Dole blundert en staat ver achter op Clinton in peilingen

WASHINGTON, 20 JULI. Terwijl president Clinton gisteren in Atlanta in de gloed van de Olympische vlam stond, kampt zijn Republikeinse uitdager voor de presidentsverkiezingen van 5 november nog altijd met een kwakkelende campagne. Met een reeks kleine en iets grotere blunders heeft Bob Dole, de meest ervaren politicus van de Verenigde Staten, laten zien dat hij als presidentskandidaat nog veel te leren heeft.

Toen Dole zich vorige maand onder algemene loftuitingen van zijn collega's terugtrok uit de Senaat, leek zijn campagne eindelijk van de grond te komen. Nu zou hij zich volledig kunnen wijden aan zijn gooi naar het presidentschap. Bevrijd van zijn leidinggevende positie in de Senaat zou hij niet meer voortdurend verstrikt raken in gecompliceerde parlementaire discussies en compromissen. Hij zou voortaan de ondubbelzinnige taal van verkiezingsleuzen spreken, en zich fel afzetten tegen de zittende president. En hij zou bovenal, zo betoogden zijn politieke medestanders, eindelijk zijn grote achterstand op Clinton in de opiniepeilingen kunnen inlopen.

Van dat alles is nog maar weinig terechtgekomen. Peilingen geven aan dat Clinton - als er nu verkiezingen worden gehouden - op zo'n vijftig procent van de stemmen kan rekenen, tegen Dole amper dertig procent en Ross Perot zestien procent. De geschiedenis leert dat dergelijke peilingen er over enkele maanden heel anders kunnen uitzien, maar toch beginnen ongeruste geestverwanten en partijgenoten al openlijk hun onvrede te uiten over het onvermogen van Dole om zijn campagne vaart te geven en het Amerikaanse volk duidelijk te maken waarom het hem moet verkiezen boven Clinton.

Maar in plaats van voortdurend te hameren op zijn eigen programma - een kleiner overheidsapparaat, vereenvoudiging en verlaging van de belastingen en herstel van traditionele waarden - laat Dole zich verleiden tot discussies die hem alleen maar in een netelige positie kunnen brengen. In een televisieprogramma waarin Dole eerder deze maand samen met zijn vrouw Elizabeth kwam vertellen over hun gezamenlijke autobiografie, bewees hij zichzelf een slechte dienst door in twijfel te trekken of sigaretten wel verslavend zijn. Toen zijn ondervraagster hem daarop vroeg waarom dan bijvoorbeeld de voormalige directeur-generaal van de gezondheidsdienst - C. Everett Koop, een door Reagan benoemde Republikein - daar anders over dacht, antwoordde Dole bozig dat de nog altijd populaire Koop zeker te veel naar “de linkse media” keek, zoals het programma waarin hij optrad. Bedoelde hij soms dat Koop was gehersenspoeld, vroeg de journalist zuigerig. En Dole hapte als een beginneling in de politiek: “Waarschijnlijk wel een beetje”, zei hij, tegen beter weten in.

Even onverstandig was zijn weigering om het woord te voeren op een bijeenkomst van de grootste zwarte organisatie in het land, de NAACP (National Association for the Advancement of Colored People), omdat zijn agenda te vol was. Niet alleen kwam president Clinton wèl opdagen en bleek Dole later gekozen te hebben voor het bijwonen van een honkbalwedstrijd, hij maakte het allemaal nog erger door eerst tegenover journalisten de schuld voor het afzeggen op zijn staf te schuiven en daarna te verklaren, dat de voorzitter van de NAACP hem in de val zou hebben willen lokken. Een onhartelijk onthaal zou zijn deel zijn geweest, meende Dole. Zonder enige noodzaak wekte de presidentskandidaat, die in zijn politieke carrière vrijwel altijd pal heeft gestaan voor de burgerrechtenbeweging, zo de indruk dat de problemen van de zwarte bevolking waar de NAACP zich voor inzet, hem koud laten.

President Clinton zit ook niet zonder problemen: de Whitewater-affaire en vooral de kwestie met de FBI-dossiers die het Witte Huis ten onrechte had opgevraagd, lijken het vertrouwen van de Amerikanen in de oprechtheid van hun president ernstig aangetast te hebben. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze daarom geloven dat hij een slechte president is. De economie staat er goed voor, met een lage werkloosheid, lage inflatie en een begrotingstekort dat sneller terugloopt dan voorzien. En de campagne van Clinton loopt gesmeerd. De kas is niet uitgeput door een felle campagne in de voorverkiezingen, zoals bij Dole het geval is. Toch ziet niet alles er somber uit voor Dole. Hij mag er dan niet in geslaagd zijn de populaire generaal Colin Powell te strikken voor het vice-presidentschap, op de openingsavond van de Republikeinse conventie, volgende maand in San Diego, zal Powell wel een toespraak houden om Dole een steun in de rug te geven. Hoofdspreker van de conventie wordt de eveneens gematigde Susan Molinari, lid van het Huis van Afgevaardigden uit de staat New York. Met de keuze van die twee sprekers laat Dole zien dat de Republikeinse partij niet de gevangene is van christelijk rechts en conservatieven die alleen maar geven om de terugdringing van het begrotingstekort. Het is de opmaat voor de belangrijke keuze van een running-mate, een kandidaat voor het vice-presidentschap, die in de komende weken verwacht wordt en waarmee Dole weer enthousiasme bij zijn achterban kan losmaken.

    • Juurd Eijsvoogel