Naar de Olympische Spelen

Vandaag beginnen de Olympische Spelen. Zou je daar ook niet graag eens heen willen? Niet om vanaf de tribune te kijken, maar om er een medaille te winnen? Hoe kom je daar? Hoe oud moet je zijn om mee te mogen doen? Hoe lang moet je trainen? En is topsport gezond?

Ik belde naar het Nederlands Olympisch Comité om te vragen wie de jongste deelnemer is. De jongste Nederlandse deelneemster van dit jaar judoot, heet Tamara Meijer en ze is net 17. Maar als ik wilde weten hoe oud je moet zijn om mee te mogen doen moest ik naar het Internationaal Olympisch Comité in Lausanne bellen. Er zijn geen leeftijdsgrenzen, zeiden ze me daar. Dus mogen baby's en bejaarden ook meedoen? Nee, het is ingewikkelder. De organisaties die voor de afzonderlijke sporten bestaan mogen zeggen of ze het ongezond vinden voor jonge of oude mensen om aan hun sport mee te doen.

De internationale zwembond vindt bijvoorbeeld dat je 15 moet zijn voor je mag meezwemmen in het Olympisch zwembad, maar van de atletiekunie mag je altijd meedoen.

Ook vroeg ik nog wie ooit de allerjongste medaillewinnaar is geweest, maar daarvoor moest ik het Olympisch Museum bellen, ook in Lausanne.

In 1900 werd een onbekend Frans jongetje opeens stuurman in de roeiboot van twee Nederlandse roeiers in de twee-met-stuurman. Het Nederlandse stuurmannetje was ziek of zoek. Die roeiers wonnen de gouden medaille. Het jongetje werd ook gehuldigd, kwam op de foto, maar verdween toen en niemand heeft hem ooit teruggezien. Of hij 9 jaar was of 12, hoe hij heette, waar hij woonde, niemand weet het. Maar ja, was het jongetje wel een echte winnaar?

Een Griekse jongen werd in 1896 derde en won een bronzen medaille bij gymnastiek op de brug met gelijke leggers. Hij was 10 jaar en 218 dagen oud. Maar in Lausanne vinden ze dat weer niet zo echt, omdat de jongen niet alleen derde werd, maar ook laatste. Er deden maar drie mensen mee. Hij won zijn medaille dus niet, hij kreeg hem.

Tegenwoordig zijn de medaillewinnaars niet meer zo jong. Dat komt, zeggen ze in Nederland bij de zwembond en de atletiekunie, omdat je om te winnen meestal kracht moet hebben, en een hele goede techniek, en een sterke wil om te winnen.

Neem bijvoorbeeld de 20 Nederlandse zwemmers die aan de Olympische Spelen in Atlanta meedoen. Ze zijn tussen de 17 en 27 jaar oud en trainen al minstens tien jaar bij zwemverenigingen. De meesten werden nadat ze hun zwemdiploma's hadden gehaald lid van een zwemvereniging. Je leert dan allerlei zwemslagen, maar doet ook allerlei oefeningen en spelletjes die wel op zwemmen lijken maar waarbij je vaak niet eens hard vooruit komt. Van een goede jeugdtrainer hoef je heus niet als een dombo met een duikbrilletje op achter elkaar twintig baantjes vlinderslag te zwemmen. Je moet watergevoel krijgen, zeggen ze bij de zwembond, en techniek en ook al wat uithoudingsvermogen. Maar de training moet speels blijven en niet te lang duren. Als je wedstrijden gaat zwemmen, moet je eigenlijk minstens tweemaal per week trainen. Zwemmers die fanatiek worden, gaan vanaf hun veertiende of vijftiende jaar ook op het droge trainen, in het fitnesscentrum om sterker te worden. Je moet dan wel 12 tot 20 uur per week trainen om eens een wedstrijd te kunnen winnen.

Geen mens kan voorspellen of iemand die op zijn twaalfde alle wedstrijden wint ooit goed genoeg wordt om naar de Olympische Spelen te gaan. Er zijn nu op de Olympische Spelen zwemmers die op hun twaalfde al wedstrijden zwommen, maar toen nooit iets wonnen. Dat is voor zwemmers zo, maar geldt ook voor andere sporten.

Gewoon sporten is gezond, ook voor kinderen. Het is goed voor je hart en longen, voor je spieren en botten. Je balans en spiercoördinatie worden beter, zodat je je niet zo bezeert en niet zo schrikt als je valt. Je krijgt er zelfvertrouwen van, je wordt fit en energiek en niet zo dik. Maar is erg veel en intensief sporten - topsport dus - ook gezond?

Te fanatieke ouders die van hun kind snel een goede sporter willen maken, geven meestal het slechte voorbeeld, zegt de dokter van de atletiekunie. Je kunt akelige blessures krijgen als je krachttraining doet terwijl je botten nog groeien. De botten van je armen en benen groeien op twee plaatsen, bijna aan de uiteinden van het bot. Op die groeiplaatsen zijn botten zwak. Ze breken snel, en gaan bij zware belasting botuitstulpingen maken die het hele verdere leven pijn veroorzaken. En verder zijn kinderen die groeien niet zo lenig en wie niet lenig is, krijgt tijdens het sporten snel spier- en peesblessures. Lenig ben je als je spieren en de pezen waarmee ze aan het bot vastzitten lang zijn en flink kunnen oprekken. Maar als je botten steeds groeien, zijn de spieren en pezen in verhouding steeds een beetje te kort en ben je een stijve hark. Zoek dus een vereniging met een goede jeugdtrainer als je fanatiek wilt sporten.

Voor de meeste sporten moet je wel acht jaar trainen voor je goed genoeg kunt zijn om aan internationale wedstrijden mee te doen. Als je dus nu een sport kiest en gaat trainen, haal je waarschijnlijk de volgende Olympische Spelen nog niet. In 2004 ligt dus je eerste kans om mee te doen. Niet dat die groot is: van de 1000 kinderen van 12 jaar die nu wedstrijdzwemmen gaan er hoogstens 4 ooit naar de Olympische Spelen, schat de zwembond. Maar een kaartje voor een stoeltje op de tribune kun je natuurlijk je hele leven nog kopen.