor Indurain. Zijn derde plaats in de eindrangschikking was het beste resultaat ooit door een Deense wielrenner behaald. Vorig jaar ontdekte Riis dat hij een potentiële Tourwinnaar was.

Volgens Fignon had hij dat eerder kunnen bedenken: “Aan kleine dingen kun je zien of iemand tot een goede coureur kan uitgroeien. De manier waarop hij naar boven rijdt, de wijze waarop hij het peloton overziet, de snelheid waarmee hij van achteren naar voren rijdt in het peloton. Bjarne had alleen de pech dat hij zo laat ontdekt is. Sommige coureurs met minder talent zijn eerder doorgebroken, omdat ze precies op tijd in de geschikte ploeg terechtkwamen. Bjarne kreeg te laat verantwoordelijkheidsgevoel, wat ook met een gebrek aan zelfvertrouwen te maken had.”

Een voormalige knecht heeft de Tour gewonnen. Gedurende tien profjaren reed Riis in dienst van anderen. Hij leende zijn wiel aan de meest uiteenlopende kopmannen: Bernard, Fignon, Oegroemov, Berzin. Afgelopen winter besloot de Adelaar uit Herning, zoals de Deense pers hem liefkozend betitelt, voor de zevende keer van sponsor te veranderen. De Italiaanse ploegleider Bombini vond hem te oud voor een ongedeeld leiderschap bij Gewiss. De Belgische ploegleider Godefroot bood hem bij Telekom alle ruimte.

“Bjarne heeft ongekende kwaliteiten. Hij kan klimmen, tijdrijden, aanvallen en verdedigen. En hij heeft een sterk ontwikkeld koersinzicht. Voor de Tour begon was hij heel nerveus, tijdens de Tour was hij de rust zelve. Hij is een volwassen coureur. Toen hij een keer vijf minuten te laat in het hotel arriveerde, heb ik hem daarop aangesproken. Een vedette zou de volgende keer weer te laat komen. Bjarne heeft de berisping zonder slikken geaccepteerd. Ik zou hem dan ook geen vedette willen noemen.”

Een bescheiden persoonlijkheid heeft de Tour gewonnen. Riis fietste zich in het zweet voor zijn ploeggenoten, wat weinig toekomstige Tourwinnaars hem na zullen doen. Ook zijn sympathieke schouderklop en de warme woorden voor de onttroonde Indurain waren afkomstig uit een groot hart. Hij werd uitgefloten in Pamplona, maar Riis begreep de teleurstelling van de Spaanse supporters. Hij kent zijn plaats in de Tourgeschiedenis.

De 32-jarige Riis zal de ronde nooit vijf keer kunnen winnen. Volgens Fignon kan hij volgende jaar nog een keer toeslaan, als zijn afgetrainde lichaam tenminste behoorlijk wordt geprepareerd. De meeste renners beleven hun sportieve hoogtepunt tussen hun 27ste en dertigste levensjaar. Sommige renners zijn al eerder opgebrand, anderen zijn uitgesproken laatbloeiers. Riis behoort tot de laatste groep. Een enkeling noemt hem een eendagsvlieg, de meerderheid is hem dankbaar voor de strijd die hij geboden heeft.

Riis zal hij over een paar decennia te boek staan als een tussenpaus, die regeerde in een overgangsperiode. De wielerhistorie leert dat hij veel soortgenoten heeft. Tussen de 'grote' kampioenen Anquetil en Merckx wonnen 'kleine' kampioenen als Aimar, Pingeon en Janssen. Na het tijdperk Merckx kwamen de minder talentvolle ronderenners Thevenet en Van Impe naar voren. Tussen de gloriejaren van Hinault en Indurain maakten subtoppers als Roche en Delgado de dienst uit. Riis onderscheidt zich in één belangrijk opzicht van de andere kleine kampioenen: hij won de Tour met de allure van een groot kampioen.

Hij dicteerde de strijd als een ware patron. Staande op de pedalen leek de 1 meter 87 centimeter lange coureur vele malen groter dan zijn tegenstanders. Hij opende het spel op de Madeleine, hij won de rit naar Sestrieres, hij toonde zijn veerkracht naar Superbesse, hij voorspelde zijn zege in Hautacam en hij vergrootte zijn voorsprong op weg naar Pamplona. Voor de tijdrit van vandaag heeft hij een nieuwe krachtsexplosie aangekondigd. De kampioen is onverzadigbaar.

Riis toonde eigenschappen die een kopman normaal gesproken zelden heeft laten zien. Hij trok de sprint aan voor zijn ploeggenoot Zabel in de vlakke etappes. In de spurt bij Lac de Madine kwam hij zelfs een keer ten val. Hij was de aanstichter van de slag in de Pyreneeën, waar zijn jonge helper Jan Ullrich beslag legde op de tweede plaats in het klassement. Riis was overal en nergens. Volgens Godefroot heeft hij zijn ploeggenoten op een geweldige manier gestimuleerd.

“Bjarne was afgelopen winter een beetje ongerust. Hij wist dat we een goede ploeg hadden, maar hij was bang dat de meeste knapen in de bergen zouden afhaken. Bij Gewiss was hij gewend met een paar kleine Italiaanse klimmers te rijden. Ik heb hem gerustgesteld. Als hij goed reed, zouden de anderen volgen. Mijn voorspelling is uitgekomen. Hoewel zelfs ik niet had verwacht dat Bjarne zo sterk zou zijn.”

    • Jaap Bloembergen