Parlement zit niet verlegen om gedragscode

Europarlementariërs hebben zich deze week een uiterst strenge gedragscode opgelegd over het aannemen van geschenken van lobbyisten. Ze zijn daarmee verder dan hun Haagse collega's. Gedrags- regels voor Nederlandse politici zijn er niet.

DEN HAAG, 20 JULI. “Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middelijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.” Deze zogenoemde zuiveringseed die Kamerleden af moeten leggen bij hun beëdiging, vervangt in Den Haag een gedragscode, waar Europarlementariërs zeven jaar om hebben gevochten.

Een gedragscode is veiliger dan verleidingen keer op keer aan het eigen oordeelsvermogen over te laten, hebben ze in Straatsburg bedacht. En met reden, want waar Haagse politici het moeten doen met een flesje wijn of een boekenbon, konden een paar duizend lobbyisten in Brussel en Straatsburg Europarlementariërs tot voor kort met auto's en dure reizen proberen te verleiden. Tot voor kort, want het Europees Parlement liet de balans deze week helemaal naar de andere kant uitslaan. Nu is een parlementariër al in overtreding als hij een bosje bloemen aanneemt.

“In vergelijking met Brussel is politiek Den Haag een dorp”, vindt lobby-deskundige M.P.C.M. van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit. “Hier let iedereen op elkaar, niets blijft geheim, dus als een lobbyist aan het ene Kamerlid iets geeft, moet hij dat ook aan alle andere doen.”

De Nederlandse maat voor geschenken is dan ook uiterst bescheiden. Met enige moeite herinnert Tweede-Kamerlid Jan Hoekema zich voorbeelden van boekenbonnen van honderd gulden die door lobbyisten werden aangeboden. “Dat is wel zo ongeveer de grens die ik leg”, heeft de defensiespecialist van D66 besloten. “Een mandje asperges, een paar flessen wijn, dat gaat nog. Maar honoraria 'voor bewezen diensten' van een paar honderd gulden, zoals Kamerleden wel eens aangeboden krijgen, dat gaat me absoluut te ver.”

Giften van dien aard stammen volgens Van Schendelen uit de jaren zeventig. Tegenwoordig werkt zoiets averechts: “Als een lobbyist nu met een cheque aan komt zetten, beledigt hij het Kamerlid.” Het is volgens het Haagse lobby-bureau Pauw en partners inderdaad not done om met geschenken aan te komen. “Geschenken ontkrachten de argumentatie”, meent lobbyiste S. Keep die voor Pauw Tweede- Kamerleden benadert.

Elke Tweede-Kamersamenstelling krijgt de regels die het verdient, vindt professor Van Schendelen. “Voor de Tweede Kamer in deze bezetting zijn gedragsregels helemaal niet nodig, want de onderlinge sociale controle is enorm. De Kamer in deze samenstelling is zó calvinistisch en introvert, zoals ik het zelden heb meegemaakt.”

Vooral leden van de vaste Kamercommissie voor Defensie worden door vliegtuig- of helikopterfabrikanten benaderd als er weer eens een grote order van de krijgsmacht op stapel staat. Defensiespecialist van de PvdA Henk Vos schat dat van alle Kamerleden hij het meest door lobbyisten wordt bezocht. “Honderden van die mensen heb ik voorbij zien komen, maar ik heb nooit meer dan een stropdas of een vliegtuigmodelletje aangeboden gekregen.” Jan Dirk Blaauw, Kamerlid voor de VVD, wimpelde een verzoek af van vliegtuigbouwer McDonnell Douglas om eens naar de westkust van Amerika te vliegen en een kijkje te nemen in hun fabriekshal. “Kijk, die mensen halen me niet zomaar naar de States. Maar van de andere kant ben ik wel geïnteresseerd in hun produkt, omdat ik dat moet kunnen afzetten tegen de concurrentie.” Om misverstanden uit te sluiten hebben de defensiespecialisten daarom afgesproken zoveel mogelijk samen op 'werkbezoek' te gaan en altijd in combinatie met een andere reis die ze sowieso moesten maken.

De Franse vliegtuigbouwer Dassault is verantwoordelijk voor een van de weinige stormen in de anders windstille relaties tussen Kamerleden en 'handelaren in argumenten', zoals Vos de “juiste lobbyisten” noemt. Dassault liet in september 1974 aan de toenmalige defensiewoordvoerder van de PvdA, Piet Dankert, weten dat “er op financieel gebied wel het een en ander te versieren zou zijn”. Dankert meldde het aanbod bij justitie, waarna paniek uitbrak onder Kamerleden die zich opeens herinnerden etentjes en vliegtickets te hebben aangenomen van de vliegtuigfabrikant.

Voorzitter van de Tweede Kamer was toen Anne Vondeling. Mede naar aanleiding van de Dassault- affaire boog hij zich over de vraag of er gedragsregels voor politici moesten komen. Een van zijn 'pro'-argumenten was dat een gedragscode nuttig zou kunnen zijn voor nieuwe Kamerleden die hun weg moesten vinden in de mores van het Kamerlidmaatschap. “Onzin”, vindt Vos nu, “je hoort als Kamerlid gewoon aan te voelen wat kan en wat niet.”

Premier Kok pleitte als fractievoorzitter van de PvdA begin 1987 voor gedragsregels. Fractiegenoot Harry van den Bergh trad destijds af toen hij ervan werd beschuldigd met voorkennis in Fokker-aandelen te hebben gehandeld. Kok nam zich voor alle financiële belangen van Kamerleden te registreren. Maar dat was niet alles, er zou ook een gedragscode voor politici moeten komen. “Anders ontstaat er wantrouwen naar de politiek en dat is niet goed voor ons als politici”, zei Kok voor de radio. De PvdA-leider zou zelf het initiatief nemen, maar tot een gedragscode is het nooit gekomen.

Wel zijn de potentiële verleidingen waar politici aan bloot staan inmiddels gereduceerd, want er mogen volgens de woordvoerder van Tweede-Kamervoorzitter Deetman sinds twee jaar geen nieuwe lobbyisten meer bij het huidige aantal van ongeveer vijftig mannen en vrouwen. Volgens Kamerlid Vos een onzinnige maatregel: “Die lobbyisten kunnen mij toch gewoon bellen? En als ze wat interessants te melden hebben kan ik ze toch gewoon binnenlaten?”

    • Robert Giebels