Prodi ontziet Berlusconi; Nieuwe mediawet en politieke hervormingen

ROME, 19 JULI. In een stilzwijgende ruilhandel met oppositieleider en mediamagnaat Silvio Berlusconi heeft het Italiaanse kabinet voorstellen gedaan voor twee sleutelproblemen die jarenlang zijn blijven liggen: een nieuw mediabestel en politieke hervormingen.

De twee zijn nauw met elkaar verbonden. Gezien de dubbelrol van Berlusconi als leider van de rechtse oppositie en eigenaar van de grootste commerciële tv-groep, heeft de nieuwe mediawet onherroepelijk een zware politieke lading. Premier Romano Prodi en Massimo D'Alema, die als leider van de Democratische Partij van Links de grote regisseur achter de schermen is, hebben besloten Berlusconi het leven niet al te zuur te maken. Zij willen zo voorkomen dat een politieke oorlogssfeer ontstaat en hopen de medewerking van rechts te krijgen bij hun plannen voor politieke hervormingen.

Woensdag is een wetsvoorstel voor een nieuw mediabestel gepresenteerd. Dat komt erop neer dat Berlusconi zijn drie commerciële zenders onder bepaalde voorwaarden kan handhaven. Hij mag wel iets minder reclame maken en niemand mag meer dan dertig procent van de totale radio- en tv-markt in handen hebben, maar minister van Post, Antonio Maccanico, heeft al laten doorschemeren dat er nog veel tijd voorbij kan gaan voordat dat echt van kracht wordt. Bovendien heeft het kabinet Berlusconi niets in de weg gelegd bij zijn plannen om ook de mobiele telefonie in te gaan.

Berlusconi's medewerkers blijven in hun rol. Fedele Confalonieri, de president van Mediaset, Berlusconi's houdstermaatschappij voor tv en reclame, klaagde gisteren dat de schade kan oplopen naar één miljard gulden. Maar binnenshuis moet spumante zijn geschonken, want ook de nieuwe mediawet is nog ver verwijderd van een open commercieel bestel. Berlusconi's Mediaset, dat sinds maandag op de Milanese beurs is genoteerd, blijft domineren. En hoewel de tendens van de beurs naar beneden is, reageerden de aandelen Mediaset met een stijging op het nieuws uit Rome.

Terwijl het kabinet de mediawet bijvijlde, werd in het parlement onderhandeld over het slepende probleem van politieke hervormingen. Al zeker vijftien jaar roepen politici dat de grondwet moet worden herzien om het openbaar bestuur efficiënter en daadkrachtiger te maken. Maar omdat het probleem zo omvangrijk en abstract is, werd het steeds doorgeschoven naar een volgend kabinet.

Na een debat van twee dagen heeft de Kamer van Afgevaardigden gisteren een resolutie hierover aangenomen. Daarin staat dat uiterlijk in november een commissie uit beide Kamers moet worden ingesteld die in de zomer van volgend jaar uitgewerkte voorstellen moet doen voor grondwetshervorming.

Rechts heeft zich hierbij onthouden van stemming. Berlusconi wilde liever een aparte grondwetgevende vergadering laten kiezen. Die weg biedt volgens hem meer garanties voor een snel resultaat. Maar na het mediagebaar besloot hij zich niet langer te verzetten tegen een parlementaire commissie. Hoewel er nog grote inhoudelijke meningsverschillen zijn, is de instemming over de procedure een belangrijke stap vooruit na de jarenlange impasse.

Dit politieke succes zet premier Romano Prodi weer wat steviger in het zadel. Hij heeft zich nog niet weten te profileren als een sterke leider en is de afgelopen weken van twee kanten onder druk gezet. Zijn bondgenoot D'Alema speelde openlijk met de gedachte van een andere, meer links-georiënteerde premier. Prodi heeft de centrum-linkse Olijf-alliantie naar een verkiezingsoverwinning geleid, maar als voormalige christen-democraat heeft hij een duidelijk centrum-signatuur behouden. Bovendien is er veel kritiek op zijn financiële concessies aan de orthodoxe communisten, een vrij kleine partij wier steun Prodi nodig heeft in de Kamer van Afgevaardigden. Na protesten van de communisten heeft Prodi de voorgestelde loonmaatregelen ter bestrijding van de inflatie wat afgezwakt. Daarmee heeft hij zijn hoofddoelstelling verder in gevaar gebracht: ervoor zorgen dat Italië aansluiting blijft behouden bij de rest van de Europese Unie. Het heeft de indruk versterkt dat Prodi niet wil of niet durft te beginnen aan harde confrontaties.

    • Marc Leijendekker