WAO-uitstel

De vakantietijd is geknipt voor het uitmesten van oude archieven en het weggooien van vergeeld krantenpapier. Rapporten en artikelen over industriebeleid, of beter: het ontbreken daarvan. Over diverse vergeefse pogingen de verzorgingsstaat te reorganiseren. Koopkrachtplaatjes. De WAO-strubbelingen in 1991.

Zonder pardon gaan ze naar het milieupark voor recycling. Een krantenknipsel valt plompverloren uit een plastic mapje. Het is een foto met bijschrift van toenmalig PvdA-fractievoorzitter Thijs Wöltgens in korte broek. Hartje zomer wijst de aimabele Limburger fractiespecialisten zijn huis, waar een op handen zijnde politieke crisis wordt bezworen.

De foto in het knipsel toont behalve Wöltgens ook diens fractiegenoot Frans Leijnse, die de WAO-voorstellen van het kabinet Lubbers/Kok te vuur en te zwaard bestreed. Beide PvdA-strategen zijn inmiddels van het toneel verdwenen. De één is burgemeester, de ander wetenschapper. Ook andere vergeelde helden ruimden het veld: Elske ter Veld, Bert de Vries, Ruud Lubbers. De schrijvers van de betreffende krantenartikelen zijn overleden, werden gepromoveerd tot hoofdredacteur, of hebben inmiddels op andere wijze de actieve journalistiek verlaten. Enkele diehards bleven.

En de problemen bleven. Deze zomer beheerst de WAO opnieuw even het nieuws. Het kabinet wil de in het regeerakkoord aangekondigde WAO-herziening opnieuw uitstellen. Logisch. Elke financiële noodzaak voor verdere harde ingrepen is verdwenen. De economie groeit voorspoediger dan in het regeerakkoord werd voorzien. De werkgelegenheidsdoelstelling uit het regeerakkoord wordt reeds in 1997 bereikt. Zelfs de toetreding van Nederland tot de Economische en Monetaire Unie loopt geen gevaar. Waarom dan risico nemen met een dossier dat explosief is - zo'n 1,2 miljoen kiesgerechtigde arbeidsongeschikten en hun levenspartners ontlenen er een inkomen aan.

In het regeerakkoord werd uitgegaan van twee soorten ingrepen in de WAO. Er zou marktwerking worden geïntroduceerd in de vorm van opting out. Een ingewikkelde manier om werkgevers in de gelegenheid te stellen uit het collectieve stelsel te stappen en hun personeel particulier te verzekeren. Opting out bleek tot buitensporig hoge verzekeringspremies te leiden en werd daarom uit het regeringsprogramma geschrapt. Niemand, behalve de pas afgetreden staatssecretaris Linschoten en een paar van zijn partijgenoten, geloofde er werkelijk in.

Resteert een eveneens ingewikkeld systeem van premiedifferentiatie. De WAO-premie wordt daarbij afgestemd op het risico van arbeidsongeschiktheid dat werknemers in een bepaalde bedrijfstak of branche lopen. Hoe groter het risico, hoe hoger de premie en daarmee de financiële prikkel voor werkgevers om iets aan de arbeidsomstandigheden te doen.

Over de sectorindeling ontstonden grote problemen. Moest het gaan om een zestal of meer dan veertig bedrijfsklassen? En hoeveel mogen de premies van elkaar verschillen? In het rechtvaardige Nederland is het toch ondenkbaar dat bijvoorbeeld in de bouw zesmaal zo hoge premies worden geheven als bij de banken? Linschoten stelde als compromis voor dat de hoogste premie niet meer dan het dubbele zou bedragen van de laagste.

Ambtenaren begonnen zich af te vragen of op deze wijze doorgevoerde premiedifferentiatie nog wel effect zou hebben. De twijfels drongen door tot in de Trêveszaal, waar het kabinet vergadert. Het Centraal Planbureau werd gevraagd om ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding berekeningen te maken mét en zonder WAO-herziening. Uit die berekeningen zal blijken dat het - zeker op korte termijn - niks uitmaakt of de WAO op 1 januari 1997, dan wel een jaar later wordt herzien. Daarmee wordt de weg geplaveid om uiteindelijk maar helemaal van de stelselherziening af te zien.

Toch is de noodzaak van ingrijpen onverminderd groot. Uit berekeningen van hetzelfde Centraal Planbureau blijkt dat dit jaar een kentering optreedt in de daling van het aantal arbeidsongeschikten. Vorig jaar nam het aantal arbeidsongeschikten nog met in totaal 36.000 af tot 753.000 uitkeringsjaren. Dit jaar bedraagt de daling nog maar 18.000 en volgend jaar 10.000. Zet deze trend zich door, dan zal in het verkiezingsjaar 1998 het aantal arbeidsongeschikten weer gaan oplopen richting 800.000, het niveau dat in 1991 werd bereikt. Zwaar bevochten maatregelen van het vorige en plannen van het huidige kabinet hebben dan per saldo weinig uitgehaald.

Bij de eerstvolgende parlementsverkiezingen in mei 1998 zal met name de VVD wederom vragen om harde ingrepen in de hoogte en duur van de uitkeringen. De PvdA zal zich daartegen het felst verweren, op de voet gevolgd door het CDA, dat zoekt naar een sociaal profiel. D66 zwemt als gebruikelijk tussen de andere partijen door. Zo worden de politieke posities gemarkeerd en heeft de kiezer weer wat te kiezen. Waarna alle partijen tijdens de formatie alsnog water bij de wijn doen. De vergeelde knipsels van de afgelopen vijftien jaar geven het aan. Er wordt in Nederland veel gepraat over allerlei plannen. Werkelijke veranderingen vinden daarentegen tergend langzaam plaats.

    • Frank van Empel