Een briljant dom gansje; Relaas van stervende vrouw in roman van Eva Bentis

Eva Bentis: Het gif kraait koning in mijn hoofd. Uitg. Contact, 223 blz. Prijs ƒ 34,90

Een paar weken geleden wijdde Kees Fens in de Volkskrant een narrig beschouwinkje aan de 'ontlezing', vooral bij jongeren. Volgens hem ontbreekt het hun aan nieuwsgierigheid naar hoe het afloopt, naar de laatste regels. Het lijkt mij een simpele voorstelling van zaken, want die nieuwsgierigheid moet wel eerst worden gewekt. Niet iedere schrijver is daartoe in staat. Eva Bentis wel. Zij schrijft spannende romans, waarin veel gebeurt, waarin naar grootse ontknopingen wordt toegewerkt en waarin het gaat om existentiële zaken. Dat geldt ook voor haar vierde boek, al valt er op de onmogelijke titel, de stijl en het verhaal zelf wel het nodige aan te merken.

Het gif kraait koning in mijn hoofd is het relaas van een stervende vrouw. Zij is vergiftigd door haar echtgenoot en is langzaam maar zeker bezig te creperen aan de gevolgen daarvan. Als arts weet zij wat ze had moeten doen om haar leven te redden, als ze tenminste op tijd had ontdekt wat er aan de hand was. Maar ze was te laat en moet nu haar gruwelijk lot onder ogen zien. Met haar laatste krachten beschrijft ze haar leven. Zij richt zich tot haar minnaar, in de hoop dat hij haar volgekrabbelde schriften zal vinden en daarmee voor gerechtigheid zal zorgen.

Haar relaas heeft onmiskenbare thrillerkanten. De beschrijving van haar geleidelijke aftakeling is huiveringwekkend. Maar nog huiveringwekkender is de gedachte dat Viktor, de moordenaar, haar zal weten te vinden in de afgelegen boerderij waar zij haar laatste dagen doorbrengt. Hij zou haar de schriften, haar laatste houvast en zelfrechtvaardiging, afhandig kunnen maken. Een ongegronde vrees, strikt genomen, want uit het feit dat wij het verhaal van deze Jozefina kunnen lezen, valt af te leiden dat het in goede handen terecht is gekomen.

Haar levensverhaal is nergens larmoyant, eerder koel en analyserend. Zo vat zij haar beroep (chirurg) samen: 'Snijden, graaien en naaien'. Over haar toestand verstrekt zij afgemeten bulletins: 'Ik ben ongeneeslijk ziek, mijn lever is aangetast, ik ben abrikoosgeel, witte bloedlichaampjes vermenigvuldigen zich koortsachtig, mijn lippen zijn opgenomen in de omringende huid, ademhalen gaat moeizaam, waarschijnlijk zit er vocht achter mijn longen, mijn maag komt tegen alles in opstand, de kracht verdwijnt langzaam uit mijn verdubbelde benen.'

Intussen lijdt deze roman wel aan het euvel waaraan alle boeken van Bentis lijden: overdaad. Er wordt net iets te veel in overhoop gehaald. Het wemelt van de verwikkelingen, zijpaden en nevenintriges. Net als in De engel en het zwaard (1994) speelt het voormalige communisme een belangrijke rol. Maar ook nu is er iets kunstmatigs aan het oostblok van Bentis, alsof het er vooral bijgesleept is om het verhaal politieke en internationale allure te verschaffen. Viktor, een Russische emigrant, blijkt een KGB-spion te zijn die met 'het westen' wil afrekenen omdat het hem zijn pré-glasnost-idealen zou hebben afgenomen. Daarnaast voorzag Bentis hem ook nog eens van een alcoholprobleem, een maitresse, een minderwaardigheidscomplex en een enge broer. Het zicht op zijn moordlustige motieven wordt door al die extra verwikkelingen alleen maar duisterder.

Ook Jozefina, de heldin, is moeilijk te volgen. Zij is briljant in haar vak, maar ook wereldvreemd, lijdend aan een ernstig gebrek aan mensenkennis. Een stoere vrouw met een ijzeren discipline die zonodig haar mannelijke collega's onder de tafel drinkt, maar ook een dom gansje dat zich door de eerste de beste man laat inpalmen. In de terugblik op haar leven wordt van alles en nog wat aangestipt: het eenvoudige daglonersgezin waaruit ze afkomstig is, haar eenzame jeugd, haar schooltijd, haar studie, de moeizame omgang met familie en collega's, en haar aanvankelijke liefde voor Viktor. Mooie en spannende episodes vaak, maar een helder portret rijst uit deze wirwar van feiten en gebeurtenissen niet op.

De roman is te gedetailleerd en tegelijk te grofmazig. Want behalve om veel feiten draait het hier vooral om grote tegenstellingen, die nergens verzoend worden. Tussen arm en rijk, ongeletterd en beschaafd, christendom en communisme, oost en west, man en vrouw en tussen massa en individu. Tot een roman met sociologische of politieke diepgang groeide Het gif niet uit en dat is jammer. Maar naar de laatste regel van de psychologische thriller die het wèl is, zullen veel lezers nieuwsgierig zijn.

    • Janet Luis