Nieuwe drankvergunningen in de Gazastrook

GAZA, 20 JULI. In koffiehuis Terturi spelen drie mannen triktrak. Als Maher binnenkomt legt een van hun zijn sigaret op de tafelrand en trekt een zwarte plastic zak van een spijker. Dan volgt hij Maher de keuken in. In de keuken staat, behalve een aanrecht vol rommel en een volle WC, een reusachtige ijskast. Die zit vol blikjes bier.

“Hmm”, zegt Maher, “Maccabe-bier. Heb je geen Heineken?” In het vriesvak vindt hij wodka, whisky en arak. Wat hij wil hebben, stopt hij in de zwarte zak. “Als je nieuwe voorraad krijgt”. zegt hij bij het afrekenen, “hou dan vijf flessen Black Label voor me achter.”

Net als vier anderen in Gaza hebben de Terturi's laatst van de Palestijnse Autoriteiten (PA) vergunning gekregen om drank te verkopen. Dat is groot nieuws. Gaza heeft negen jaar, sinds het begin van de intifadah in 1987, droog gestaan. Toch zullen de Terturi's, net als anderen die de laatste tijd onder tafel alcohol verkochten, voorlopig geen flessen openlijk in het koffiehuis neerzetten. Dat ligt nog veel te gevoelig.

Drinken was in Gaza nooit mamnua, bij wet verboden. Het is haram, in religieus opzicht verboden. Voor de intifadah trokken mensen zich daar weinig van aan. Toen liepen vrouwen nog in bikini over straat en kon je gewoon alcohol kopen. Dat veranderde toen de intifadah uitbrak. De moslim-fundamentalistische beweging Hamas monopoliseerde het verzet tegen Israel, en begon haar religieuze opvattingen aan het volk op te leggen. Vrouwen die ongesluierd op straat liepen werden uitgescholden. Winkeliers die alcohol verkochten, werden gemolesteerd. Omdat Gazanen in die dagen ongestoord Israel in en uit konden rijden, dronken ze hun whisky in Tel Aviv.

Toen het Palestijnse Gezag de macht in Gaza overnam van Israel, zomer 1994, trof het een verknipte samenleving aan. Een blikje bier was niet te krijgen. Maar in de huizen, achter hoge muren en ijzeren hekken, begonnen de mensen ogenblikkelijk weer te drinken. Dat gebruik is nu, vooral onder de rijken, wijdverbreid. Door de afsluiting van Gaza moeten ze allerlei sluipwegen bewandelen om drank te bemachtigen. Sommigen krijgen het van buitenlanders. De meesten kopen het van kolonisten of van soldaten aan de checkpoints met Israel. Dat doen ze vaak via anderen. Maher koopt bij Terturi de halve ijskast leeg in opdracht van een onderminister die bang is voor zijn reputatie. Hij 'winkelt' ook voor andere functionarissen.

Anderen laten hun drank (na een code-telefoontje) 's nachts bij Abu George halen, een christen die altijd voorraden onder zijn bed heeft liggen. De Israeliërs verdienen er goed aan. Voor een fles Johnnie Walker Black Label, de populairste drank in Gaza, tellen Palestijnen minimaal 80 dollar neer. Zo'n fles komt soms 's ochtends al op tafel. Omdat niemand weet wie er eventueel kan binnenvallen, schenken ze de drank in koffiemokken. Voor de buitenwereld doet iedereen alsof hij de vroomste moslim ter wereld is. Een docent aan de Islamitische Universiteit doet de lege flessen in plastic zakken, vergruizelt ze met een hamer, en stopt ze dan in sinaasappeldozen. Die zet hij bij het vuilnis op straat. Anderen geven lege flessen aan buitenlanders mee, die ze in Israel weggooien.

Arafats besluit om alcohol te 'legaliseren' is niet enkel een teken dat de greep van Hamas op de samenleving verslapt. Arafat drinkt niet, maar weet wel hoe levendig de drankhandel is. Als zijn Gezag de flessen zelf uit Israel importeert en doorverkoopt, kan het het geld verdienen dat nu in de zakken van tussenhandelaars verdwijnt. Vandaar dat er bij de grens met Israel nu een groothandel wordt gebouwd waar de winkeliers en restauranteigenaars met een licentie drank kunnen kopen. De winkel zal worden beheerd door een christen. Hij moet BTW plus de meeste winst aan het Palestijnse Gezag afdragen.

Nog een reden voor de legalisering is dat de Palestijnse politie uit pure jaloezie drinkebroers het leven zuur begint te maken. Als Maher naar het checkpoint rijdt om drank te kopen van Israeliërs, moet hij een kwart van de buit met Palestijnse soldaten delen. Anders laten ze hem niet door. En toen agenten ontdekten dat Palestijnen de slijterij bij het hek van de nederzetting Gush Qatif frequenteerden, gingen ze om de hoek staan wachten. Ze lieten elke auto stoppen en confisqueerden de flessen. Eerst sloegen ze die op straat kapot. Nu drinken ze zelf leeg. De slijterij is onlangs tijdelijk gesloten. Menahem, de Israelische uitbater, zegt dat zijn klanten uit angst voor de politie de flessen in de winkel begonnen leeg te drinken. “Ze dronken vooral sterk spul”, zegt hij, “dat zet meer zoden aan de dijk. Er ontstonden vechtpartijen. En als de dronkaards naar buiten stommelden, arresteerden de agenten hen omdat ze stonken. 'Drinken mag niet', zeiden ze dan, ook al was het niet waar. Dat was de wraak van de have-nots (agenten kunnen van hun salaris nauwelijks de huur betalen) op de elite.”

In een rieten strandtent in Gaza vraagt Maher aan de eigenaar: “Heb je benzine?” Dat is het codewoord. De man rommelt onder een stapel dekens en haalt een heupflesje whisky tevoorschijn. “Dat is alles wat ik nog heb”, zegt hij. Gisteravond kwam de top van de veiligheidsdienst namelijk langs om “naar de zee te kijken”. Dankzij zijn hoge klandizie is deze man een van de gelukkigen - hij heeft een licentie gekregen. Op één voorwaarde: dat hij de flessen onder de dekens verstopt tot Arafat Hamas helemaal onder controle heeft. Want ook aan zee, ver van de stad, blijft drinken altijd haram.