De ondergrondse na middernacht

Het publiek vindt de metro het meest onveilige vervoermiddel. Vooral 's avonds mijdt menigeen de ondergrondse. Het is nu eenmaal de natuurlijke omgeving voor alles wat het daglicht niet verdraagt.

Het was rustig vanavond in het metrostation Weesperplein. “Ik heb weinig junks gezien.” Rick Williams is achter het loket opgestaan en zoekt zijn sleutelbos. Half één, de laatste passagiers hollen naar het perron. Een zingende fietser, twee meisjes in zuurstok-T-shirts. Ze moeten allemaal mee met de laatste trein richting Amstelveen.

Bestuurder en - vanavond - loketbeambte Williams, een Nieuwzeelander die in 1969 op bezoek kwam bij vrienden in Amsterdam en vergeten is terug te gaan, draait een dun sigaretje terwijl hij de eerste helft van zijn ronde maakt om de hekken van het station te sluiten. “Ik weet nooit precies wat het nut ervan is om eerst de helft van de hekken dicht te doen”, zegt hij. Op zijn uniformjasje steekt een button: same old shit, different day.

Straks, als de laatste, lege metro's voorbij zijn gereden, zal hij de rest afsluiten. Wie dan nog binnen is, moet worden bevrijd door de bewakingsdienst die drie keer per nacht controleert. Vaak gebeurt dat niet. Er ligt wel eens een verslaafde of een zwerver. Ze geven niet echt hinder, zegt Williams. “Ze zijn wel ontsierend. Dat hoort niet bij het vervoersysteem. En er is niks mooier dan een schoon station.”

Die horizonvervuiling kost de metro passagiers. Aan het begin van 1995 constateerde het GVB dat het publiek de metro het meest onveilige vervoermiddel vindt. En al oordeelde de directie dat de ervaren onveiligheid “voor een belangrijk deel subjectief” was, toch had zij maatregelen genomen om die gevoelens “weg te nemen c.q. te verminderen”.

Een van de maatregelen was het plaatsen van lichtmetalen, roodgeverfde bankjes op de perrons. Ze worden op station Wibautstraat dankbaar gebruikt door junks en dealers. Het onveiligheidsgevoel is blijkens een recente enquête onder de passagiers het afgelopen jaar dan ook weer verder toegenomen. Ruim de helft van de antwoorders vindt de stations onveilig.

Als ondergrondse is de metro nu eenmaal de natuurlijke omgeving voor alles wat het daglicht niet verdraagt. Overvallertjes, dealers en tippelprostituées nemen liever de metro dan de bus. Manja Teesink, die nabij eindstation Gein woont en elke dag als forens in de metro zit, peinst er niet over om 's avonds nog met de metro te reizen. “Het is overdag al creepy op sommige stations.”

De avondwinkel onder metrohalte Reigersbos sluit om kwart voor twaalf. “Anders zou ik zes agenten nodig hebben”, zegt bedrijfsleider Berth van Lith. “Of ik word drie keer in de week overvallen.” Na twaalf uur komt er volgens hem alleen nog maar gespuis uit de metro.

Lokettist Williams is ook wel eens overvallen op een avond. Maar hij vindt diefstal door het personeel erger. De geldlade is wel eens opengebroken. Dat moet door collega's zijn gebeurd, denkt hij. De seinlamp is eens gestolen en oude radio's zijn ook niet veilig. Dingen van vijf gulden!

Bang is hij nooit in de nacht. Het glas is drielaags. Geld wordt voor sluitingstijd gehaald door een beveiligingsbedrijf. Williams geniet er juist van en probeert deze dienst zo vaak hij kan op zijn rooster te krijgen. Soms, als het mag, loopt hij 's nachts even door de tunnel. Geel vest aan, veiligheidslamp mee. “Heerlijk.” Het is zo'n acht minuten van station Weesperplein naar het Waterlooplein. “Niet zo ver als in Londen en ook niet zo diep. Op de weg boven je hoofd hoor je de auto's rijden. De tikken als ze van het ene deel van het wegdek op het andere komen.”

Afgeleid door het bezoek is Williams niet op tijd klaar met de tweede helft van zijn ronde. Ineens gaat het licht uit en moet hij tastend verder naar de roltrap. Achter het geruis van de rollende treden klinkt een fluittoon. “Volgens mij is er nog iemand”, fluistert Williams. Maar als hij zijn sleutel in de roltrapleuning heeft omgedraaid en de treden tot stilstand komen, is het helemaal stil onder het Weesperplein.

    • Bas Blokker