Ministers veroordelen beleid rondom TCR

DEN HAAG, 19 JULI. De overheid heeft jarenlang gedoogd dat het afvalverwerkingsbedrijf Tankcleaning Rotterdam (TCR) de milieuwetten overtrad. Dat schrijven de ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), De Boer (Milieu) en Sorgdrager (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

Onder meer het illegaal lozen van grote hoeveelheden chemisch afvalwater in de Rotterdamse haven werd door de vingers gezien omdat de overheid vreesde dat bij ingrijpen het bedrijf zou stoppen met het inzamelen van scheepsafval. In dat geval had Nederland niet meer aan de internationale verplichtingen voldaan. Nederland had zich via het Marpol-verdrag verplicht te zorgen voor voldoende havenontvangstinstallaties om zo te vermijden dat het afval in zee terecht kwam.

De bewindslieden stellen in hun brief dat de toenmalige keuze van de overheid “naar huidig inzicht onverantwoord is”. De overheid heeft volgens de ministers een steek laten vallen toen enkele jaren na de start van TCR bleek dat er minder scheepsafval werd ingezameld dan was verwacht. Om toch winst te maken, ging de bedrijfsleiding van TCR steeds meer chemisch afval van de industrie verwerken.

Politiek verantwoordelijk was destijds drs. N. Smit-Kroes die als minister van Verkeer en Waterstaat de subsidies toekende aan de eigenaren van TCR, de gebroeders Langeberg die ook al in Amsterdam een afvalverwerkingsinstallatie exploiteerden. Tegen de broers bestond ten tijde van de vergunningverlening aan TCR al een verdenking van milieudelicten. Smit-Kroes sloeg waarschuwingen daarover, onder meer van de kant van justie en politie en van haar collega Nijpels van VROM, in de wind.

De TCR-affaire leidde vorig jaar tot de grootste milieustrafzaak uit de Nederlandse geschiedenis. Zes eigenaren en bedrijfsleiders van het bedrijf werden veroordeeld tot celstraffen tot zes jaar voor de illegale lozingen, het vervalsen van de administratie en het ten onrechte opstrijken van vele miljoenen subsidie.

TCR zelf ging failliet en is intussen overgenomen door derden. Verschillende onderzoekscommissies hebben het afgelopen jaar al geconstateerd dat het overheidsbeleid ten aanzien van TCR - en dan vooral het naleven van de milieuvoorschriften - schromelijk heeft gefaald.

De bewindslieden stellen dat de overheid het op een te laat moment tot een strafzaak liet komen. Hoewel de werkwijze van het afvalverwerkingsbedrijf in de jaren tachtig volledig in tegenspraak was met de afgegeven vergunning, gedoogde de overheid deze situatie. Door de grote verscheidenheid van afval verloor de overheid echter de grip op TCR en het bedrijf gleed af naar maskerend en crimineel gedrag.

Kritiek hebben de ministers ook op de manier waarop de vergunningen aan TCR zijn gegeven. De vergunningen van de verschillende overheidsinstanties waren niet goed op elkaar afgestemd en het bedrijf maakte dankbaar gebruik van de daardoor ontstane hiaten.

De ministers kondigen in de brief een aantal maatregelen aan om herhaling van misstanden als bij TCR te voorkomen. De verschillende overheidsinstanties moeten beter samenwerken bij de controle van bedrijven als TCR en ook moeten er sancties volgen zodra er overtredingen worden geconstateerd, stellen de bewindslieden.

Minister Jorritsma wil daarnaast de inzameling van scheepsafval beter regelen. Ze laat onderzoeken of kapiteins van schepen kan worden verplicht hun afvalwater en restanten van chemische ladingen af te geven. Ook wil ze een systeem invoeren waarbij schepen hun afval gratis achter kunnen laten.