Levendige handel in zeiljachten

Het is onvermijdelijk. Wie in deze tijd met de auto door ons waterland rijdt, treft altijd wel een paar geopende bruggen. Dan schuiven er weer een paar masten voorbij. 'Het lijkt wel of heel Nederland in een zeilboot rondvaart', hoor je ongeduldige automoblisten mopperen.

Dat mag zo lijken, juist is het niet want het aantal kajuitzeilboten - om ons even tot die categorie te beperken - beloopt zo om en nabij de 60.000 stuks. En er zit niet zo gek veel groei in, volgens deskundigen slechts zo'n 2 procent per jaar. De verkoop van nieuwe zeiljachten in Nederland beloopt, een beetje afhankelijk van de conjunctuur, jaarlijks niet meer dan enkele honderden. Een levendige handel daarentegen bestaat er in gebruikte schepen, elk jaar gaan er daarvan circa 15.000 - een kwart van het totale bestand dus - in andere handen over.

Die belangstelling voor gebruikte jachten is niet verwonderlijk. De prijs van een tweede- of derdehands schip ligt zomaar de helft lager dan die van een vergelijkbare nieuwe boot. Een nieuw jacht in de tegenwoordig meest populaire afmeting van 9 tot 10 meter is een dure grap. Zo'n schip kost al gauw meer dan twee ton en is daarmee in feite slechts weggelegd voor een tamelijk beperkte groep. Dat je, zwervend langs jachthavens aan IJsselmeer, Waddenzee, Zeeuwse en Zuidhollandse wateren en de Noordzeekust toch betrekkelijk veel van deze kostbare boten ziet liggen - circa 90 procent van de schepen komt in het seizoen inderdaad nauwelijks van zijn ligplaats - heeft ook te maken met het grote aantal buitenlanders dat de Nederlandse wateren bezoekt of hier zelfs permanent zijn schip heeft liggen. Dat geldt wat de zeiljachten betreft vooral voor Duitsers. Met name in havens van de Zuidwesthoek van Friesland (Staveren, Lemmer, Hindelopen) wappert de Duitse vlag zomers volop: 70 procent van de schepen die daar een vaste ligplaats hebben, heeft een Duitse eigenaar.

Tot een jaar of drie geleden was de trend in zeiljachten: steeds groter en duurder. Die lijn is, mede onder invloed van economische onzekerheid en de algemene terughoudendheid bij de consument, enigszins aan het ombuigen. Jachtenbouwers bieden nu veel vaker schepen aan die in standaarduitvoering nogal uitgekleed zijn. Alle snufjes op het gebied van zeilvoering, luxe-betimmering en elektronica dienen dan als extra's te worden aangeschaft. Back to basics dus. Scheepswerven zijn zich de laatste tijd ook wat meer gaan richten op nieuwkomers in de kajuitzeilmarkt. Het aanbod aan de onderkant van de markt is uitgebreid. Op de laatste Hiswa was dat al te merken met een relatief ruime collectie kleine en trailerbare boten op een speciaal ingericht 'starterseiland'.

Een andere trend die kenners signaleren is een lichte hang naar nostalgie. Wat oudere, klassieke schepen - hetzij van hout of polyester - zijn weer wat meer in trek gekomen dan de moderne brede en platte 'plastic badkuipen' die meestal weliswaar snel zijn, maar die veel liefhebbers van een 'mooie zeeg' vaak niet kunnen bekoren. Er zijn natuurlijk ook genoeg fraai gelijnde nieuwe jachten te koop, ook van Nederlandse makelij: Victoire, Contest, Friendship en Compromis, het zijn stuk voor stuk goede jachten met een behoorlijke waardevastheid. Dat in tegenstelling tot de meeste Franse, Britse en Duitse schepen. Waardevast zijn ook Zweedse schepen, maar die zijn steevast flink aan de prijs.

Vroeger vormde een zeilschip van een gerenommeerde bouwer een behoorlijk waardevaste investering. Dat is vandaag niet echt meer het geval. Door het grote aanbod van gebruikte zeiljachten - zeilers zijn nogal een mode- en trendgevoelig volkje, ze wisselen gemiddeld elke vijf jaar van schip - kwamen de prijzen onder druk. Een factor die dat de laatste tijd nog extra in de hand werkt, is de wat minder florerende Duitse economie. Als gevolg daarvan bieden Duitsers thans nogal wat gebruikte jachten in Nederland aan. Vroeger was dat precies omgekeerd.

Rekende bij voorbeeld de afdeling watersport van de ANWB tot enkele jaren geleden bij een nieuw jacht nog met een afschrijving van 15 procent voor het eerste jaar, inmiddels is dat al opgetrokken naar 20 á 25 procent. Dat verhoogt natuurlijk alleen maar de aantrekkingskracht van een gebruikt jacht al loopt de koper daar - ondanks de absoluut aan te bevelen keuring - altijd een zeker risico van onaangename verrassingen. Het drijft jachtbezitters er ook vaker toe nog maar wat langer te blijven doorvaren en meer geld te steken om het eigen schip wat 'aan te kleden', bij voorbeeld met een nieuwe motor, een rolfok of -grootzeil, maar zeker ook met elektronica.

Je kunt als zeiler een schip zo duur maken als je wilt. Het aanbod van elektronisch 'speelgoed' is de afgelopen jaren gigantische uitgebreid. En die hele santekraam, van GPS (positiebepaling via satelieten), stuurautomaten, snelheidsmeters, kaartplotters, windmeters, weerfaxen, weerkaartenschrijvers en radar is vrij simpel aan elkaar te koppelen. Navigeren wordt daarmee een soort computerspelletje. De meeste van die apparaten (vooral GPS) zijn de laatste jaren behoorlijk in prijs gezakt en voor een breed publiek bereikbaar geworden. Of al die elektronica het zeilen op onze druk bevaren wateren ook echt veiliger maakt, is de vraag. Met passer, koerslineaal, kaart, een goede kijker en enige basiskennis over navigatie kom je er evengoed. Het gevaar bestaat zelfs - en daartegen wordt in de zeilbladen gelukkig regelmatig gewaarschuwd - dat al die speeltjes de stuurman lui maken en hem er te veel op doen vertrouwen. Dat gaat goed tot de stroom uitvalt of de instrumenten het begeven.

    • Ben Greif