René Smit heeft potentiële opvolgers van Heerma gemobiliseerd; Nieuw koningsdrama voor CDA

DEN HAAG, 20 JULI. Tweede Kamer met reces, kabinet even uitvergaderd, de Haagse journalistiek in de laagste versnelling; ook voor het CDA was het echt vakantie. Was. Tot gistermorgen de Rotterdamse ex-wethouder van havenzaken en CDA-er René Smit van zich deed spreken.

Voor de VPRO-radio verklaarde het alom erkende CDA-talent dat fractievoorzitter Heerma snel als politiek leider van het CDA moest worden vervangen. “Heerma is niet de leider in spe, er moet dus een ander komen”, aldus Smit.

En daarmee was de zomerslaap voor de christen-democraten bruut verstoord. Al tijdenlang borrelt het binnen de partij. Heerma, heet het probleem. Een door en door integer iemand, maar zonder enige uitstraling. Of, zoals dat in het huidige tijdperk van de televisie-democratie heet: een man zonder 'screen-power'. Een politieke partij moet anno 1996 niet alleen een verhaal hebben, maar moet het vervolgens ook nog kunnen neerzetten. En het is die vaardigheid die Heerma absoluut niet bezit.

Het probleem Heerma wordt binnen de partij weliswaar algemeen onderkend, maar niemand die er openlijk over spreekt. Met zo nu en dan de nodige moeite heeft de CDA-top omwille van de eenheid de deksel steeds op de pan weten te houden. Totdat gistermorgen René Smit dus openlijk uitsprak wat velen binnen het CDA reeds dachten en fluisterden. “Je moet vaststellen dat Heerma niet een breed electoraat trekt. En dat moet wel als je tenminste een substantieel brede politieke beweging wilt zijn. Dan gaat het erom dat je kiezers overtuigt”, zei hij. Partijvoorzitter Helgers kreeg het advies vooral snel met een opvolger te komen. Want, aldus Smit, als oppositiepartij moet je zelf je gezicht maken en daar is tijd voor nodig.

Maar wie moet dat gezicht dan gaan maken? Smit opperde zelf de naam van de in 1994 gesneefde Elco Brinkman. Een zo snelle terugkeer lijkt echter uitgesloten. Brinkman is immers niet voor niets opgestapt. Europees Commissaris Van den Broek die hij eveneens noemde ligt ook niet voor de hand. Dat zou een keuze voor het verleden betekenen. Het meest reëel is nog de naam van Jaap de Hoop Scheffer, de huidige vice-fractievoorzitter.

Als het gaat om koningsdrama's weet de Rotterdamse CDA-politicus René Smit waar hij het over heeft. Hoewel pas 37 jaar, heeft hij reeds vele intriges meegemaakt. In de jaren tachtig maakte Smit deel uit van de groep 'jonge Turken' die in het Rotterdamse CDA de macht overnam en de gevestigde orde opzij zette. Het leidde tot een schok, maar het resultaat was wel dat het CDA in 1990 eindelijk weer in het college van B en W was vertegenwoordigd. René Smit was één van de twee wethouders die het CDA leverde.

Twee jaar geleden prolongeerde hij zijn plaats in het college. Met burgemeester Peper kon hij het uitstekend vinden, des te minder met de nieuw aangetreden PvdA-wethouders Kombrink en Simons. Dit voorjaar stapte hij op. Als enige wethouder verbond hij persoonlijke consequenties aan het niet doorgaan van de stadsprovincie Rotterdam. Lang duurt zijn bestaan als ambteloos burger overigens niet meer: Op 1 augustus aanstaande wordt Smit directeur-generaal openbare orde en veiligheid op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het betekent voor hem echter geenszins een definitief afscheid van de actieve politiek. “Over twee jaar ben ik niet van de partij, misschien daarna wel”, zei Smit gisteren tijdens het drie uur durende 'marathon-interview' voor de VPRO-radio. Juist dat toekomstperspectief geeft de kritische woorden van Smit aan het adres van Heerma dat extra gewicht. René Smit is niet zomaar een CDA-er, maar een CDA-politicus met stip. Zijn naam is herhaaldelijk genoemd als toekomstig CDA-leider. Smit wordt binnen het CDA beschouwd als dé representant van de nieuwe generatie. In die hoedanigheid maakte hij dan ook deel uit van het zogeheten Strategisch Beraad, de adviesgroep binnen het CDA die de discussienota 'Nieuwe wegen, vaste waarden' opstelde. Hierin de CDA-politiek voor de lange termijn geschetst.

Aan de politieke boodschap ligt de huidige slechte positie van het CDA niet, meent Smit. “De onduidelijkheid heeft te maken met het feit dat we het niet over het voetlicht weten te brengen en dat heeft weer te maken met personen”, zei hij gisteren.

Daarmee bracht Smit de crisis bij het CDA terug tot een leiderschapscrisis. Op zich is dat niet zo'n verrassende constatering. Maar de politieke betekenis is dat er nu eindelijk een prominente CDA-er is opgestaan die de positie van Heerma openlijk ter discussie heeft gesteld. Partijvoorzitter Helgers liet gisteren in een reactie op de uitlatingen van Smit onmiddellijk weten dat het lijsttrekkerschap en daarmee het leiderschap van het CDA pas na de zomer van 1997 aan de orde is. De vraag is echter of de rest van de partij dat ook vindt.

Het CDA staat voor de afweging nog zeker een jaar verder tobben met Heerma of het adagium 'beul maak het kort' hanteren. Zolang het CDA zo nadrukkelijk met het eigen leiderschap bezig is, zal het oppositionele geluid krachteloos blijven. Want zal de Heerma die straks in september de begroting van het kabinet voor 1997 mag bekritiseren over een jaar nog wel zelf van de partij zijn? Het is juist deze onduidelijkheid die het CDA parten speelt. Eén ding staat vast: elke dag dat Heerma langer blijft, is een verloren dag voor zijn opvolger om zich te profileren. René Smit zei het gisteren al toen hij het had over de opvolgingsproblemen die zich drie jaar geleden twee jaar lang tussen Lubbers en Brinkman voordeden: Je kunt geen koning worden zonder de oude te vermoorden.

Precies hetzelfde gaat op voor Heerma. De moord is nog niet gepleegd. Maar de potentiële moordenaars zijn sinds gisteren wel gemobiliseerd. Midden in het reces is voor Enneüs Heerma het jaar van de waarheid aangebroken. Het aftellen is begonnen.

    • Mark Kranenburg