Françoise Hardy: alleen in de studio veilig

De Franse chansonnière Françoise Hardy was in de jaren zestig een tieneridool. Velen volgden haar na maar werden snel weer vergeten. Zo niet Hardy. Dit jaar bracht ze een nieuwe cd uit. “Ik heb een klein stemmetje dat gauw vermoeid is.”

Françoise Hardy, de zangeres van 'Tous les garçons et les filles', werd bekend in een tijd dat tieners in Europa voor het eerst idolen werden. Onderzoekers werden eropuit gestuurd om een beeld te krijgen van het ideale tieneridool, en op basis van vage profielschetsen werden contracten rondgedeeld, werden sterretjes in spe gekleed en gekapt en geschoeid. De meeste zijn weggeworpen en vergeten.

Françoise Hardy niet. Zij is een ikoon geworden, de spichtige, wat mysterieuze blonde paladijn van het Frankrijk van de jaren zestig. Haar succes heeft ze evenzeer aan haar persoonlijkheid te danken als aan haar artistieke inbreng. Teksten schreef ze meestal zelf, zo ook in het geval van 'Tous les garçons et les filles', waarvan ze op achttienjarige leeftijd twee miljoen exemplaren verkocht. En als ze de tekst niet zelf schreef, koos ze voor het werk van opmerkelijke personen, zoals van Serge Gainsbourg, Louis Aragon en Patrick Modiano.

Na een diepe depressie in 1967, het jaar van haar hit 'Ma jeunesse fout le camp', veroorzaakt door alle plotselinge roem, zei ze het podium vaarwel. Ze trouwde met Jacques Dutronc en leidde een teruggetrokken leven, al bleef ze in de studio actief, wat resulteerde in een niet gering aantal interessante platen.

In de wereld van het Franse chanson bleef Hardy een buitenbeentje. Ze kwam op voor haar belangen met een eigen label (Asparagus), waarop ze ook jongere muzikanten een kans wilde geven en werkte samen met Michel Berger, Michel Jonasz en (in de jaren tachtig) met Étienne Daho. De stijl van ieder album was anders, maar wat bleef was haar bedwelmende stem, die steeds dieper werd, steeds sensueler. “Het is haar stem die ervoor heeft gezorgd dat zij intact is gebleven”, zei Serge Gainsbourg.

Toch ziet Françoise Hardy zichzelf niet als een zangeres. “Ik ben een tekstschrijver die toevallig ook zingt”, zegt ze tijdens een interview dat ze geeft ter promotie van haar nieuwe cd Le Danger. De teksten, die wederom door Hardy zelf zijn geschreven, zijn sober, poëtisch en beknopt en worden gezongen tegen een achtergrond van hallucinerende gitaren en sombere rockmuziek.

Hardy heeft er zichtbaar moeite mee te worden gefotografeerd. “De gêne gaat niet over met de jaren”, zucht ze. Zenuwachtig zoekt ze wat toiletspullen. Ze houdt haar handen voor een oneffenheid op haar huid. Ze zegt dat ze haar vrienden benijdt die een gave huid hebben. Hoe valt dit te rijmen met een vrouw die door iedereen wordt omschreven als absoluut fotogeniek?

“Als er iemand een camera op me richt voel ik me betrapt. Sowieso kan ik er niet tegen als mensen naar me kijken. Daarom treed ik al heel lang niet meer op. Alleen in de kleine, overzichtelijke omgeving van een studio voel ik me veilig. En bij mij thuis, tussen vier muren. Hoe meer ik op mezelf ben, hoe beter ik kan werken.

“Ik weet dat ik niet goed ben op het podium. Ik ben beperkt in m'n bereik. Ik heb een klein stemmetje dat gauw vermoeid is. Ook heb ik geen goed gevoel voor ritmiek. Vroeger, toen ik jong was, trad ik nog wel op. Ik dacht dat het erbij hoorde. Maar ik ben erachter gekomen dat het me letterlijk ziek maakte. Ik beleefde er geen plezier aan, ik was te zeer gehandicapt door mijn zenuwen. Ik was me overmatig bewust van mijn beperkingen. Ik vergat soms teksten. Vijfentwintig jaar lang heb ik daar nachtmerries over gehad.”

Heeft de duizelingwekkende start van uw muziekcarrière, toen u nog een tiener was, zwaar gedrukt op de rest van uw leven als artiest?

“Ja en nee. Voor de meeste mensen ben ik nog altijd F.H. van 'Tous les garçons et les filles'. Ik was achttien toen ik doorbrak, onschuldig en naïef. Dat lied drukte mijn eigen naïviteit uit, en op zichzelf is daar niets mis mee. Maar het was geen goed lied. De melodie was niet interessant, de muziek was weinig verheffend. Het is niet leuk om te worden gezien als Hardy van die eerste hit, omdat veel van mijn latere werk beter is. Toch heeft dat lied natuurlijk veel voor me betekend. Het heeft de rest van mijn leven bepaald en me in staat gesteld verder platen te maken. Als die ene plaat geen succes was geweest, had ik misschien nooit meer liederen geschreven of gezongen.”

'Le danger' is een album met een dreigende ondertoon, een album waarin de dood, de gekte, de eenzaamheid, het verraad volop aanwezig zijn. Wordt het leven mettertijd zwaarder? Zou u zo'n album ook vijftien, twintig jaar geleden hebben kunnen schrijven?

“Het leven is misschien niet zwaarder geworden, maar als je ouder wordt doorzie je het beter. Je doorziet je eigen zwakheden. In een nummer als 'La beauté du diable' bijvoorbeeld heb ik mijn eigen begeerte proberen te ontleden. Dat is ontluisterend. Je komt erachter dat achter de puurheid en het charisma die je in een ander aantrekken ook iets destructiefs schuilt, iets dat ik de schoonheid van de duivel heb genoemd. Vijftien jaar geleden zou ik dat nooit zo gezien hebben.

De afgelopen jaren zijn er aardig wat artiesten die u eer hebben bewezen. Étienne Daho, McLaren, de Eurythmics die in 1986 een remake hebben gemaakt van 'Tous les garcons et les filles' (All the boys and girls). En recentelijk nog Blur, de jonge belofte van de Britpop, die u in 1995 hebben gevraagd een duet met hen te zingen, 'To The End'.

“Ik ben vereerd hoor, met dat alles, maar heb toch altijd het gevoel dat het fantasmes zijn die ze najagen. Ze koesteren een bepaald beeld van mij en mijn werk waar ik inmiddels alweer zo ver vanaf sta.”

Zijn er zangers in Frankrijk met wie u zich verwant voelt?

“Ik voel me meer verbonden met bepaalde Angelsaksische artiesten. Als Radiohead of Portishead in Parijs zijn, ga ik altijd naar hun optredens kijken. Waar ik ook helemaal wild van ben, dat is van de Vlaamse groep K's Choice. Dat meisje, die zangeres, Sarah, zij heeft de beste stem die ik ooit heb gehoord.

“Ik houd van de Franse taal, het Franse chanson, maar ik ben geen voorstander van quota om het Franse lied te beschermen. Laten ze in Frankrijk eerst maar eens het conservatisme varen dat heerst op de radio. Als ze wat minder de grote sterren zouden grijsdraaien en wat meer de ruimte zouden geven aan jeugdige artiesten, zal vanzelf blijken dat het Franse lied niet bang hoeft te zijn dat het met de dood van de oude vedetten straks allemaal voorbij is.”