Burgerluchtvaart

In NRC HANDELSBLAD van 13 juli staat dat minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) in het kader van de veiligheid van de burgerluchtvaart wil laten nagaan, of het nuttig is voor luchtvaartbedrijven en sportvliegers een wettelijke aansprakelijkheids/verzekeringsplicht in te voeren. “Hiermee zouden dan ongedekte financiële risico's kunnen worden vermeden.”

Eens te meer blijkt dat de minister - en daarmede het grootste deel van de bewindslieden en politici - de General Aviation zeer onvoldoende kent. Correct is, dat de Nederlandse General Aviation, in tegenstelling tot die in het buitenland, die verzekeringsplicht niet kent. Kennelijk heeft ook de Rijks Luchtvaart Dienst dit nooit nodig gevonden.

De feiten zijn echter, dat in de Nederlandse General Aviation niet één vliegtuig onverzekerd rondvliegt. Deze branche kent al sinds jaar en dag zijn verantwoordelijkheden. Ook op dit gebied.

Het voornemen van de minister is het zoveelste bewijs dat bestuurlijk en politiek Nederland de General Aviation ziet als een branche, waar enerzijds cowboys en vrijbuiters het voor het zeggen hebben en die anderzijds voor de Nederlandse economie zonder waarde is.

Voor de Vereniging van Nederlandse Luchtvaart Ondernemingen (VNLO) is hiermee de maat wel vol. Na het zomerreces zal deze organisatie namens haar leden de minister helpen herinneren aan een aantal toezeggingen die aan deze branche zijn gedaan, zoals die rond de financiële gevolgen van het reclame-sleepverbod op zondag en de drastisch verhoogde tarieven van de Rijks Luchtvaart Dienst, met name voor de General Aviation. Ministerie en RLD lappen te veel afspraken aan hun laars.