wie dood is heeft geen ziel; Meesterlijke herhalingen in verzen van Duoduo

Duoduo: Er is geen nieuwe dag, gedichten. Vert. Maghiel van Crevel. Uitg. Meulenhoff, 39 blz. Prijs ƒ 29,90

Duoduo is het pseudoniem van Li Shizheng, een Chinese dichter die in 1951 in Peking geboren werd, maar sinds 1989 als balling in Europa leeft. Duoduo was het koosnaampje van het jong gestorven dochtertje van Li Shizheng. De letterlijke betekenis is 'Veelveel'.

Na lezing van Er is geen nieuwe dag lijkt dit pseudoniem een knipoog naar het grondbeginsel van Duoduo's poëzie. In de door Maghiel van Crevel gekozen en vertaalde gedichten is veelvuldige herhaling immers een opvallende stijlfiguur. Wat mij betreft het opvallendst in het gedicht 'Nog altijd'. Zoals 'Lamento' van Remco Campert ontleent dit vers zijn elegische kracht aan dat ene woord, 'altijd' - dat strofe na strofe de eeuwigheid intilt.

(-) het is sneeuw uit de herinnering

die de herinnering verzwaart

het is waar de sneeuw in achterblijft

wat de sneeuw nu komt bedekken

het is de sneeuw, die de bladzijde

omslaat

omslaat, en nog altijd

liggen graanveld en grafveld in de

winter naast elkaar

worden vier ellendige bomen juist op

deze plek geplant

kolkt oud licht het verhaal in, barst

uiteen buiten de taal

barst uiteen, en nog altijd (-)

Dit is slechts een fractie van het twee pagina's lange gedicht, maar zelfs een kort citaat maakt, denk ik, duidelijk hoezeer Duoduo de herhaling poëtisch beheerst.

Een zelfde meesterschap blijkt uit het dubbelgedicht 'De afgesloten richting' en 'De onafsluitbare richting'. Wat de linkerpagina bevestigt, wordt op de rechterbladzij ontkend of anderszins tot tegendeel gemaakt. 'Pas wie dood is heeft een ziel' wordt dan 'ook wie dood is heeft geen ziel'. En waar het achtergelaten woord omschreven wordt als 'zaad dat door beton gaat' verbeeldt de contravorm het achtergelaten zaad als 'een in beton doodgemetseld woord'. In de Nederlandse poëzie ken ik maar één cyclus waarin op soortgelijke wijze hol en bol in taal tegenover elkaar worden gezet: Jan G. Elburgs Contravormen naar 5 Oostakkerse gedichten van Hugo Claus.

Vergelijking met het werk van experimentele dichters als Campert en Elburg biedt een zinnige plaatsbepaling van Duoduo's poëzie. Ook in zijn grillige, soms verbijsterende, soms ontluisterende beeldspraak lijkt deze Chinese dichter verwant aan de Vijftigers en hun navolgers. Bij Duoduo is 'elk woord (-) een vogel met verbrijzelde kop'. En alsof hij aan de wieg van de Cobra-groep stond, schrijft hij 'wij zijn kinderen/ maar geen echte// wij zijn ijsbergen die ronddrijven in een kinderhoofd'.

In het verhelderende nawoord van Er is geen nieuwe dag stelt de vertaler hoe uitzonderlijk ver de poëzie van Duoduo van de Chinese canon staat. Mijlenver van de Chinese klassieken, en op een heel andere landkaart dan de socialistisch-realistische heldenzangen uit het Mao-tijdperk. Duoduo is dichter in de oorspronkelijke zin van het woord 'poëet': een maker dus. Een dichter die nooit dromen maakt, maar die zich bezighoudt met

wind maken, die de grond luidkeels

aanvuurt

een druppel water maken, die

geluidloos neerdruppelt

stuiptrekkingen maken die over de

paarderug scheren

het ei maken waarin vader mogelijk

wordt uitgebroed

uit weggegriste tijd

slapeloze tijd, de sterren herdenken

en op het hoofd de prachtige uren

van het raadsel vergaren!