'Profvoetballers' met een stick in Atlanta

Drie Nederlandse hockeyers spelen in Atlanta niet in het oranje. Met hun Amerikaans paspoort zijn ze doorgedrongen tot het nationale team van de Verenigde Staten.

ROTTERDAM, 19 JULI. Eten, slapen, trainen - dag in, dag uit op een nagenoeg van de buitenwereld afgesloten complex in San Diego. Door het monotone ritme vroeg Steven van Randwijck (26) zich zo nu en dan vertwijfeld af waar hij in hemelsnaam aan begonnen was. “Vooral in het begin was het leven volgens de prikklok. Alsof we met z'n allen in quarantaine zaten, zo voelde ik mezelf. Het leven van een profvoetballer, maar dan eentje met een stick in handen.”

Gesteund door lotgenoten Eelco Wassenaar (22) en Mark Wentges (21) hield één gedachte de student bedrijfsrecht de afgelopen tien maanden op de been. “Op momenten dat het tegenzat, keken we elkaar aan. Eén blik was dan al voldoende om te beseffen dat niets minder dan de Olympische Spelen op het spel stonden. Dan wil je wel weer hollen als een bezetene.”

Wat begon als “een grap” eindigt voor de drie Nederlandse hockeyers in Amerikaanse dienst morgen in een eerste olympisch optreden op het kunstgras van het universiteitsterrein aan de rand van Atlanta. Van Randwijck, linkerspits van hoofdklasser Klein Zwitserland, kan zijn geluk niet op. “Ongelooflijk toch? Van Randwijck op de Spelen. Wie had dat nou verwacht”, vraagt hij zich af om vervolgens zelf het antwoord te geven. “Helemaal niemand.”

Het avontuur van Van Randwijck begon een jaar geleden. Net als Wentges heeft hij Nederlandse ouders, maar is hij geboren in de Verenigde Staten. Op een studentenfuif bracht een collega-feestganger hem op de hoogte van zijn olympische mogelijkheden als hockeyer met de Amerikaanse nationaliteit. “De volgende dag ben ik meteen gaan bellen met de bond en heb ik Mark ingelicht, omdat ik wist dat hij ook over een Amerikaans paspoort beschikte.”

Wassenaar, geboren en getogen in Groningen maar zoon van een Amerikaanse moeder, had zich drie jaar eerder op eigen initiatief al aangemeld bij de United States Field Hockey Association (USFHA). Net als Van Randwijck en Wentges ontving de spelverdeler van Kampong vorig jaar een uitnodiging om deel te nemen aan een reeks testseries.

Het drietal doorstond de oefensessies met goed gevolg en mocht zich in augustus lid noemen van de voorlopige olympische selectie. Twee maanden terug volgde de definitieve uitverkiezing voor de Olympic Squad. “Maar echt moeilijk was dat niet, want sommigen wisten amper hoe ze een stick in hun handen moesten houden”, erkent Wassenaar.

Hockey staat in Amerika voor ijshockey. Voor het grote publiek is fieldhockey een onbekend fenomeen. De Verenigde Staten heeft geen officiële competitie en de USFHA behoort met amper tweehonderd leden tot de kleinste sportbonden van het land. Veldhockey geldt in de ogen van veel Amerikanen bovendien als een typische vrouwensport. Met alle gevolgen vandien, zegt Wentges. “De meesten denken dat wij in rokjes spelen. Bij een oefenwedstrijd stonden het afgelopen jaar misschien vijf man en een ratelslang langs de lijn”, aldus de aanvaller van Pinoké.

De geringe populariteit van de sport kon niet verhinderen dat de USFHA en het Amerikaans olympisch comité diep in de buidel tastten. Kosten noch moeite werden gespaard om de ploeg optimaal te preparen. Twaalf jaar geleden sloeg het nationale team bij de Spelen in Los Angeles een modderfiguur. Voor eigen publiek eindigde de ploeg op de laatste plaats. “En dat willen ze deze keer per se voorkomen”, weet Wassenaar.

Al in september maakte Team USA een begin met een eindeloze reeks trainingsstages en oefenwedstrijden. Vanuit de thuisbasis in San Diego vloog de selectie onder meer naar Duitsland, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Australië en India. Succes bleef uit. Zelfs clubteams uit de tweede klasse bleken te sterk en de moed zonk de Nederlanders in de schoenen. Wassenaar: “We worden in Atlanta strak laatste, dacht ik toen.”

Pas de laatste maanden deden de Amerikanen van zich spreken. In mei won de ploeg in Barcelona tot veler verrassing een vierlandentoernooi na winst op Argentinië (2-0) en Spanje (3-1) en een gelijkspel (0-0) tegen Ierland. Gisteren was het Nederlands team in een laatste oefenduel met 5-2 te sterk voor het Amerikaanse collectief. Maar: “We kunnen de grote jongens nu redelijk partij bieden”, vindt Wentges.

Dat zal de komende week hard nodig zijn. Het gastland, gecoached door de Britse oud-international Jon Clark, is ingedeeld in poule A. Morgen is wereldkampioen Pakistan de eerste tegenstander. Vervolgens wachten Argentinië, India, Spanje en olympisch titelverdediger Duitsland. “Kansloos zijn we zeker niet. De afgelopen maanden hebben we met onze fysieke manier van spelen bewezen onszelf te kunnen optrekken aan het niveau van de tegenstander”, zegt Wentges.

Met opgeheven hoofd stappen Van Randwijck, Wassenaar en Wentges daarom vanavond het Olympisch Stadion binnen. Aan de zijde van grootheden als atleet Carl Lewis en basketballer Charles Barkley. Het vooruitzicht bevalt het drietal. Van Randwijck, grijnzend: “Fantastisch toch. Met de Amerikaanse ploeg een bomvol stadion binnenmarcheren. Dat vergeet ik de rest van mijn leven niet.”

Maar wee degene die hen 'olympische toeristen' durft te noemen. Wentges: “Wij hebben ons het afgelopen jaar niet zomaar de blubber getraind. Alleen maar deelnemen is intussen niet meer genoeg. Laat dat even duidelijk zijn.”