Een scherp mes in het gevoelsleven

Robert Musil: De ervaringen van de jonge Törless. Uitg. Ambo/ Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Robert Musil is geen Philip Roth die je bij je lurven grijpt voor je goed en wel besloten hebt mee te doen, ook niet in zijn romandebuut De ervaringen van de jonge Törless. Maar “na een bladzijde of twintig heeft Musil me zo dicht tegen de jonge Törless aangedrongen dat het bijna angstaanjagend wordt.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Voor een paar centen te koop en zonder dat ik mijn hoofd scheef hoef te houden om titels te lezen - hier bij De Slegte, waar alle boeken pontificaal met hun gezicht naar voren staan uitgestald, lijkt mijn leesverleden dichterbij dan thuis, voor mijn eigen boekenkast. Boeken van lang geleden, maar nog krakend van nieuwigheid: De kleine Rudolf van Aart van der Leeuw, bijvoorbeeld, De Schimmelruiter van Theodor Storm. Gelezen in de tijd dat ik de jeugdboeken ontgroeid was en uit alle macht probeerde te vergeten dat ik al dat onnozels ooit gelezen had. Hier was de Echte Literatuur.Mijn leestrek werd honger maar ik was te keurig om te schransen. Bovendien was er die verplichte boekenlijst op school - een merkwaardige kwelling, vond ik, maar zoveel begreep ik wel dat je in geval van ondervraging met mes en vork gegeten moest hebben, niet met je handen. (En beslist lag dat servet er niet om je ogen mee droog te vegen.) Boeken kocht ik nog nauwelijks, het was de periode van de in karton geharnaste bibliotheekboeken met weke richels waar het linnenplakband de kaft liet scharnieren, en altijd in de buurt die rugplakkertjes met doodskoppen, kastelen en boompjes met een huisje ernaast - met hartelijk simplisme wezen ze de weg naar moord en doodslag, vochtige burchtgangen waar huiverend liefde binnenglipt, en plekken op de wereld waar niemand kotst na het jaarlijks stomdronken worden van eigengebrouwen bier.

Bij de afdeling Literatuur moesten de boeken het zonder zulke plakkertjes stellen, geloof ik, de enige toevoeging bestond uit de stempels voorin; een bedeesde enkele of een hele batterij rechte, scheve, vage en vette - in combinatie met het kartonnen korset gaf dat een boek iets aantrekkelijk vunzigs vooraf.

Terwijl ik De kleine Rudolf (dat ik inmiddels zelf bezit, maar in een veel oudere uitgave) van het winkelschap neem, herinner ik me het klamme van gras dat plette onder mijn ellebogen, een samengedrukt middenrif, harde grond. De hemel mag weten waarom ik in mijn puberteit bij voorkeur liggend op mijn buik las; comfortabel is anders. In die houding had lachen pijn gedaan, maar bij literatuur, Echte Literatuur, viel niet te lachen, de boeken die ik tot dan toe was tegengekomen, sterkten me in die overtuiging. En er werd een speciaal soort geduld gevraagd, dat was duidelijk. De fietsafstand naar de bibliotheek en het dieet van het beperkte aantal 'leesboeken' en 'studieboeken' dat per keer mocht worden geleend, maakten bovendien dat ik ook met aandacht las wat tegenstreefde voor het zich gewonnen gaf. Geduld begon me te bevallen.

Ik loop langs andere namen uit mijn leesverleden maar van minder ver terug: Marguerite Yourcenar (Archieven uit het Noorden), Philip Roth (Bedrog), die het gevoel kan achterlaten van een stomp in je maag zonder dat je uren op je buik in het gras hebt gelegen, en Salinger (Heft hoog de nokbalk, timmerlieden en Seymour, een introductie) - een schrijver bij uitstek om je van het idee af te helpen dat er bij literatuur niet te lachen valt. (Ontroeren doet hij ook, en neem dan gerust dat servet.) Ten slotte blijf ik staan bij Robert Musil. Naast ander werk van hem: De ervaringen van de jonge Törless. Een bescheiden ogend omslag, een bescheiden maat boek.

Zo uit, denk je bij het doorbladeren, of zelfs: toch niet te snel uit? Fout.

Goed, dan iets meer geduld, denk je thuis met het boek op schoot, de eerste bladzijde voorbij. Ook fout.

Véél aandacht, concentratie, het kalmste leestempo. Wie dat oude geduld kwijt was, vindt het hier terug. Dit is geen Philip Roth die je bij je lurven grijpt voor je goed en wel besloten hebt mee te doen, maar iemand die je met een wenk zo subtiel dat je je afvraagt of je hem waargenomen hebt, doet volgen. Wat verloren loop je achter hem aan maar als hij een hoek omslaat kijkt hij om: waar blijf je nou.

Na een bladzijde of twintig heeft Musil me zo dicht tegen de jonge Törless aangedrongen dat het bijna angstaanjagend wordt. Ik kan elke gedachte horen. En steeds als ik denk: ja, natuurlijk, ik begrijp wel wat Musil hier bedoelt, wijst de volgende zin me fijntjes terecht: nee, je weet het niet, hij bedoelt net iets anders.

De ervaringen van de jonge Törless (1906, Musils romandebuut) speelt zich af op een jongenskostschool in de kleine stad W., te midden van dunbevolkt dor akkerland' in een niet nader genoemd keizerrijk. De voorvallen die Törless langzaam klem zetten, zijn zo snel verteld dat het flauw zou zijn ze hier uit de doeken doen. Maar hoe loopt het met hem af, ontwringt Törless zich ten slotte aan de benauwenis, hoort hij de rest van zijn leven alleen nog zijn hersens knarsen of brengt zijn aanstekelijke onderzoekslust hem ergens? Musil zelf hechtte aan dat gegeven zo weinig belang dat hij midden in het verhaal droogjes schetst wat er van Törless geworden is. Volg zelf hoe Musil het scherpe mes in het gevoelsleven van de jonge Törless zet, en daarin rondwoelt op zoek naar hard en zacht, graat, bot en ingewanden. Hij deinst nergens terug, maar is ook nergens wreed of ongeduldig, met evenveel precisie beschrijft hij gedroom en gedraai, morele dilemma's en gedachten waarmee niemand liever iets te maken heeft. En zelden zulke fijnzinnige beschrijvingen gelezen van ongeluk - ze maken bijna gelukkig.

Een week later ben ik opnieuw bij De Slegte. Maar wat krijgen we nu, ben ik goed wakker? Waar ik zo kort geleden het boek heb opgepakt, ligt niet één exemplaar meer. Alsof de man die me de kleine wenk gaf, deze keer niet heeft omgekeken voor hij de hoek omsloeg, hij is in zijn eentje weggegaan. Zoek het, dit boek! Mogelijk ligt er bij een van de filialen van De Slegte toch nog een exemplaar. Zo niet: schud de kasten van elk antiquariaat tot het eruit valt.