Pact

RUUD VELTMEIJER: Vriend en vijand. Duits-Russische betrekkingen 1939-1941

283 blz., Van Gorcum 1996, ƒ 65,-

De feiten zijn bekend: op 23 augustus 1939 werd in Moskou het Molotov-Ribbentroppact ondertekend en op 22 juni 1941 viel het Duitse leger de Sovjet-Unie binnen. Over de rest kan worden gespeculeerd. Wat beoogden Hitler en Stalin met het niet-aanvalsverdrag? Was het een tactische manoeuvre, een adempauze ter voobreiding op de onderlinge afrekening? Over de relaties tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie in de twee jaren die voorafgingen aan Operatie Barbarossa zijn talloze studies verschenen. De meeste historici zijn het eens. Hitler is altijd overtuigd geweest van de noodzaak Bolsjewistisch Rusland te vernietigen. Het Molotov-Ribbetroppact verschafte hem de gelegenheid Duitse orde op zaken te stellen in Europa (te beginnen met de onderwerping van Polen) voordat de Sovjet-Unie de finale nederlaag zou worden toeggebracht. Stalin beschouwde het pact als de enige mogelijheid om een aanzienlijk deel van oostelijk Europa onder Russische invloed te brengen zonder onmiddellijk bij de oorlog op het continent te worden betrokken. Stalin wantrouwde de Duitse bedoelingen, bereidde zich voor op een mogelijke oorlog met Berlijn, maar werd desalniettemin ernstig verrast toen de Wehrmacht in de nacht van 21 op 22 juni de Sovjet-Unie binnenviel. Vriend en vijand, het proefschrift van de Amsterdamse historicus Ruud Veltmeijer, wijkt niet wezenlijk af van deze traditionele interpretatie.

Vriend en vijand is een keurig geschreven, serieus en gedegen onderzoek, maar zonder verrassingen, zonder opmerkelijke vondsten of interpretaties. Veltmeijer zet de geschiedenis van de Duits-Russische betrekkingen in deze cruciale periode nog eens op een rij, waarbij hij, anders dan de meeste historici, de nodige aandacht besteedt aan de economische relaties tussen beide staten. Het pact was, althans voor Hitler, een tactische manoeuvre, die hem “geen moment afbracht van zijn voornemen de Sovjet-Unie te veroveren...”. Over Stalins bedoelingen is de auteur vanzelfsprekend minder stellig. Ook de enkele jaren terug geopende archieven geven geen precies uitsluitsel over de voornemens en diepere gedachten van de Russische dictator, of het zou moeten zijn dat diens belangrijkste reden voor de ondertekening van het verdrag de uiteindelijke “sovjettisering van West-Europa” was, zoals de auteur zonder verdere kanttekeningen citeert uit een toespraak van de Russische dictator.

Stalin ging er voorlopig vanuit dat Duitsland geen aanval op Rusland van zins was. Veltmeijer typeert Stalin als “een uiterst voorzichtige politicus die zich nooit op een bepaalde koers liet vastleggen”. Een tamelijk radicale typering. Zo voorzichtig is Stalin niet altijd geweest, in zijn binnenlandse noch in zijn buitenlandse politiek. En of ideologie werkelijk een “volkomen ondergeschikte rol” in diens buitenlandse beleid speelde, een opvatting van vele historici, lijkt me eveneens de vraag. Het ligt er maar aan hoe 'ideologie' precies wordt gedefinieerd. Stalins ideologische bevlogenheid was niet perse beperkt tot een klassiek Marxisme-Leninisme.

Terecht en geheel in lijn met zijn betoog verwerpt Veltmeijer de historiografische nieuwlichterij die zegt dat Operatie Barbarossa wellicht vooral een preventieve aanval was. Hitler zou zich in juni 1941 genoodzaakt hebben gezien Sovjet-Rusland aan te vallen, omdat Stalin op het punt stond zijn legers de grens met Nazi-Duitsland over te sturen. De meeste historici hebben deze revisionistische interpretatie om reden van een gebrek aan overtuigende bewijsvoering verworpen en Veltmeijers bevindingen in de Russische archieven geven hun vooralsnog gelijk. Stalin begreep welk een gevaar hem boven het hoofd hing en nam de nodige voorzorgsmaatregelen, maar het Rode Leger was nog lang niet klaar voor de strijd, laat staan voor een offensief, aldus de schrijver.

Veltmeijer heeft vele, soms heel aardige anekdotes uit de archieven en de vele recentelijk in Rusland verschenen publicaties opgediept, maar ze werpen geen nieuw licht op Stalins beweegredenen en nopen vooralsnog niet tot een wezenlijke bijstelling van de geschiedschrijving van de betrekkingen tussen Rusland en Duitsland in 1939-41. De auteur komt in grote lijnen tot dezelfde conclusies als vele historici voor hem.