Knooppunten in het web

Maarschalk Mobutu Sese Seko, president van Zaïre en schoolvoorbeeld van een tropische dictator, vierde vorig jaar zijn dertigjarig ambtsjubileum in zijn favoriete residentie, gemodelleerd naar het Belgische koninklijk paleis in Laken. Het presidentieel paleis in Gbadolite is over de weg moeilijk te bereiken, maar bezit een landingsbaan lang genoeg voor de Concorde, die de president soms afhuurt voor zijn expedities.

Zijn gasten onthaalt hij op uitstekende wijnen en exquise gerechten, bereid door Franse koks. President Mobutu is een fijnproever van naam en een hoogst attent gastheer.

Mobutu is president, maar de staat Zaïre bestaat amper. Het land heeft geen slagvaardige regering, geen echt nationaal leger of politieapparaat en schiet in nog talloze andere opzichten te kort. De geldvoorziening is geprivatiseerd. Deze spookstaat is officieel op weg naar de democratie: bij de jongste telling waren er 250 politieke partijen. Maar Mobutu zit steviger in het zadel dan ooit.

Zaïre is een extreem, maar leerzaam voorbeeld. Haast alle Afrikaanse samenlevingen zijn tegenwoordig toegerust met een meerpartijenstelsel en een vrije pers, maar de meeste hebben zich niet weten te ontdoen van hun corrupte dictators. Dit stelt Westerse publicisten, diplomaten en hulpverleners voor een raadsel, omdat zij ervan uitgaan dat de staat en de samenleving in Afrika net zo zijn als de staat en de samenleving die wij in het Westen kennen, al is het zonneklaar dat dat niet het geval is.

Als we in West-Afrika over de staat spreken, hebben we het in de meeste gevallen niet over hetzelfde type organisatie als de Staat der Nederlanden. De twee verschillen evenveel van elkaar als geiten en schapen. De bedrevenste Afrikaanse dicators weten deze wijdverbreide misvatting handig uit te buiten. Maarschalk Mobutu spreekt uitstekend Frans en misschien een beetje Nederlands, en om aan de macht te blijven gebruikt hij woorden die ons zelfbedrog voeden.

In het hedendaagse Westerse denken worden de staat en de burgermaatschappij vaak als twee afzonderlijke grootheden beschouwd. Westerse hulpinstanties en ontwikkelingsdeskundigen redeneren dan ook als volgt: Afrikaanse staten functioneren duidelijk gebrekkig; dat komt doordat ze te machtig zijn geworden en de remedie is Afrikaanse samenlevingen te helpen zich vrijer te uiten. Dat zou de democratie ten goede komen en daarmee ook de rechtvaardigheid en doelmatigheid van de staat. In de meeste gevallen is echter gebleken dat het zo niet gaat.

In werkelijkheid vindt de machtsuitoefening van de Afrikaanse staat namelijk grotendeels plaats in wat wij het maatschappelijke verkeer zouden noemen. Individuen die nominaal slechts weinig macht bezitten, oefenen vaak aanzienlijke politieke invloed uit via een netwerk van connecties dat hen verbindt met de rest van de samenleving. Stel u een Afrikaanse samenleving voor als een spinnenweb. Invididuele burgers beschouwen zichzelf als behorend tot talrijke maatschappelijke netwerken waarin zij onderling verbonden zijn door wederzijdse rechten en verplichtingen.

Deze netwerken vormen de draden van het web. Van sommige van deze netwerken, vooral die welke berusten op bloedverwantschap, is het lidmaatschap geen kwestie van vrije keuze maar van verplichting. Sociale connecties verschaffen het individu niet alleen psychische geborgenheid, maar vaak ook een inkomen en sociale zekerheid, aangezien sociale connecties worden gebruikt als een onofficiële markt voor het uitwisselen van goederen en diensten. Zo werken Afrikaanse economieën. En opnieuw hebben we te kampen met een terminologisch probleem, omdat de sociale, economische en politieke velden in Afrika niet zo duidelijk van elkaar zijn onderscheiden als in Europa. Economische netwerken zijn ook sociale netwerken en omgekeerd.

Een president bevindt zich doorgaans in het midden van het sociale web, en daardoor is zijn invloed op de samenleving groot, ook al heeft hij naar Europese begrippen nauwelijks een staat om te regeren, zoals maarschalk Mobutu. Ondernemende individuen verwerven zich sociale, politieke en economische invloed door zich te nestelen op de knooppunten in het maatschappelijke web, waar de diverse netwerken op elkaar inhaken. Anders dan algemeen wordt aangenomen zijn Afrikanen sterk individueel ingesteld en niet onwrikbaar collectief. Individuen kunnen in het leven slagen door een reeks connecties te manipuleren met het doel rijk te worden. Hoe meer sociale verplichtingen een persoon heeft, hoe meer invloed hij of zij kan uitoefenen op de onofficiële markten. Een openbaar ambt is een positie van cruciaal strategisch belang in het web van sociale connecties, aangezien het ongeëvenaarde mogelijkheden biedt om rijkdom te vergaren en toegang te verkrijgen tot nieuwe netwerken, waaronder sommige zich tot in het buitenland uitstrekken of vertakkingen hebben bij de donorinstanties, een belangrijke bron van geld en daarmee ook van macht.

Op die manier hebben machtige Afrikanen zoals maarschalk Mobutu democratisering en privatisering in hun eigen voordeel aangewend. Hervormingen bieden de rijken nieuwe mogelijkheden om hun sociale netwerken en de onofficiële markten die zij vertegenwoordigen aan te passen, bij voorbeeld in de vorm van nieuwe politieke partijen en nieuwe nongouvernementele organisaties (NGO's). De conclusie moet luiden dat vrijheid van meningsuiting en politieke activiteit zoals die nu bijna overal in Afrika bestaan, niet noodzakelijkerwijs de verbetering in de bestuurlijke kwaliteit brengen waarop de donors hadden gehoopt.

    • Stephen Ellis