Onderzoek Europees Parlement naar gekke-koeiencrisis

STRAATSBURG, 19 JULI. Het Europees Parlement in Straatsburg zal zelf een onderzoek instellen naar geruchten dat Brits rundvlees, ondanks een exportverbod, toch op de Europese markt verhandeld wordt. Ook zal het Parlement zich buigen over de manier waarop de Europese Commissie de crisis rond het Britse rundvlees heeft aangepakt.

Een speciale onderzoekscommissie van het Parlement zal zich drie maanden bezighouden met de manier waarop Europese regeringen en de Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie (EU), heeft gereageerd op de rundvleescrisis die onstond toen in Groot-Brittannië een verband werd gelegd tussen de gekke-koeienziekte (BSE) en een hersenaandoening bij mensen.

Omdat Groot-Brittannië in de ogen van de overige EU-lidstaten niet kon garanderen dat het Britse rundvlees veilig is, kondigde de Unie een exportverbod af. Op een recente topconferentie van Europese staats- en regeringsleiders in Florence werd afgesproken dat het verbod stapsgewijs wordt opgeheven. De snelheid waarmee dat gebeurt is afhankelijk van de voortgang die Groot-Brittannië maakt met maatregelen gericht op het uitroeien van de gekke-koeienziekte.

De voorzitter van het Parlement, Klaus Hänsch, wees er in een verklaring op dat het onderzoek niet politiek gemotiveerd was en dat het er niet om te doen is om een schandaal aan het licht te brengen. De parlementariërs willen slechts weten of de procedures en regels die het aanbod van gezond vlees moeten garanderen voldoen.

Het Parlement besloot tot het onderzoek nadat aan het licht was gekomen dat er al in 1990 in Brussel een rapport circuleerde waarin een verband werd gelegd tussen de ziekte bij runderen en de aandoening bij mensen.

De voorzitter van de Commissie, Jacques Santer, heeft eerder deze week de Commissie verdedigd tegen de beschuldiging dat in Brussel geprobeerd is om het gezondheidsrisico van de gekke-koeienziekte voor mensen te bagatelliseren. “De Commissie heeft nooit een geheim gemaakt van de principes die in dit geval onze koers bepalen”, aldus Santer. “Gezondheid is onze belangrijkste zorg, wetenschappelijk bewijs onze methode.” (Reuter)