Het weer

Vroeg in de morgen ging de weerman naar zijn werk. Tegen zijn vrouw en kinderen zei hij niet wat hij van het weer vond. Het was zondag en waarom zou hij ze dan wakker maken?

Ze hoorden het wel op de radio. Straks, om ongeveer halfelf, mocht hij z'n voorspelling doen in zijn lievelingsprogramma. Het werd gepresenteerd door een vrolijke man met een prettige stem. Hij draaide muziek die je maar zelden hoort, net of hij de sleutel had van een schatkamer met geheime melodieën.

Die presentator maakte veel werk van het weer. Altijd groette hij de weerman opgewekt. Als ze in gesprek raakten over de dingen van de dag werd het weer daar heel knap in verweven. In dit programma was het een genoegen iets te vertellen over een komende hittegolf of een blauwe lucht. Werd het storm of regen dan lachten ze die weg. Om het grijs te kleuren draaide de presentator vlug een opgewekt muziekje.

Die zondagmorgen liep het tegen halfelf. De weerman was er klaar voor. Hij was al met de studio verbonden. Nog even en dan zou de presentator hem aankondigen. Z'n vrouw en kinderen waren vast al wakker.

En dan nu het weer!

Die aankondiging kwam toch nog onverwacht. De weerman werd er opgewonden van. Hij was hoe dan ook in de lucht en praatte of hij het weer van de dag aan een vriend toevertrouwde. Hij had hem een keer verteld dat hij als kind al bakjes buiten zette om de neerslag te kunnen meten.

De presentator zou nu wel iets terug moeten zeggen. Maar hij zweeg. Had de weerman soms iets verkeerds beweerd? Aan de temperatuur kon het niet liggen. Die viel niet te veranderen.

Zachtjes noemde de weerman de naam van de presentator. Het bleef stil. Nog eens noemde hij z'n naam, hij riep z'n vriend nu bijna. In de studio werd niets gezegd.

Haalde de presentator een grap met hem uit? Hij was ertoe in staat. De luisteraars hoorden hoe de weerman het met wanhoop in z'n stem nog een keer probeerde. Toen hij opnieuw geen antwoord kreeg mengde iemand anders in de studio zich in het eenzijdige gesprek. Doorgaan, je moet doorgaan... De onbekende stem zei het zo zacht mogelijk. Z'n woorden waren alleen bestemd voor de weerman en toch kon iedereen in het land de welgemeende tip horen.

De weerman ging door. Eindelijk had hij het begrepen. Natuurlijk, de presentator was met vakantie en had het hele programma van te voren opgenomen.

    • K. Schippers