Kale Fredje laat zich per fax coachen

Frederik Deburghgraeve is in België 'Sportman van het jaar'. Morgen is de zwemmer favoriet voor olympisch goud op de 100 meter schoolslag, de afstand waarop hij Europees kampioen is.

ATLANTA, 19 JULI. Ruim voordat Frederik Deburghgraeve het olympisch dorp binnenstapte, wist hij al hoe het voelde om in het Georgia Tech Aquatic Center op een startblok te staan. “Een mooi badje”, zei hij na een bezoek in december. In de olympische zwemarena beklom hij startblok nummer vier, de plek die bij elke wedstrijd voor de beste zwemmer is gereserveerd. “Het heeft geen zin om op acht te gaan staan.” Ook morgen is alleen goud goed genoeg.

Dankzij een lichamelijke aandoening vond Deburghgraeve zijn lotsbestemming. De dokter adviseerde hem wegens een allergie aan de luchtwegen het zwembad in zijn woonplaats Roeselare in te duiken. “Als ik 100 meter moest lopen, had ik ademnood. Daarom ben ik gaan zwemmen, om mijn longinhoud te verbeteren.” Zo'n acht jaar later, als zestienjarige, werd hij achtste op de Europese jeugdkampioenschappen (EJK), in een periode dat hij binnen een jaar en zonder noemenswaardige training tien seconden van zijn snelste 100-metertijd op de schoolslag afhaalde.

Ronald Gaastra, destijds zwemtrainer te Maastricht en tegenwoordig technisch directeur van de Vlaamse zwemliga, bood aan Deburghgraeve te coachen. Na zes maanden samenwerking met Gaastra werd 'kale Fredje' tweemaal derde op de EJK.

Gaastra traint de zwemmer vooral op afstand. Vanuit Antwerpen zet hij trainingsschema's per fax naar Roeselare. Deburghgraeve plakt zijn 'werkplan' tegen een startblok en voert de oefeningen trouw uit. Zonder andere zwemmers, zonder trainer. “Als er tijden opgenomen moeten worden, doet m'n vader dat. Ronald zie ik bijna nooit, alleen bij stages, wedstrijden en één keer in de maand in Roeselare. Dan ziet hij zelf hoe het gaat.”

De Belgische 'Sportman van het Jaar' is een Einzelgänger. “Ik ben iemand die graag met rust gelaten wordt.” Als hij traint wil hij ook geen begeleider met “een chrono” langs de kant. Dat werkt op zijn zenuwen. “Ik train op gevoel.” Hij maakt vooral kilometers, al gauw 80 per week.

Deburghgraeve streeft er steeds naar twee keer per jaar te 'pieken'. Dat zijn de momenten die hij samen met Gaastra zorgvuldig kiest. Het eerste hoogtepunt van dit seizoen viel in februari. Hij maakte toen waar wat hij vele maanden daarvoor in een gekke bui had beloofd: een nieuw wereldrecord op de 100 meter schoolslag in een 25-meterbad. Daarin slaagde hij, hoewel hij niet eens in topconditie was. “Dat kwam door al die vieringen als gevolg van mijn verkiezing tot sportman van het jaar. In december, altijd de maand om aan de basis voor de rest van het seizoen te werken, was er elke week wel wat te doen.”

In Atlanta beleeft Deburghgraeve zijn tweede Spelen. Aan Barcelona bewaart hij weinig fijne herinneringen. Voor zover ze aangenaam zijn, betreffen ze uitsluitend het gevoel één van die 10.000 atleten te zijn die het olympisch dorp bevolkten. Zijn herinneringen aan het zwemtoernooi zijn minder “plezant”. Bij de series van de 100 meter schoolslag gleed hij bij het afzetten van het startblok. “Daardoor had ik al verloren voordat ik begonnen was. Ik viel in het water zonder versnelling.” De klok stond stil na één minuut en vier seconden. Weg Spelen, weg medaillekansen. “Ik denk dat er ietske te veel stress is geweest.”

Ontgoocheld liet Deburghgraeve Barcelona achter zich. “Ik had een jaar intensief getraind, alles op alles gezet. En dan wordt het niks.”

Deburghgraeve, toen net negentien jaar oud, besloot met zwemmen te stoppen. “Zeven maanden ben ik niet in het water geweest. Ik had er echt genoeg van. Maar Ronald en mijn ouders vonden dat ik weer moest gaan zwemmen. Ik kon alles nog goedmaken en was nog jong, zeiden ze. In januari ben ik toen toch weer begonnen. Er was ook zo'n leegte in m'n leven ontstaan, hè.”

Al te serieus pakte Deburghgraeve zijn sport nog niet op. Hij trainde slechts vier uur per week. Desondanks kwalificeerde hij zich voor de EK. “En dan gebeurt daar iets dat nog lulliger is dan in Barcelona: ik word in 1.02,56 vierde op vijfhonderdste van de derde plaats. Dat heeft me meer pijn gedaan dan Barcelona. Had ik maar meer getraind. Dat gebeurt me nooit meer”, nam hij zich daarom voor.

Zijn eerste grote internationale succes kwam op de WK van vorig jaar in Rome. Op de 100 meter schoolslag werd hij derde, in 1.01,79. Achteraf realiseerde Deburghgraeve zich dat hij zich nog intensiever had kunnen voorbereiden. Daarom besloot hij alles op het zwemmen te zetten om ooit Europees kampioen te worden, een wereldrecord te zwemmen en misschien zelfs olympisch kampioen te worden. Met hulp van het Belgisch Olympisch Interfederaal Comité werd hij prof. Bij Randstad staat hij al bijna twee jaar als full-time 'bediende' op de loonlijst. Het stelde hem in staat zes uur per dag te zwemmen en twee uur aan 'powertraining' te doen.

Vorig jaar op de EK in Wenen werd Deburghgraeve Europees kampioen op de 100 meter schoolslag. Toch was hij niet helemaal tevreden, want hij bleef zestienhonderdste boven het wereldrecord. In februari 'revancheerde' hij zich in Bastenaken door in een 25-meter bad alsnog een wereldrecord te zwemmen. “Het is natuurlijk altijd gevaarlijk om vlak voor de Spelen te gaan voor een wereldrecord. De meeste atleten proberen het juist kalmer aan te doen, zodat ze niet te veel in de kijker staan. Het is ook wel intimidatie, kort voor de Spelen een wereldrecord zwemmen.”

Die avond in Bastenaken was “gewoon een plezante avond”. In Atlanta telt alleen het presteren. De ambiance van de grootste show op aarde kan Deburghgraeve gestolen worden. Als hij gezwommen heeft, vliegt hij zo snel mogelijk naar huis. Terug naar familie en vrienden. De olympische pracht en praal is dan niet meer aan Fredje besteed.