Bunker voor kernafval in 2001 gereed

ROTTERDAM, 20 JULI. De Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA) in Borssele moet in 2001 gereed zijn voor het ontvangen van Nederlands hoogradioactief afval dat in Frankrijk is opgewerkt. In januari 1997 begint de bouw van een opslagbunker.

De ontwerpbeschikking voor het bouwen van de opslagbunker, opgesteld door het ministerie van Economische Zaken, ligt vanaf maandag op verschillende plaatsen ter inzage.

Nederland heeft met Engeland en Frankrijk langlopende contracten gesloten voor het opwerken van uitgewerkte splijtstaven. De splijtstaven van de kerncentrale Borssele gaan naar de opwerkingsfabriek van de COGEMA in La Hague in Frankrijk, die van de kerncentrale Dodewaard gaan naar Engeland.

Opwerken houdt in dat het mengsel van ontstane produkten wordt gescheiden in een nog bruikbaar deel (het resterende uranium en plutonium dat is ontstaan) en een onbruikbaar deel (de splijtingsprodukten). Dit laatste deel is het zogeheten hoogradioactief afval (HRA).

Het HRA wordt gesmolten in glas en verpakt in vaten. Nederland is krachtens internationale verdragen verplicht het terug te nemen en zelf voor eindopslag te zorgen. Het uit de spijtstofstaven afgescheiden uranium en plutonium blijft voorlopig in La Hague.

Volgens COVRA-directeur dr. H.D.K. Codee zijn inmiddels al enkele bezwaren binnengekomen op de vergunningsaanvraag van de opslagbunker, maar hij verwacht niet dat deze de bouw zullen ophouden. Deze zal over enkele maanden beginnen en moet eind 2000 klaar zijn. De bunker zal betonnen muren krijgen van 1,5 meter dik.

Hoewel het totale volume van het Nederlandse HRA niet meer dan 50 kubieke meter vormt, meet de bunker 40 bij 60 meter bij een hoogte van 20 meter. Deze overdimensionering is nodig omdat de vaten nog warmte produceren; de lucht ertussen moet kunnen circuleren. Voor de koeling van HRA is geen koelinstallatie of een waterbassin nodig, aldus Codee. Er komen geen radioactieve stoffen naar buiten.

Wanneer het plutonium eruit gehaald is, blijft de radioactiviteit van HRA niet oneindig lang hoog. Na 10.000 jaar is de radioactiviteit minder dan van uraniumerts. De opslag in de COVRA-bunker vormt waarschijnlijk een tussenopslag. De komende generaties moeten beslissen of het afval geologisch wordt geborgen (bijvoorbeeld in zoutkoepels of in kleilagen) of dat het door het inschieten van kerndeeltjes in onschuldige elementen moet worden omgezet. Dit laatste, waarvoor in het ECN te Petten proefnemingen zijn gedaan, lijkt vooralsnog te duur.

Naast het afval van de kerncentrales Borssele en Dodewaard zal de COVRA ook het afval van de proefreactoren in Delft en Petten opbergen. Het afval van Petten moet in 1998 al worden opgeborgen. Uit de ontwerpbeschikking die ter inzage ligt, blijkt dat hiervoor een vergunning voor tijdelijke opslag in bestaande gebouwen is aangevraagd. Volgens Codee betreft dit nog geen kubieke meter afval. Dit afval is echter niet opgewerkt.