Deskundigen: aanslag is niet onwaarschijnlijk

ROTTERDAM, 19 JULI. Het is niet onwaarschijnlijk dat de woensdagavond boven de Atlantische Oceaan verongelukte Boeing 747 is ontploft door een aanslag met een bom of door een afgevuurde raket. Dat zeggen Nederlandse deskundigen op het gebied van de luchtvaarttechniek.

Ze worden in deze opvatting gesterkt door berichten dat de bemanning kort voor de explosie geen melding heeft gemaakt van moeilijkheden met het toestel aan de verkeersleiding van het vliegveld John F. Kennedy in New York. Wel zou er op het allerlaatste moment nog een alarmsignaal zijn gegeven.

De deskundigen zien verschillende mogelijke oorzaken voor het vliegtuigongeluk met het TWA-toestel. De eerste is een terroristische aanslag door middel van een aan boord gebrachte bom of een vanaf de schouder afgevuurde raket. Ook wordt rekening gehouden met een bij vergissing afgevuurde raket door een vliegtuig dat het toestel voor een vijandelijk vliegtuig zou hebben aangezien. Verkeersvlieger S. den Boer, voormalig bestuurslid van de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers en sprekend op persoonlijke titel, herinnert aan een vliegramp in 1980 bij het Italiaanse eilandje Ustica die 81 mensen het leven kostte, waarbij volgens de meest waarschijnlijke maar niet bewezen hypothese een Italiaanse DC-9 per abuis werd neergehaald door twee Amerikaanse gevechtsvliegtuigen.

De deskundigen wijzen verder op de mogelijkheid dat zich aan boord van het verongelukte TWA-toestel gevaarlijke stoffen bevonden die tot een ontploffing kunnen hebben geleid. Het is niet ongebruikelijk dat in passagiersvliegtuigen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Deze zouden geëxplodeerd kunnen zijn en een grotere explosie tot gevolg kunnen hebben gehad.

Dit scenario is niet erg waarschijnlijk, omdat de cockpitbemanning doorgaans gelegenheid heeft om een waar ook in het vliegtuig ontstane brand met een druk op de knop te blussen via aangebrachte blusapparaten.

Onlangs stortte in de Amerikaanse staat Florida een DC-9 van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij ValuJet neer, vermoedelijk als gevolg van een exploderende lading zuurstofgeneratoren. Bij de ramp kwamen alle 110 inzittenden om. Er zou geen toestemming zijn gegeven voor het vervoer van zuivere zuurstof. Den Boer wijst erop dat vliegmaatschappijen gehouden zijn aan strenge voorschriften bij het vervoer van gevaarlijke stoffen met betrekking tot verpakking, beperkte hoeveelheden en plaatsing in het vliegtuig.

Als laatste, eveneens zeer onwaarschijnlijke, mogelijkheid zien de deskundigen een explosie in een van de motoren. Het komt sporadisch voor dat een motoronderdeel losraakt en door de motor vliegt, waardoor de motor wordt beschadigd en uitvalt. Hoewel de motoren er op zijn ontworpen dat een losgeraakt onderdeel niet buiten de motor terecht komt, bestaat de mogelijkheid dat in dit geval een onderdeel toch een of meer hydraulische systemen heeft geraakt.

Prof.dr.ir. Th. van Holten, hoogleraar lucht- en ruimtevaarttechniek aan de Technische Universiteit in Delft, herinnert aan een vliegramp in 1989 op het vliegveld van Sioux City in de Amerikaanse staat Iowa, waarbij 68 inzittenden omkwamen. Oorzaak was het losraken van een motorblad dat alle hydraulische systemen bleek te hebben geraakt.

De piloot slaagde er ondanks het wegvallen van de besturing terug te keren naar het vliegveld door het vermogen van twee nog werkende motoren te variëren. BIj de landing op het vliegveld stortte het toestel alsnog neer, maar 178 inzittenden overleefden de ramp.