Olympia

Zware wolken hangen die middag boven de bergen in het noordwesten van de Peloponnesus. Het regent in Olympia, de terrasjes zijn verlaten, de souvenirwinkels gesloten. Aan de rand van het stadje liggen de overblijfselen van het oude Olympia. Stenen, pilaren en muurtjes herinneren aan bouwwerken die hier tweeduizend jaar geleden hebben gestaan.

Hier was de tempel van Zeus en het beeld van deze Griekse oppergod. Twaalf meter hoog was het beeld en in zijn linkerhand hield Zeus de godin Nike die twee meter hoog was. Nike, de godin van de overwinning. Nike? Waar doet die naam aan denken? Aan sportschoenen, sportkleding en sporthelden van de twintigste eeuw.

Onder plastic liggen stenen en scherven verscholen en rondom afgravingen zijn touwen gespannen. Hier werkt sinds vier jaar de Duitse archeoloog Ulrich Sinn aan de herontdekking van het oude Olympia, op de plaats waar oorspronkelijk het Orakel stond en later een strijdperk voor sterke en snelle mannen werd aangelegd.

Hier ontsteken priesteressen eens in de vier jaar door middel van een spiegel het olympisch vuur. Destijds was hier geen olympisch vuur, beweert Sinn. Dat bestond nog niet, dat werd pas voor de Moderne Spelen van 1936 als het symbool van de nazi's en het symbool van de overwinning voor het eerst van Olympia naar Berlijn gebracht. Rondom het ontstaan van olympische tradities heersen niet alleen mythes maar kennelijk ook misverstanden.

Op de plaats waar de olympische arena is geweest, staan twee jongetjes in de starthouding. Een vader houdt zijn hand omhoog en geeft een denkbeeldig startschot door Go! te roepen. De sprint kent geen winnaar want één van de jongens is te vroeg van start gegaan, wat voor de ander aanleiding is woedend de strijd te staken.

Van 776 voor Christus tot 394 na Christus werden hier de Klassieke Spelen gehouden. Wie om zich heen kijkt ziet cypressen, platanen en olijfbomen. Hele oude bomen zonder twijfel, maar geen bomen die het feest hebben meegemaakt dat hier twintig eeuwen geleden eenmaal in de vier jaar in augustus werd gehouden. Anders hadden ze verhalen kunnen vertellen over dit sportfestijn, dat aanvankelijk slechts één dag duurde en later werd verspreid over vijf tot zeven dagen. Want ook in die tijd bleef niets bij het oude en moest alles steeds groter worden.

De bomen konden dan vertellen dat de atleten op Olympia geheel naakt ten strijde trokken en dat (daarom?) vrouwen niet mochten meedoen en zelfs niet in het stadion aanwezig mochten zijn. Dat de winnaars een krans van takken van de heilige olijfboom kregen en dat ze een standbeeld mochten plaatsen in de Altis, het gewijde bos nabij Olympia. En dat toen al de winnaars in hun geboorteplaats werden onthaald als helden. De laatste kampioen van de Klassieke Spelen was de bokser Barasdates uit Armenië - van zo ver kwamen de atleten ook toen al - alvorens op last van de Romeinse keizer Theodosius de Grote in het jaar 394 het olympische feest werd afgeschaft.

Hier op deze historische plek te zijn, op een miezerige dag in de zomer, vergroot de verbeeldingskracht. Fantaserend over naakte, baardige atleten op Nike-sportschoenen uit de twintigste eeuw, over pezige, baardige mannen gehuld in stoeipakjes uit de twintigste eeuw met nummers en reclamelogo's op borst, rug en dij, en over een tv-camera op elke pilaar van de oude arena van Olympia. Hoe zou dat ruim tweeduizend jaar geleden zijn geweest? Wie vertelde door wie er gewonnen had, hoe hij gewonnen had, wat hij gewonnen had en of hij wel sportief gewonnen had?

Wat zich nu in de Nieuwe Wereld in Atlanta afspeelt, kan niemand ontgaan. Hoeveel atleten ook meedoen, ze worden door camera's gevolgd tot in hun slaapkamer. Hoever de arena's ook uit elkaar liggen, de camera's zullen zich begeven van hot naar haar.

Dat was twintig eeuwen geleden anders. Toen zagen de toeschouwers de strijd alleen door hun eigen ogen. Toen keken ze van nabij toe hoe de atleten elkaar bevochten in hun volle mannelijke naaktheid. Toen was er geen ruimte voor reclameteksten op stoeipakjes. Waren er toen wel sponsors? Mensen die een deel van hun rijkdom deelden met hulpbehoevende atleten in ruil voor naamsbekendheid. Vast wel. Zoveel kan er niet veranderd zijn. Want sport is van alle tijden.

    • Guus van Holland