Ruzie over vredesproces; Overleg Ieren en Britten vruchteloos

LONDEN, 19 JULI. De Ierse minister van buitenlandse zaken Dick Spring en de Britse minister voor Noord-Ierland Patrick Mayhew zijn er gisteren niet in geslaagd de geschillen over het vredesproces in Noord-Ierland weg te werken.

Na afloop van het vijf uur durend overleg kwamen de beide bewindslieden nog wel met een gezamenlijke verklaring waarin ze het geweld van de afgelopen week in Noord-Ierland veroordeelden. In die verklaring beloofden ze ook dat ze alles zouden doen wat in hun vermogen lag om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Maar ze kwamen gisteren niet tot een gezamenlijke aanpak. En tijdens de gescheiden persconferenties bleek duidelijk hoe groot de onenigheid tussen beide landen nog altijd is.

Spring zei dat dat hij zijn Britse collega een beter begrip had proberen bij te brengen voor de verontwaardiging die in de Noordierse nationalistische gemeenschap is onstaan. Verontwaardiging over het besluit van de Britse autoriteiten om onder druk van geweld een unionistische mars alsnog door een nationalistische wijk in Portadown te laten trekken nadat die optocht eerst verboden was. Hij wees erop dat de laatste jaren in Noord-Ierland grote vooruitgang was geboekt bij het waarborgen van gelijke kansen en rechten voor nationalisten en unionisten. Hij onderstreepte ook dat de Royal Ulster Constabulary (RUC), de Noordierse politiemacht, in het recente verleden aanzienlijk aan respect en vertrouwen binnen de nationalistische gemeenschap had gewonnen. Die winst is volgens Spring door de ontwikkelingen van vorige week grotendeels te niet gedaan. Hij verklaarde dat het vredesproces “zwaar beschadigd” uit de strijd was gekomen.

Zijn Britse collega Patrick Mayhew weigerde gisteren te beloven dat de Noordierse politiemacht niet meer voor geweld zal zwichten. Gevraagd naar de mogelijkheid van nieuwe gewelddadigheden tijdens de jaarlijkse Apprentice Boys' mars in Londonderry op 10 augustus zei Mayhew dat de Britse regering de RUC alle mogelijke steun zal verlenen. Maar “ik kan geen garanties geven dat de RUC niet door een massale demonstratie van geweld zal worden overweldigd”.

De Britse premier Major zei gisteren dat bij de besprekingen over de politieke toekomst van Noord-Ierland sinds 10 juni veel te weinig vooruitgang is geboekt. De negen Noordierse partijen die meedoen aan dit overleg, zijn nog niet verder dan procedurele besprekingen gekomen. Major zei dat de partijen voor de keuze staan om het overleg werkelijk inhoud te geven of terug te keren “tot de rotzooi van de laatste 25 jaar”.

De binnenstad van Dublin is gisteren afgesloten geweest na een valse bommelding die wordt toegeschreven aan de Ulster Freedom Fighters, een unionistische terreurorganisatie. Twee maanden geleden verlamde een andere unionistische terreurorganisatie, de Ulster Volunteer Force, met een valse bommelding ook al het vliegveld van Dublin. Anders dan het verboden Ierse republikeinse leger hebben de unionistische terreurorganisaties zich steeds aan een staakt-het-vuren gehouden. De bommeldingen worden als waarschuwingen gezien dat ook zij op het punt staan weer de wapens op te nemen.