Oranje-atleten voelen zich als in Huis ten Bosch

ATLANTA, 20 JULI. Het is meteen duidelijk in welk gebouw in het olympisch dorp de Nederlandse ploeg slaapt. Op het grasveld voor de deur staat het vol met oranje Batavus-fietsen. Hollandser kan het niet.

Ongeveer tweehonderd Nederlandse sporters verblijven op de campus van Georgia Tech University in de Blue Zone. Ze delen een flatgebouw met de Belgen. De appartementen zijn gloednieuw en ruiken ook zo. De slaapvertrekken zijn benauwend klein. In elke kamer staat een stapelbed, maar dat is in sommige gevallen gesloopt door de sporters die de spiralen en matrassen naast elkaar hebben gelegd. Ruimte om te lopen is er dan helemaal niet meer.

Er zijn meer ongemakken in het gebouw van de Nederlanders. Toiletten zijn verstopt, ovens en magnetrons doen het niet. Op de begane grond blijken zelfs muizen rond te lopen. Wielrenster Ingrid Haringa heeft er een gevangen en naar buiten gebracht.

De atletenvertrekken zijn streng verboden voor niet-olympiërs. Atlanta is deze week veranderd in een vesting. Het olympisch dorp wordt afgeschermd alsof het Huis ten Bosch of Buckingham Palace is. Het terrein is volledig omgeven door metershoge hekken. Achter die hekken zitten om de paar meter zwaar bewapende militairen die dag en nacht door de mazen naar het voorbijrazende verkeer loeren. Sporters en begeleiders mogen het gebied pas betreden als ze bij een van de controleposten hun hand op een magnetisch vlak hebben gelegd. Pas als blijkt dat ze staan geregistreerd, mogen ze doorlopen.

De strikte regels zorgen voor veel irritatie. “Ze zijn hier absoluut niet flexibel. Dat vind ik raar, want Amerika ligt toch niet in het Oostblok”, zegt beachvolleyballer Sander Mulder. Maar de Amerikaanse organisatie neemt geen enkel risico, vooral niet sinds de ontploffing van de Boeing 747 boven Long Island. “Wij zijn de veiligste stad van de wereld”, zei de burgemeester van Atlanta, Bill Campbell, trots en zelfverzekerd.

Pagina 9: Atleten surfen op Internet

Er is één legale mogelijkheid voor een gewone sterveling om tot het zwaarbewaakte olympisch dorp door te dringen. Er zijn speciale Guest Day Passes die door officials aangevraagd kunnen worden. Maar dan moet wel sprake zijn van een bijzondere gebeurtenis, zoals in het geval van de vriend van zwemster Wilma van Hofwegen. Hij kwam naar Atlanta om haar verjaardag te vieren en ontrolde in het dorp een groot spandoek. Wilma, wil je met me trouwen? Haar Olympische Spelen kunnen nu al niet meer kapot.

Een dergelijk voorval doorbreekt de sleur van slapen, eten en trainen. Wie wat afleiding zoekt heeft volop keuze. In het dorp is een zwembadje en er zijn zalen met biljarttafels, bowlingbanen en computerspellen. Dagelijks verzorgen muziekbands live optredens en in vijf bioscopen draaien doorlopend films, van 'Batman returns' tot 'Jailhouse Rock'. Een strandje, zoals vier jaar geleden in Barcelona, is er niet. Toch kan er worden gesurfd, maar dan wel op Internet. Het is de drukst bezochte plek in het dorp.

De olympiër die straks is uitgesport, hoeft zich absoluut niet te vervelen. Hij kan zich na jaren van diëten en trainingen eerst eens flink volstouwen. In een grote tent is een centrale eetgelegenheid met 3.400 zitplaatsen en dan zijn er nog vier andere plekken waar kan worden gegeten. Hoewel er keuze genoeg is - onder meer 22 soorten brood, 18 soorten fruit en 15 soorten kaas - zeggen de sporters die er ook in Seoul en Barcelona bij waren, dat het daarbij vergeleken allemaal maar karig is.

De afvaardigingen uit arme landen weten daarentegen niet wat ze meemaken. Vol onbegrip zien de Afrikaanse atleten hoe veel voedsel in de afvalbakken verdwijnt. Want het eten is gratis en onbeperkt, dus wordt er vaak te veel opgeschept. Het zoontje van assistent-chef de mission Marcel Sturkenboom heeft zijn vader al diverse malen door de telefoon gevraagd of hij echt zo veel hamburgers kan eten als hij wil. Dat is zo. McDonald's is als officiële olympische sponsor nadrukkelijk aanwezig in het dorp en verwacht in totaal 81.000 Big Mac's te serveren.

De 10.000 olympiërs vormen een bont gezelschap. Ze zijn er in alle soorten en maten, lang, klein, dik, dun, zwart en wit. Maar zo bijzonder als de Nederlandse honkballer Eelco Jansen ziet niemand er uit in het dorp. Hij heeft het embleem van Atlanta 1996 in zijn haar laten verven. “Zo draag ik de Olympische Spelen 24 uur per dag bij me”, zegt Jansen. “Ik ben er trots op hier te mogen meedoen.” In Nederland vonden ze zijn haar niet echt mooi, in het dorp in Atlanta wel. Ook zonder een bijzondere haardracht vallen de Nederlanders op tussen de duizenden sportmensen. Je pikt ze er zo uit in hun oranje kleding.

Volleybalsters Henriëtte Weersing en Marjolein de Jong lopen naar het postkantoor, judocoach Chris de Korte staat in de hypermoderne fitnessruimte op de loopband en honkbalcoach Jan Dick Leurs, rugnummer 14, zit in een van de open trammetjes die voortdurend door het dorp rijden.

Leurs slaapt met de andere begeleiders van zijn ploeg in appartement E304. Ook beachvolleyballers Everaert en Mulder hebben er een kamer. Ze bezweren dat ze met de twee lege whiskyflessen op het aanrecht niets te maken hebben. “Ik lust die troep absoluut niet”, zegt Everaerts. Bovendien is hij in Atlanta om te presteren en niet om feest te vieren. Dat kan altijd nog.

Aan de binnenkant van de deuren van de Nederlandse vertrekken hangen grote plakkaten met de huisregels.

Drinken, drinken en nog eens drinken! Vergeet je bidon niet! Niet drinken = plak missen!

Slaap nooit bloot/onbedekt!

Neem geen geneesmiddelen van vreemde dokters aan!

No dope, ook geen cannabis! Vrij veilig!

Gun jezelf rust! Houd rekening met je collega's!

Met vragen en klachten kunnen de sporters terecht in het kantoor van NOC*NSF dat bemand wordt door chef de mission André Bolhuis en zijn team. Voor medische zaken is er Frits Kessel, bekend van de voetballers, die de leiding heeft over een uitgebreid team van artsen en fysiotherapeuten. Twee keer per dag is er spreekuur, maar druk is het nog niet geweest in de twee appartementen die op de begane grond als medisch centrum zijn ingericht. “Op hier en daar een enkeltje na.” Dat zal veranderen als de wedstrijden straks in alle hevigheid zijn losgebarsten. De stijgende temperatuur in de olympische stad kan problemen opleveren. Er bestaat gevaar voor uitdroging, maar zo lang de urine licht van kleur blijft, is er niets aan de hand, zegt Kessel.

Water is er in ieder geval nog genoeg in het dorp. In de blauwe zone, daar waar de Nederlanders wonen, stroomt het over de weg. Het zwembad van de waterpoloërs dat aan het atletendorp grenst, blijkt te lekken. Dat kan er ook nog wel bij. “Volgens mij komen ze hier nooit helemaal klaar”, zegt hockeyer Marc Delissen.

    • Hans Klippus