EEN VERSTOORDE OLYMPISCHE DROOM

Een olympische droom is in duigen gevallen. Ellen van Langen, winnares van de 800 meter van Barcelona, weet als geen ander wat het is om goud te winnen. Deze week besloot de 30-jarige atlete dat ze haar titel in Atlanta niet verdedigt. Ze is geblesseerd aan haar dijbeen. 'Ik wilde zó graag naar de Spelen.'

Ze spreekt over haar stomme lijf, haar stomme benen. “Soms zie ik mijn lichaam niet als één geheel”, zegt Ellen van Langen. “Dan ben ik er wel, maar mijn benen niet, begrijp je.” Heel af en toe sprak ze haar benen in de jaren van tegenslag zelfs bestraffend toe. Hou het nou eens heel, joh!

Ze heeft, de vele blessures ten spijt, een mooi stel benen. “Ieder mens weet wat zijn goede kanten zijn. Ik heb altijd korte rokjes en broekjes gedragen. Ik heb een hekel aan panties, dus liep ik ook als het koud was vaak met blote benen. De laatste jaren moest ik daarmee erg uitkijken wegens het blessuregevaar. Maar als het kan, doe ik het. Tijdens mijn trainingskamp in Zuid-Afrika heb ik in mijn afgeknipte spijkerbroek rondgelopen. De fysiotherapeut zei dat dat daar eigenlijk niet kon. Daar had ik echt geen erg in.”

Het zal geen toeval zijn dat ze de laatste tijd voornamelijk lange broeken droeg. Want waarom zou ze haar broze ledematen tonen die haar voor de zoveelste keer in de steek lieten? “Het is heel frusterend om steeds weer te moeten stoppen met trainen en lopen.” Ze weet nog niet of ze haar atletiekcarrière wel voortzet, want ze wil op dit moment geen emotionele beslissingen nemen. Maar dat er iets moet veranderen, realiseert ze zich. “Ik heb er op deze manier een beetje genoeg van!”

Over negen dagen zal ze haar titel kwijt zijn. De belangstelling voor haar zal dan wel wegebben, denkt Ellen van Langen. “Want er komen nu weer nieuwe kampioenen.”

Maar die gedachte had ze al eerder. Want na die glorieuze 3 augustus 1992 in Barcelona bleven door vele tegenslagen de aansprekende resultaten uit. “Toch is de aandacht altijd gebleven. Ook nu heb ik weer kaarten gekregen. Veel mensen hebben meegeleefd. Natuurlijk is dat leuk. Altijd zijn er mensen die me aangespreken of die effies zwaaien. Dat is meestal niet erg. Wat ik niet leuk vind, zijn mensen die me aanstaren of stom doen. Hé jongens, daar heb je Ellie van Langen. Ellie, ja. Van dat ouwejongens krentenbrood. Dan moet ik me echt inhouden om geen lullige opmerking te maken.”

Ze lijkt altijd zo geduldig, zet met een stralende lach handtekeningen en zegt er ook nog 'alsjeblieft' bij. “Ik kan ook heel kattig zijn, hoor. Ze moeten vlak voor een wedstrijd niet bij me aankomen. Nee, nu niet. Dan schrik ik weleens van mijn eigen stem. Maar normaal weiger ik nooit een handtekening te geven. Dat is toch niet leuk voor zo'n kind. Ik was vroeger zelf niet zo dat ik handtekeningen verzamelde. In Oldenzaal kwam ik ook geen bekende Nederlanders tegen.”

“Ik heb me weleens afgevraagd wat ze nou met zo'n handtekening moeten. Misschien gooien ze dat papiertje ook meteen weer weg. Het is een modeverschijnsel. Laatst op het vliegveld kwamen er weer wat kinderen op me af. Hoorde ik zo'n jochie aan de anderen vragen van wie hij nou eigenlijk een handtekening had gekregen. Om zoiets moet ik erg lachen.”

Ze zegt niet te zijn veranderd door alle aandacht en overdreven verering. “De mensen doen wel anders tegen je. Je word op een voetstuk gezet. Vaak heb ik dat niet eens in de gaten. Ik ben nog steeds verlegen in een mensenmassa. Dan zou ik het liefst verdwijnen. Ik ben wel wat harder geworden. Heb nee leren zeggen. Dat moest wel, want als je niet uitkijkt, word je geleefd. Ik wil geen dingen meer doen die ik niet leuk vind. Zoals openingen van winkels. Je hoeft niets te zeggen of te doen, je moet er alleen maar bij staan omdat je olympisch kampioene bent. Dat is verschrikkelijk. Stella Jongmans is wat dat betreft anders. Die zegt dat je zoiets gewoon even moet meepikken. Het is wel geld. Maar ik kan het niet.”

Dezelfde Stella Jongmans staat deze maand bloot in Playboy. Van Langen: “Dat zou ik nooit doen. Je moet voor zoiets ook een goede reden hebben. Geld? Dat vind ik geen reden. Maar ik heb er helemaal geen moeite mee dat Stella het wel doet. Ik ben dat blad toch ook meteen gaan kopen?”

Voorspeld werd dat ze rijk zou worden door de olympische plak. Een half miljoen per jaar zou ze minstens opstrijken. Het is er niet van gekomen. “Als het me om het geld te doen was geweest, had ik beter een goede baan kunnen gaan zoeken. Maar ik klaag niet, hoor. Ik heb de laatste jaren ruim kunnen leven. Misschien had ik ook wel meer kunnen verdienen. Maar ik heb nooit voor een wedstrijd gekozen wegens het geld.”

Ze moest in het begin erg wennen aan haar status van sportheldin. Ze kan zich nog herinneren dat ze in 1992 na thuiskomst uit Barcelona voor een huldiging in de Amsterdamse Pijp, waar ze destijds woonde, honger had en even naar de bakker wilde lopen. Haar vriend Hans Koeleman kon haar toen nog net tegenhouden. Hij vroeg of ze wel goed wijs was. “Hij zei dat ik maar eens uit het raam moest kijken. De hele straat stond vol met mensen.”

Natuurlijk moest ze een geheim telefoonnummer nemen. Dat beschouwde ze als een dieptepunt. Lang stelde ze het uit, want ze vond en vindt zichzelf nog steeds een gewone Nederlander die met miljoenen anderen in het telefoonboek hoort te staan. Het kon niet. Ze werd gek gebeld.

Ze trainde voor Barcelona ook al veel, maar nu kwamen de plichtplegingen als olympische kampioene er nog bij. “Voor mijn vriendinnen bleef weinig tijd over. Dat is jammer, want ik geniet ervan om met een stel meiden iets leuks te doen. Ik heb wel geprobeerd zo veel mogelijk contact te houden. Door telefoontjes, soms een kaartje. Ik geloof wel dat ze het begrijpen. Volgende maand gaan we met z'n allen naar een concert van Tina Turner in de Arena. Ik betrapte me er weleens op dat ik moeite had om interesse te tonen voor de dingen die zij doen. Is dat belangrijk dan? Dan schaamde ik me dood. En besefte ik dat iedereen zijn eigen Olympische Spelen heeft in het leven.”

Het is alweer vier jaar geleden dat Ellen van Langen haar gouden medaille won. Maar als ze haar ogen dicht doet, ziet ze de 800 meter van Barcelona weer voor zich. “Ik heb die race misschien tien à vijftien keer op beeld teruggezien. Maar aan het begin van dit seizoen heb ik hem pas voor het eerst in mijn uppie gezien. Ik heb gewoon die band gepakt en in de videorecorder gestopt. Dat had ik even nodig. Ik voelde meteen weer de spanning van toen. En ik voelde me sterk. Ik had iets van: kom maar op, jullie.”

Nu heeft ze geen enkele behoefte om die gouden race te zien. En dat geldt straks natuurlijk ook voor de olympische 800 meter in Atlanta. Eerst was ze van plan op vakantie te gaan. “Ver weg. Ergens waar ze geen televisie hebben.” Maar nu gaat ze waarschijnlijk toch naar Atlanta, op uitnodiging van De Telegraaf waarvoor ze het afgelopen jaar een column heeft geschreven. “Eerst moest ik er niet aan denken om als toeschouwer bij de Olympische Spelen te zijn. Maar daar ben ik van teruggekomen. Misschien is het wel goed voor me. Als ik niet ga, hou ik een afschuwelijke herinnering aan Atlanta. Maar nu kan het misschien nog wel leuk worden.” De 800 meter zal ze daar wel overslaan. “Ik wil ook wel naar atletiek, maar niet naar mijn eigen afstand. Dat lijkt me niet verstandig.”

Ze dacht eindelijk eens een seizoen blessurevrij te blijven. Acht maanden lang kon ze vrijuit trainen. Ze genoot er met volle teugen van. “Dit maakt al die ellende van de afgelopen jaren goed”, zei ze enthousiast. Totdat ze begin juni tijdens een onschuldige training toch weer werd uitgeschakeld. Die spierblessure in haar linkerdijbeen bleek funest. Ze stelde het besluit om niet naar Atlanta te gaan zo lang mogelijk uit. Als laatste dappere, maar wanhopige poging liet ze zich voor de training injecteren. Ze voelde de betreffende spier inderdaad niet, maar wel die er omheen. De droom was toen definitief voorbij. “Ik wilde zó graag naar de Spelen.”

Ze was in Atlanta al met weinig tevreden geweest. Ze leerde door de jaren heen ook blij te zijn met minder dan een medaille. De zesde plaats op de 800 meter tijdens de WK van vorig jaar noemt ze gezien de omstandigheden een betere prestatie dan de olympische titel. “Na die finale in Göteborg voelde ik me ontzettend rot. Ik heb lopen huilen. Is dit het nou? Doe ik het allemaal voor zo'n stomme zesde plaats? Pas later kwam het besef dat het al meer was dan ik had mogen hopen. Dat heeft wel een paar weken geduurd.”

Na elke blessure vocht ze weer terug. En straalde ze als de zon als ze weer een wedstrijd had kunnen lopen. Het getuigde van een enorme wilskracht en een grote liefde voor de sport. Maar het is meer dan lopen alleen, zegt ze. “Ik moet er wel een doel bij hebben. Het is de uitdaging. De wil om te winnen. Veel mensen begrijpen niet dat je daarvoor alles opzij zet. Maar ik begrijp hen weer niet. Zij leven gewoon, laten alles op zich afkomen en na tachtig jaar zijn ze dood.” Wat Ellen van Langen straks zelf ook gaat doen, het zal geen saaie bezigheid zijn.

Een tweede olympische titel zit er niet meer in, maar de eerste pakken ze haar niet meer af. De naam van Ellen van Langen staat voorgoed in de boeken. Eens een olympisch kampioen, altijd een olympisch kampioen. Dat is momenteel een schrale troost. Haar medaille ligt veilig opgeborgen in een bankkluis. “Ik wil niet dat hij gejat wordt. Die plak is me erg dierbaar. Maar ik hoef hem ook niet elke dag te zien.”

In de huiskamer van haar Hilversumse woning herinnert ook niets aan het olympische succes. “Boven hangt wel een foto. Op de kamer van Hans. Maar verder hoeft het niet van mij. In mijn huissie ben ik gewoon Ellen, mét Hans en mét de poes.”

    • Hans Klippus