Circus Togni is niet meer welkom; Oorlog in de piste

Van de 22 circussen die deze zomer door Nederland trekken, komt bijna een derde uit het buitenland. De markt raakt overvoerd, vinden de Nederlandse circus- directeuren. Met argusogen volgen ze hun concurrenten. Maar het Italiaanse familiecircus Togni kan nergens anders meer naartoe. De 'helden van de traditie': hoelahoepend wachten tot de circusoorlog komt.

De donkere man rent de piste in met een panter op zijn blote schouders. Zijn strakke broek heeft hetzelfde motief als de vacht van het beest. Met een zweep jaagt hij intussen de huis-neushoorn op. De bombastische filmmuziek van Indiana Jones galmt door de circustent; de held gooit de panter op de rug van de neushoorn. Hij springt er zelf bij en berijdt het dier staande. Van grote hoogte kijkt hij de vrouwen op de voorste rijen triomfantelijk aan.

Het optreden van Davio Togni(37), jongste zoon van de beroemde Italiaanse circusdirecteur Darix Togni, is onderdeel van het luidruchtige klassieke programma Il Florilegio (de bloemlezing). Er zijn vuurvreters, zigeuners, koetsen, kamelen, honden, bizons, olifanten, middeleeuwse acrobaten, heksen en jongleurs; de mimeclown Corrado (43) zet de toeschouwers voortdurend voor schut. Applaus komt vanzelf, er is geen spreekstalmeester die erom vraagt. De muziek schalt tot aan de kroonluchter en de pluche, donkerrode balkons in de hoogte.

Buiten het chapiteau staat naast iedere kleurig beschilderde woonwagen een satellietschotel, opdat de circusleden de Italiaanse shows, soaps en het journaal kunnen ontvangen. Eronder schuilen kippen voor de regen. Het terrein in het Amsterdamse Watergraafsmeer is rommelig: tussen de waterslangen, caravans en hekken ligt kippen-, olifanten-, bizon-, en hondenpoep. Het is opvallend stil, de herrie van de voorstelling in de tent dringt hier niet door. Een Indiase sjouwer begeleidt de neushoorn naar buiten en rent dan door de regen naar zijn caravan, waar zijn collega's televisie kijken. Ook het nijlpaard heeft zijn optredens voor vandaag achter de rug en hijst zijn lichaam over de rand van zijn bad.

Jaloers

Circus Il Florilegio van Darix Togni is een van de 22 grote en kleinere circussen die deze zomermaanden in Nederland rondreizen. De markt is 'overvoerd', vindt D. Hendriksen van het landelijke Circus Informatiepunt. Veertien circussen zijn Nederlands, de rest komt uit Duitsland, Frankrijk en Italië. De concurrentie van buitenlandse circussen is zo groot, dat de gevestigde Nederlandse circussen dit jaar een Vereniging voor Circus Ondernemers (VNCO) oprichtten om hun gezamenlijke belangen te behartigen. Ze hopen dat gemeenten die gemiddeld maar drie speelvergunningen per jaar te vergeven hebben, voortaan strenger selecteren in het aanbod van goede en minder goede programma's.

Met name veel buitenlandse circussen vallen volgens de VNCO in die laatste categorie. Liefst zag Hendriksen alleen het grote Duitse Circus Krone en het Canadese Cirque du Soleil in Nederland. Zij zijn volgens hem goed voor de reputatie van het circus bij een breed publiek. De vereniging waarschuwt dan ook voor de overige uitheemse concurrenten die “hier neerstrijken, geen goed produkt leveren en daardoor de naam van het circus in diskrediet brengen”. Met veel dieren, zoals bij Togni, ben je er nog niet, zo luidt de kritiek. Het Nederlandse Circus Renz en de Wintercircussen ogen inderdaad professioneler dan bijvoorbeeld Il Florilegio. Maar Circo Togni kent daarentegen weer de charme van de humor en de overgave waarmee de familie traditionele circustrucs uitvoert.

De familie Togni kent de bezwaren van de Nederlandse circuswereld. Max (22) voorspelt zelfs een 'circusoorlog'. Nu zijn vader Livio in Italië verblijft, neemt hij hem waar als zakelijk leider. Volgend jaar, zegt Max, zullen alle Nederlandse circussen een front vormen tegen de buitenlandse. Hij verwacht dat Nederlandse autoriteiten hun vergunningenbeleid zullen aanpassen aan de wensen van de Nederlanders: “Het is logisch dat zij hun nationale markt beschermen”. Max vermoedt ook dat Nederlandse circusdirecteuren “jaloers zijn op ons wereldberoemde circus”. Aan de muur hangt een foto van zijn vader met de paus en in de promotiemap zit een brief van Jaques Chirac die als toenmalige burgemeester van Parijs het gezelschap verwelkomde. Dat was in de tijd dat buitenlandse circussen in Frankrijk nog gewenst waren.

Frankrijk heeft een protectionistisch circusbeleid en geeft amper vergunningen aan buitenlandse ondernemingen. In Italië, waar volgens Max wel driehonderd circussen zijn, is de markt verzadigd. In Duitsland zijn de belastingen voor buitenlandse circussen te hoog en in Zwitserland en Oostenrijk regeert de grote circusnaam Knie. En dus blijft alleen de krappe Nederlandse markt over.

Dankzij het slechte weer komt er in Amsterdam veel publiek - elke voorstelling zo'n driehonderd mensen, meestal gezinnen. Goed management en een goede naam zijn in deze tijden essentieel voor een circus, zegt Max. In Tilburg, Purmerend en Spijkenisse was de opkomst abominabel, met minder dan honderd bezoekers per dag. De huur van het terrein in Watergraafsmeer bedraagt vijfhonderd gulden per dag en het circus heeft zo'n veertig mensen in dienst. Maar ook al verdienen de Poolse en Indiase sjouwers nog geen duizend gulden per maand, de salarissen tikken aan.

Zaagsel

Ondanks de problemen zal deze tak van de familie Togni het circus nooit opgeven, zeggen alle familieleden resoluut. Ze kennen geen ander leven dan het circusbestaan. Zonder een spoor van ironie doen ze uitspraken van het type dat ook in het programmaboekje staat. “Het zaagsel zit in ons bloed”, zegt Corrado. Zijn broer Davio wijst op de traditie van vier generaties Togni's die zij moeten voortzetten. “Dat is geen keuze, maar een opgave.” Samen met hun oudere broer Livio vormen Corrado en Davio de spil van het gezelschap. Hun moeder, de weduwe van Darix Togni, zingt nog iedere dag een operalied tijdens de voorstelling.

In de loop der jaren is een natuurlijke rolverdeling ontstaan: Livio is zakelijk leider, Corrado is de clown en Davio is de held die verantwoordelijk is voor de spectaculaire stunts. Onder leiding van Corrado zou het circus binnen drie weken platliggen, zeggen veel artiesten, en ook Davio is geen leider. Livio rijdt gewoonlijk iedere ochtend om acht uur al rondjes om te zorgen dat iedereen opstaat. In zijn afwezigheid strompelen sommigen pas om kwart over negen over het terrein naar hun werkzaamheden.

Allemaal zeggen de circusartiesten zich geen leven te kunnen voorstellen op één plek, zonder optreden, zonder applaus. En allemaal zuchten ze daarbij. “De meeste burgers zouden dit bestaan niet volhouden. Het is 365 dagen per jaar circus”, zegt Davio. “Om de zoveel dagen is het opbouwen. Dan trainen, optreden en weer afbouwen.” Bij de Togni's is alles, van de wieg tot het graf, circus. Het lijkt alsof de artiesten niet eens verder kùnnen denken dan de circuswereld, zelfs als zij de ogenschijnlijke romantiek relativeren. Zoals Carnevale (40), een lange imposante man met een klein sikje en een onheilspellende blik in zijn ogen. Hij behoort niet tot de Togni-familie. “Ons gaat het alleen maar om het geld”, zegt hij. “Een artiest zal altijd naar een klein, minder goed circus vertrekken als hij daar beter wordt betaald.” Maar een geheel andere baan, die meer oplevert dan bij het bestbetalende circus, dàt is ook voor hem onvoorstelbaar.

Dat geldt ook voor de artiesten die zich bij de Togni's hebben aangesloten. De Nederlander André van de Bosch bijvoorbeeld, was vroeger pastoraal werker. Tegenwoordig reist hij mee in zijn woonwagen, ieder seizoen dat Togni in Nederland is. Hij verkoopt de toegangskaarten en adviseert de leiding over Nederland en de gunstigste gemeenten om op te treden. Ook de Franse Delphine (23) wil geen ander leven meer. Drie jaar geleden pakte ze haar tassen en sloot ze zich in Frankrijk als danseres en kokkin bij de Togni's aan. Carnevale, die ook buiten de piste voortdurend zijn stem verheft, was bakkerszoon en werd op zijn achttiende verliefd op een artieste bij Togni, met wie hij trouwde. “Geen moment”, roept hij, “heb ik spijt dat ik mij bij het circus voegde.” Hij heeft zijn vijftienjarige zoon dan ook opgeleid tot jongleur.

Zoenen

Het gezelschap leeft opvallend harmonieus samen. 's Ochtends werken de mannen aan het onderhoud van de wagens of het chapiteau. Ze dicussiëren op hoge toon en met wilde gebaren, maar op ruzie loopt het zelden uit. Tussen de middag en 's avonds voor de voorstelling, sluit iedereen zich op in zijn woonwagen. De gordijntjes zijn dichtgetrokken en het terrein is doodstil. Niemand klopt zomaar aan bij een ander. “Het is de enige plek die we voor onszelf hebben”, zegt Delphine. Ze roert in een grote pan met pastasaus, die zij elke dag klaarmaakt voor de gezamenlijke maaltijd na de avondvoorstelling. “Als ik genoeg heb van de anderen trek ik me terug. Godzijdank heb ik een wagen voor mezelf.” De sjouwers daarentegen, leven opeengepakt in wagens met kleine cabines van ongeveer zes vierkante meter. Toch trekt de groep vaak ook na de avondvoorstelling met elkaar op. Dan gaan ze barbecuen of naar een discotheek. “Niet verplicht, maar wel gezellig”, zegt een van hen.

Twee Limburgse meisjes van zestien zagen Il Florilegio in Heerlen en volgen het circus sindsdien door Nederland. Ze logeren voor de gelegenheid bij familie in Utrecht en zijn elke dag op het terrein in Amsterdam te vinden. Italiaans, de voertaal in het circus, spreken ze niet. “Verliefd zijn we ook niet”, zeggen ze, en veel aandacht van de artiesten krijgen ze evenmin. Maar ze nemen genoegen met gratis entree en een aai over de bol van de grote tovenaar Francesco Carnevale tijdens de voorstelling. “In Heerlen stond de Dierenbescherming meteen op de stoep, echt zo belachelijk”, klagen de meisjes. Over dierenmishandeling willen de meisjes niets horen. “Ze zijn hartstikke lief voor die beesten.” Dan bekent het oudste meisje dat ze toch “iets heeft gehad” met één van de Italianen. Later die week, als de twee fans weer naar het zuiden zijn vertrokken, staat hij bij de tramhalte te zoenen met een ander meisje.

Afwijkend gedrag wordt getolereerd, mits iedereen zijn werk uitvoert. Niemand klaagt over de kleine oude man Verna met zijn lange grijze baard, die al 26 jaar de paarden van circus Togni verzorgt. De hele dag door praat of schreeuwt hij op bestraffende toon tegen de dieren. Oorspronkelijk komt hij uit Duitsland, maar waar vandaan precies weet niemand. Hij spréékt geen Italiaans, hij gromt het. Terwijl Delphine, en de Colombiaanse danseressen Claudia en Estella zich omkleden voor de voorstelling, gaat Verna verderop weer tegen een paard tekeer. De meisjes vertrekken geen spier en praten rustig verder over het touw waarvan Claudia last heeft tijdens haar optreden. Tijdens de maaltijd later op de avond, wagen twee kinderen zich te dicht bij Verna in de buurt. Hij snauwt als een bedreigde tijger en de kinderen stuiven bij hem vandaan. Ze doen het erom, niemand kijkt ervan op.

“Iedereen beseft dat we elkaar nodig hebben”, zegt Corrado. Spanningen zijn er wel, maar niemand gaat te ver. Het circusleven vereist onderling vertrouwen: de artiesten moeten erop kunnen rekenen dat de tent goed wordt opgebouwd en dus stabiel is. In de trapeze moet Corrado ervan op aan kunnen dat Davio hem niet laat vallen. Zonder de sjouwers hebben de artiesten geen tent, en zonder de artiesten hebben de sjouwers geen circus om bij te werken. Maaltijden komen er niet als de vrouwen zich niet inzetten, woonwagens worden niet onderhouden als de mannen niet verven, timmeren en lakken. Als de dierenverzorgers de hekken niet goed sluiten, lopen er tijgers of een panter over het terrein.

Iedereen heeft een functie, de meesten hebben er wel drie. Odete, de vrouw van Davio, is hoelahoep-artieste en maakt de meeste kostuums. De danseressen verkopen tijdens de pauze popcorn en frites. Franz, een kleine, oude Sloveen met een scheve neus en grijswit haar, die vroeger beren liet dansen en tegenwoordig grappen met poedels maakt, zorgt dat iedereen betaalt om de 'dierentuin' te bekijken. Franz werkt al tien jaar bij Togni. Zijn vrouw en zoon wonen in Engeland, hij ziet ze maar één keer per jaar.

Het systeem is rigide. Medelijden kan niemand zich veroorloven. Dus moet de Poolse sjouwer die vanmiddag zijn vinger brak, vanavond gewoon de kisten de piste in sjouwen. Hij knijpt zijn ogen dicht van de pijn. En ook Claudia moest ondanks ernstige hoofdpijn gisteravond toch hoog in de tent aan een touw hangen en haar razendsnelle rondjes draaien. Ze doen er laconiek over - zo is het nu eenmaal.

Drie kinderen treden soms op tijdens de clownsact van Corrado. Wat nu als ze verpleegster willen worden of geen circuskunstjes onder de knie krijgen? “Onmogelijk!” zegt Davio. “Niet kunnen, bestaat niet. En niet willen, evenmin.” De meeste kinderen gaan naar school, de Italiaanse circusschool wel te verstaan, of ze reizen het hele jaar door met de familie mee. Toch is het niet alleen gebrek aan reguliere opleiding die de Togni's ervan zou weerhouden een ander vak te kiezen. Max bijvoorbeeld heeft economie gestudeerd, maar blijft bij het circus.

Machtsstrijd

Om de zoveel tijd vertrekt bij Togni een artiest wegens 'spanningen', zoals onlangs een paar Roemeense acrobaten. Daarover praat niemand meer - het circus draait door en daar gaat het om. Maar als de jongere generatie volwassen wordt, ontstaan in elk circus problemen, zegt Max. “Een machtsstrijd om het leiderschap.” Bij Togni is dat nog niet aan de orde, omdat de oudste kinderen van Corrado en Davio nog maar net in de puberteit zijn. Maar over tien jaar voorziet hij een breuk. Hij haalt zijn schouders op: “Dan ontstaan er nieuwe circussen”. In het Circus American van de neven van Livio, Corrado en Davio zijn wel al drie volwassen generaties. Daarvan is de jongste generatie onderling gebrouilleerd en het circus ligt momenteel dan ook stil.

Il Florilegio voorlopig niet, integendeel. Het Amsterdams publiek was laaiend enthousiast. Na een maand trekt het gezelschap verder naar Leiden. Ten minste twintig vrachtwagens hebben de sjouwers volgepakt: de kroonluchter ligt scheef tussen de opgestapelde bankjes. Tussen de hekken, kisten en stellingen balanceren twee fietsjes van Davio's kinderen. De olifanten, ganzen, bizons en tijgers staan rustig in de vrachtwagens. De neushoorn heeft zijn eigen auto.

De familie Togni is nog even de stad in. Een acrobaat loopt tussen de wagens zijn lichaam op te rekken. Hij doet dat altijd, ook nu hij pas over twee dagen hoeft op te treden. De oude Verna scheldt nog wat tegen het paard dat hij de vrachtwagen in moet krijgen. Hij draagt dezelfde smoezelige spijkerbroek als altijd.

Stipt om één uur klimt iedereen in zijn wagen. Eén voor één draaien de enorme rode vrachtauto's, met caravans en aanhangwagens erachter, het terrein uit. Het verkeer op de weg moet voor de stoet van ruim 35 wagens stoppen. Carnevale, die altijd bepaalt wie zijn wagen waar mag parkeren, sluit met zijn caravan de stoet. Op het lege terrein ligt alleen nog een berg zaagsel. Verderop langs plakt een plakker nieuwe theateraffiches, over de felgroene posters van Il Florilegio.

    • Frederiek Weeda