De vele functies van het bierviltje

Zou het met de angst voor de leegte of met de angst voor de stilte te maken hebben? Bestaat er enig verband tussen het een en het ander? Juist in een tijd dat er bijna geen cafés meer zijn zonder de terreur van muziek komt de niet te stuiten opmars van de surrogaatbierviltjes, de nepviltjes, de geplastificeerde of anderszins ontsierende onderzetters voor de glazen.

Het wordt nog erger: er is bijna geen bierviltje meer dat aan de achterzijde niet is bedrukt met teksten. Sail Amsterdam, WK Voetbal, puzzels, grappen en dwaasheden, reclame, cartoons, Eindhoven Lichtstad, Maastricht Carnavalstad, Amsterdam Seaport - een oneindige reeks van ongevraagde mededelingen komt op de cafébezoeker af die argeloos het viltje omdraait. Natuurlijk, aan de voorzijde moet het beeldmerk van de brouwer staan, eenvoudig, sober en herkenbaar. Maar de achterzijde behoort niet de brouwer toe, maar de klant. “Een brouwer die ook de achterzijde van zijn bierviltje bedrukt, brouwt te veel en denkt te weinig”, hoorde ik eens iemand in een etablissement zeggen, en terstond verschenen de woorden op de rugzijde van Leeuw Bier.

Het enige waardige bierviltje is het ronde of vierkante, het laatste met afgeronde hoeken. Het viltje moet het overtollige schuim opnemen. Ook zorgt het voor orde op cafétafeltje dan wel tapkast: waar het viltje door de uitbater is neergelegd, daar komt het glas te staan. Het viltje dient een oneindig scala aan mogelijkheden, het leidt meer levens dan waartoe het ooit werd ontworpen. Wie nerveus is, breekt het; wie alleen is en zich verveelt, speelt ermee. Het is de paperclip van het café, rust en richting gevend aan doelloos dolende vingers.

Het bierviltje verdient een loflied van de kroegbezoeker, het is het memo van de kroeg. Hoe vaak keerde ik de ochtend na een avond in de stad de zakken van mijn broek of colbert niet om en vond daarin beschreven bierviltjes? Telefoonnummers, boektitels ('Moby Dick, moet je lezen!'), schetsen van een stadsplattegrond, afspraken, een liefdesverklaring, haastig opgeschreven flarden van gesprekken. Op een namiddag ergens in de Jordaan: “Merel mag ik je kussen.” Opgetekend uit de mond van een zesjarig jongetje tegen een vierjarig meisje, het dochtertje van de cafébaas. En waarom moet ik aanstaande donderdagavond om half negen tegenover de Athenaeum Boekhandel staan? Wie is Annemiek, 6447713. Of zijn die twee zevens eigenlijk twee negens? De zekerheden van een roezig verlopen avond zetten zich, dank zij het memo van de kroeg, in de klaarlichte ochtend in raadsels om.

Als de lege achterzijde van het bierviltje verloren gaat, gaat de romanliteratuur ten onder. Geen schrijver noteert meer invallen voor zijn nieuwe boek, hij plukt geen gespreksflarden meer uit de lucht.

Het ronde viltje heeft de doorsnede van tien centimeter, het vierkante beslaat tweemaal negen centimeter. Die klein bemeten wereld van vilt is voldoende om er de mooiste strofen op te schrijven, maar niet door de brouwer. Laat hij respect hebben voor en ruimte geven aan de creativiteit van zijn drinkers.

Navraag leerde dat in een goed beklante kroeg er in een dag en avond zo'n honderdvijftig viltjes doorheen gaan. Ze worden verbrokkeld, met de vingers kaalgewreven, gaan als memo mee naar huis. Op de achterkant die kleine zeepbel, die opsteeg uit het schuim toen de nevelen de geest verrijkten en gedachten woorden werden. “Brouwer, ik wil mijn viltje terug.”

    • Kester Freriks