Bevlagde galg

Ik zit in Atlanta, het grootste gekkenhuis van de wereld en blijf maar denken aan de zwartgeblakerde ogen van Miguel Indurain. Aan een reus in verweer tegen zichzelf, op weg naar zijn eigen Pamplona. Aan de schaar van zijn eens zo machtige dijen die helemaal dicht ging. Definitief. Het verleden was toen al verzegeld in de herinnering, het schitterende geweld van jaren herleid tot een embleem van plicht.

Nog een keer, in die dramatische etappe, stond de mond wijd open als de vleugels van een reiger. Dat moet het laatste beeld blijven. Indurain is nu weer van de goede mensen in Villava. Het anonieme dorp waar oponthoud nog een eer is. Waar de tijd voor iedereen vermagert tot er niets meer is, alleen nog een waarom. En hij mag vooral niet naar Atlanta komen. Verlangen naar een olympische medaille is in zijn geval bedelen om moord. Statusmoord.

Eigenlijk zou geen enkele wielrenner zich in Atlanta - deze bevlagde galg - mogen laten zien. Om het met wijlen Melina Mercouri te zeggen: “Coca Cola heeft het Parthenon verslagen”. En dus heeft Atlanta een renner niets meer te bieden dan de glorie van een kermiskoers. Voor wie deelachtig is geweest aan de heroïek van de Tour de France is dat verraad aan het eigen palmares. Hier, in de hoofdstad van The Deep South, is God bobo geworden, met Florence Griffith als dubieuze maitresse. Voor zo'n monstrum rijden renners, die weten wat sterven is, zich niet in het zweet. Nederland heeft er een nieuwe God bij. Hein Verbruggen is nu ook opgeklommen tot IOC-lid. De wielerpaus in het kielzog van Samaranch en Nebiolo, ik wil er niet aan wennen. De charme van de voorzitter van de Internationale Wielerfederatie is altijd geweest dat hij geen hoge kraag opzette voor het lomp gekerm om de dagelijkse dingen. Hij kende de binnentaal van het peloton en sprak de renners na: taal uit het middenrif. Verbruggen had wel het aureool van een bobo, maar hij was het niet. Meer sterveling dan patriarch wist hij dat eenzaamheid ook een deugd kan zijn. Voor het overige verloor Hein zich graag in de geur van het ogenblik, voor, tijdens en na de koers. De dag na zijn olympische hemelvaart zag ik hem drentelen in de lobby van het majestueuze IOC-hotel. Rondjes draaien met de mooie onbestemdheid van een onbevlekte maagd. Het nieuwe IOC-lid groeide nog niet in de spiegel van het marmeren orgasme om hem heen. Hij groette hoffelijk en jawel, de woorden bleven warm. De retoriek van ijs was nog niet over hem heen gegaan. Tot Anton Geesink en een Koreaanse collega hem de hand kwamen schudden. Opeens werd zijn mond kouder dan de stad. En nog erger: zijn glimlach bevroor.

De olympische familie is zo koud als de graten van een forel. Doodgesponsord, dat ook. Niemand ontsnapt aan de uniformisering van de reclamezuilen. Sergei Boebka niet, Michael Jordan en Ronaldo niet, Placido Domingo niet, Piet Zoomers en de huurmeisjes van Content Beheer niet en ook Hein Verbruggen niet. Sport als randverschijnsel van een grote reclame-schreeuw, dat is Olympia. De Spelen als opstapje naar de wereld voor Randstad en Kroonworst: ik begrijp Stella Jongmans wel - dan maar bloot in Playboy. Niet de atleten, Nike en Canon willen het heelal een kunstje laten zien. En Nationale Nederlanden natuurlijk, die schreeuwlelijk die zich als de meest weerzinwekkende moloch op alles wat naar sport ruikt heeft geworpen. NN is een schuimbekkend delirium, de goudkoorts ver voobij. In het Holland House werd ik gisteravond op mijn sentimentele achterlijkheid gewezen. Sprekend over een bezoekje aan de graftombe van Martin Luther King gierde een van die sponsor-skeletten me smalend toe: 'Man, er is in deze gigantische beursstad wel wat anders te zien dan een graftombe.' Hij lachte zich een scheurbuik, kneep vervolgens de lippen samen tot een scheermes en zei: “Marten Luther King, gatverdamme. Weet jij dan niet dat dat stuk dominee vreemdging bij het leven? Hij had meer wijven dan volgelingen.”

Atlanta: het is niet alleen het wereldrecord speerwerpen, vooral niet. Het is een litanie van barbaren met hun gore humor, hun wansmaak en hun geld. Het laatste geluid van een gekeelde kip staat misschien wel dichter bij de beschaving dan het Holland-house rumoer van provinciale parvenu's uit Drenthe. Die marteling kan Miguel Indurain er heus niet meer bij hebben.