Pisanello

Aan het begin van zijn mooie artikel over Pisanello (CS 12 juli) klaagt Antoine Bodar: 'Zal zij ooit overgaan! Mijn Renaissance-ziekte? Het altijd terugkerende verlangen naar die tijd, toen welgemanierdheid even gewoon was als onwellevendheid nu.'

Zonder zelf onwellevend te willen zijn, zou ik hem een mogelijk medicijn teghen deze (kunsthistorische?) kwaal willen aanraden, te weten de lectuur van de Studien zur Florentiner Wirtschaftsgeschichte (1901) van Alfred Doren, waarin een beeld wordt gegeven van de ellendige situatie van het Florentijnse textielproletariaat ten tijde van de Renaissance. Welke misère door Doren wordt vergeleken met het leven van die zeer kleine bovenlaag van bevoorrechte lieden, wier uiterst beschaafde gedrag (als dit zo uitkwam) in een modern Renaissancebeeld à la Burckhardt is vereeuwigd: 'Alleen de bovenlaag genoot van een zekere behagelijkheid... Bij de grote massa der arbeiders was daarvan geen sprake; zij leefden van de hand in de tand, vaak zonder de zekerheid, dat ze zich niet de volgende dag, zonder geld, bedelend op een straathoek zouden bevinden.'

Men behoeft zich slecht te verbeelden dat men toentertijd tot dit proletariaat behoorde, of het leven moest leiden van een doodarme geestelijke, en men heeft misschien iets meer vrede met het bestaan in ons eigen inderdaad vaak weinig wellevende land.

    • E.M. Janssen