Chinezen zappen van propaganda naar Baywatch

PEKING, 20 JULI. Baywatch, de populaire Amerikaanse strandserie, is sinds enkele maanden ook te ontvangen in de huiskamers van Chinezen. De televisieserie, waar per aflevering meer onbedekte lichaamsdelen in worden voorgeschoteld dan de gemiddelde Chinees zijn hele leven lang te zien krijgt, geniet opmerkelijk genoeg de goedkeuring van hogerhand.

Want programma's die niet stroken 'met de gevoelens en het cultureel erfgoed van Chinezen' worden onherroepelijk uit de ether genomen.

De screenafdelingen van het ministerie van Radio en Televisie en de verschillende televisiestations keuren het grootste gedeelte van het televisie-aanbod uit het Westen al af voor uitzending. Een groot aantal mensen binnen de regering in Peking vindt dat meer dan terecht omdat ze kritiek hebben op de invloed van buitenlandse (hoofdzakelijk Amerikaanse en Europese) televisieprogramma's en pleiten voor een versterkte opbouw van de Chinese televisie-industrie.

Het idee dat het Westen, en met name de Verenigde Staten, China cultureel tracht te infiltreren, slaat, door het toenemende aantal confrontaties met de VS en andere landen over Taiwan, Tibet en de mensenrechten, bij een steeds groter deel van het Chinese leiderschap aan. Dergelijke ideeën worden tevens gevoed door invloedrijke linkse intellectuelen als Deng Liqun, de vroegere secretaris van Deng Xiaoping en het voormalig hoofd van de Chinese academie voor sociale wetenschappen. Deng Liqun zou de huidige Chinese politieke top de afgelopen maanden herhaaldelijk hebben geadviseerd zich te wapenen tegen een 'vreedzame evolutie'. Met deze oorspronkelijk door Mao Zedong geïntroduceerde term wordt, in tegenstelling tot een gewelddadige onderwerping van China door het Westen, de stille penetratie van Westerse ideologieën en waarden bedoeld.

“Met hun gigantische media-apparaat trachten de VS de sociaal-economische ontwikkeling in China en andere socialistische landen te ondermijnen”, schreef het Chinese dagblad Youth Daily afgelopen najaar.

Anderen vinden dat het aanbod aan Amerikaanse en Europese films beschouwd moet worden als een sociaal en niet een politiek probleem. De moeder van een driejarig jongetje bijvoorbeeld, aangehaald door China Daily-journalist Chong Zi, klaagt over de invloed van vrijscènes in buitenlandse films nadat haar zoontje in zijn neus was gebeten door een vriendinnetje dat hem daarbij had meegedeeld van hem te houden.

's Lands leiders zijn met name bezorgd omdat de televisie-industrie in de afgelopen zeventien jaar explosief gegroeid is. China beschikt over een kijkerspubliek van 850 miljoen mensen en sinds 1978 is het aantal televisietoestellen per 100 Chinezen gegroeid van 0,3 naar 23 in 1995. De Chinese autoriteiten zijn zich zeer goed bewust van de enorme invloed die de televisie op de bevolking heeft.

Bij een dergelijke groeimarkt (China beschikt momenteel over 766 televisiestations tegenover 38 in 1979), is echter een groot tekort ontstaan aan 'goede' programma's die voldoen aan de partijnormen. Dat is ook de belangrijkste reden waarom Amerikaanse series als Dynasty, Dallas, L.A. Law en Baywatch langzamerhand de Chinese markt hebben veroverd.

Su Houfen, de adjunct-hoofdredacteur van Beijing TV, vindt dat zorgelijk. “Goede programma's uit het Westen zijn natuurlijk welkom”, zegt Su. “Een film als The Bridges of Madison County [waarin een boerenvrouw uit Iowa, na een korte liefdesaffaire met een fotograaf, besluit trouw te blijven aan haar passieloze man], is goed en appelleert aan traditionele Chinese familiewaarden, maar er wordt ook erg veel rommel aangeboden.”

Su “ergert” zich aan de oppervlakkigheid en “het gemak” van programma's uit het Westen. “Amerikaanse en Europese tv-programma's worden overspoeld door mannen met staartjes”, zegt Su, die met name het aanbod uit Europa beneden de maat vindt. “Heeft u ooit meegemaakt dat dergelijke mensen gewichtige functies hebben? Het staat te ver van de mensen af. Chinezen hebben behoefte aan programma's die met hun eigen dagelijkse leven te maken hebben.”

Su erkent dat de verantwoordelijkheid voor het presenteren van dergelijke programma's onder andere bij de adjunct-hoofdredacteur van Beijing TV zelf ligt en dat is volgens hem ook de reden waarom Beijing TV “er alles aan doet” programma's te maken die voldoen aan de door hem vastgestelde behoefte. Produktinformatie, verkeersproblematiek en de huizenmarkt, dat zijn volgens Su de onderwerpen waar meer belangstelling voor bestaat dan Westerse televisieseries.

Volgens Sun Yusheng, programmamaker bij China's centrale staatstelevisie, hebben Chinezen vooral behoefte aan nieuws. “Het journaal geniet de hoogste kijkdichtheid in heel China.” Zo zou overeenkomstig de gegevens van de centrale staatstelevisie ruim 45 procent van China's 850 miljoen kijkers 's avonds inschakelen op het avondjournaal. Sun begrijpt die honger naar nieuws goed. “70 procent van onze kijkers bestaat uit boeren, en veel van hen hebben geen krant, maar wel een televisie. Het nieuws houdt hen betrokken bij de ontwikkelingen in China.”

De reden dat Chinezen liever buitenlandse dan Chinese programma's zien is volgens Sun de geringe kwaliteit van de Chinese televisie- en filmindustrie, waar, aldus de programmamaker, nog hard gewerkt moet worden aan professionalisering. Ook de Chinese media hebben herhaaldelijk kritiek geleverd op de goedkope soaps die, aldus de China Daily, “hoofdzakelijk spelen in dure hotels, restaurants en disco's, en zich concentreren rond handelingen van rijke mensen in design-kleren”.

Chinese filmmakers zouden zich volgens China's president Jiang Zemin beter kunnen richten op produkties die 's lands hervormingen en moderniseringen reflecteren. In een artikel in het Volksdagblad van vorige maand adviseerde Jiang de produktie van “meer goede militaire films, om op die manier het patriottisme en revolutionaire heldenmoed levend te houden”.

Maar goede programma's of films maken is niet eenvoudig in China volgens Rowan Simons, de Britse directeur van een media-adviesbureau in Peking. Simons, die heeft meegewerkt aan de opzet van televisieprogramma's voor Beijing TV, vertelt dat de zelfcensuur, waaraan Chinese programmamakers zich hebben te houden, de creativiteit sterk beperkt. “Als je te ver gaat komt het altijd weer op je eigen bureau terecht.”

Bovendien moeten alle programma's volgens de voorschriften van het ministerie van Radio en Televisie informatief of educatief zijn. “Geen wonder dat de Chinese televisienetten worden overspoeld met educatieve spelletjesprogramma's en cursussen kalligrafie en autoreparatie”, aldus Simons.

Toch hebben Chinese programmamakers wel hun methodes om de strikte regels te ontduiken. “Laatst zag ik een programma voor middelbareschoolleerlingen, waar in het Engels werd gediscussieerd over het hebben van vriendjes en vriendinnetjes. Courting at school, heette het. Daar werd openlijk een onderwerp behandeld dat in het Chinees onbespreekbaar zou zijn geweest. Achteraf kregen de studenten punten voor hun Engelse spreekvaardigheid.”

Kwalitatief heeft China echter nog een behoorlijk lange weg te gaan, meent Simons. En zolang Chinese programmamakers gedwongen zijn zich primair te concentreren op het presenteren van propaganda, of het nu om televisieshows of films gaat, blijft de strijd tegen de zeer professionele buitenlandse televisie-industrie een onmogelijke opgave. Chinese kijkers schakelen dan liever in op Baywatch in plaats van de eindeloze reeks nieuwsberichten over buitenlandse staatsbezoeken aan China.

Het Chinese ministerie voor Radio en Televisie richt zich onderwijl op het promoten van films waarin buitenlanders worden afgebeeld als ongeciviliseerde en lachwekkende schepsels.

In Foreign gals in Beijing, een 20-delige serie over het leven van buitenlandse studenten in China, wordt een xenofobische traditie voortgezet wanneer gesuggereerd wordt dat mensen in het Westen weliswaar meer geld hebben maar dat in China een betere moraal wordt gehandhaafd.

Zo blijkt Jessie, een verwende Amerikaanse studente, het voorzien te hebben op Li Tianming, een getrouwde reisleider. “We houden toch van elkaar? Waar wachten we dan op?” zegt Jessie, terwijl ze naast Li op bed zit. “Ben je naast je vrouw niet in staat van een ander te houden?”

    • Floris-Jan van Luyn