Nederlandse equipe jaagt op medaillerecord 1928

ATLANTA, 19 JULI. Al durven ze hun verwachting niet hardop uit te spreken, NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen en chef de mission André Bolhuis rekenen in Atlanta op een recordaantal medailles voor de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen. Vier jaar geleden in Barcelona waren de verwachtingen ook hooggespannen.

De Nederlandse afvaardiging had toen op acht onderdelen de regerend wereldkampioen in de gelederen, maar de oogst van die favorieten was zegge en schrijve één derde plaats.

In totaal kwam Nederland in Barcelona uit op het respectabele aantal van vijftien medailles. Nederland behaalde de meeste medailles toen de Olympische Spelen in eigen land werden gehouden. In 1928 in Amsterdam leverde het thuisvoordeel negentien medailles op.

Het toonaangevende Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated voorspelt in zijn olympische editie dat Nederland de komende twee weken in Atlanta elf medailles haalt. Dat zou een tegenvaller zijn. Van die elf prijzen zijn er volgens de Amerikanen wel vier goudkleurig. In Barcelona won Nederland slechts tweemaal goud. En het gaat om goud. Zilver en brons zijn troostprijzen. Hoewel het begrijpelijk is dat de meeste olympiërs na hun jarenlange inspanningen ook blij zijn met een tweede of derde plaats. Illustratief was de reactie van wielrenner Erik Dekker bij de wegwedstrijd in Barcelona. Hij werd in de sprint om het goud verslagen door de Italiaan Casartelli, maar reed juichend over de finish.

NOC*NSF investeerde voor Atlanta meer geld dan ooit in de voorbereiding van de olympiërs. Het is mede daarom reëel op zijn minst een evenaring van het aantal prijzen van Barcelona te verwachten. In de equipe van Bolhuis zit een behoorlijke groep kanshebbers. In het judo en roeien mogen gezien de resultaten van de afgelopen tijd zelfs diverse medailles worden verwacht.

Als judoka Angelique Seriese goud haalt, zal dat zeker geen verrassing zijn. Zij is de grote favoriete in haar klasse. Aangezien Seriese meteen op de eerste sportdag, zaterdag, aan de beurt is, zou ze met haar gouden prestatie voor een impuls voor de Nederlandse ploeg kunnen zorgen. Het is vaak gebleken dat zo'n winning mood van invloed is.

In Barcelona bleef het grote succes te lang uit. Er werden in de eerste dagen bij het judo en wielrennen weliswaar wat zilver en brons behaald, maar de eerste week bleef het goud uit. De eerste plaats van Ellen van Langen op de 800 meter in Barcelona was een perfect resultaat. Alleen was het voor de oranje uitstraling jammer dat het pas in de tweede week van de Spelen gebeurde. De tweede Nederlandse gouden medaille, die van de ruiterequipe, volgde pas op de allerlaatste dag.

Als het meezit zal in Atlanta sprake zijn van een betere spreiding. De judoka's, met naast Seriese ook de gezusters Gal en de zelfverzekerde Mark Huizinga als sterke troeven, komen aan het begin van het olympisch programma in actie. De roeifinales zijn in het tweede weekeinde en in de slotfase van de Spelen kunnen de hockeyers en volleyballers misschien voor een mooie afsluiting zorgen.

Andere kanshebbers op eremetaal zijn Anky van Grunsven en de dressuurequipe, plankzeilster Dorien de Vries, mountainbiker Bart Brentjens en, als hij zijn zenuwen in bedwang houdt, kluiduivenschutter Hennie Dompeling. En wie weet wat wielrenster Ingrid Haringa op de puntenkoers kan uitrichten. Ze heeft zich er aan gestoord dat er voor haar nauwelijks interesse is geweest in de aanloop naar de Spelen. Wellicht is dat juist de goede impuls om in Atlanta te vlammen. De drie laatstgenoemden zijn overigens niet genoemd in de prognoses van Sports Illustrated.

Een grote hiaat binnen de afvaardiging van 242 sporters is zeker dat Nederland nauwelijks over kanshebbers beschikt in de traditioneel belangrijkste sporten: atletiek, turnen en zwemmen. Bij het turnen doet zelfs helemaal geen Nederlander mee. De atletiekploeg bestaat na het afhaken van Van Langen uit tien personen, maar daar zitten geen medaillekandidaten bij. Of Bert van Vlaanderen (marathon) en Marko Koers (800 of 1.500 meter) zouden flink moeten verrassen. Bij het zwemmen liggen de kansen iets beter en liggen misschien een paar bronzen medailles in het verschiet.

Voor het eerst in de olympische historie worden Nederlandse medaillewinnaars financieel beloond voor hun prestaties. Een gouden medaille levert voor een individuele sporter 60.000 gulden op, zilver 40.000 en brons 20.000. Voor teamsporters liggen de bedragen lager, de hockeyers krijgen 15.000 gulden de man als ze kampioen worden. NOC*NSF hoeft niet bevreesd te zijn voor te veel successen. Voor een medailleregen is een risicoverzekering afgesloten.

    • Hans Klippus