De slag om de Rotterdamse Kunststichting; Sanering van een legendarisch instituut

De nieuwe directeur van de Rotterdamse Kunststichting, Robert de Haas, zal zich vooral moeten bezighouden met een grootscheepse reorganisatie van de veelvuldig bekritiseerde instelling. Het personeel moet worden gehalveerd en een groot aantal taken wordt afgestoten. “De organiserende taak van de RKS is veelal door andere instellingen en particulieren overgenomen”, zegt wethouder Kombrink. Welke rol gaat de stichting nu in Rotterdam vervullen?

Het lijkt een versleten jurk, met valse zomen, afgeknipte mouwen en een slordig herstelde kraag. De Rotterdamse Kunststichting (RKS), opgericht na de oorlog met als taak het culturele leven in de zwaar getroffen havenstad weer op gang te brengen, is uitgegroeid tot een van de meest bekritiseerde instellingen van de stad.

Rumoer klinkt op uit boekhandels, cafés, kunstenaarsateliers en redactielokalen. “De RKS is een teek geworden die de gastheer in omvang overtreft”, zegt beeldend kunstenaar Henk Tas. In het pand De Unie aan de Mauritsweg in het centrum van Rotterdam “huist een literair politbureau dat tegelijk met de Berlijnse Muur had moeten vallen”, aldus de dichter Rien Vroegindeweij. Volgens Manuel Kneepkens van de Stadspartij Rotterdam keert de RKS geld uit aan zichzelf en aan culturele grands spectacles.

De huidige staf mist nieuwsgierigheid en dadendrang, zeggen ook oud-RKS-leden. En ze roepen dan graag de jaren zeventig en tachtig in herinnering, toen evenementen als Poetry International en het Rotterdams Filmfestival tot stand kwamen en het beeldend kunstcentrum Witte de With werd opgericht.

'Hef die overleefde club maar op', roepen de ergste critici. Want wie iets in Rotterdam van de grond wil krijgen, kan dat op dit moment maar het beste buiten de Kunststichting om organiseren. Zet anders een nieuw instituut neer, met jonge mensen die goed weten wat er in Rotterdam omgaat.

Dat de Kunststichting geen eenvoudige taak heeft, is een understatement. Ze heeft taken die geen andere kunstinstelling in Nederland heeft en zou willen hebben, omdat het gevaar van belangenverstrengeling zo op de loer ligt. De RKS adviseert het gemeentebestuur op het gebied van cultuurbeleid. Ze subsidieert kunstenaars en instellingen, en organiseert daarbij ook nog eigen manifestaties en projecten.

De kritiek van buitenstaanders dat de RKS zichzelf en eigen vriendjes bevoordeelt, is soms terecht. Zo traden twee jaar geleden in het door de RKS georganiseerde en gesubsidieerde lezingenprogramma Achterstallig Onderhoud naast schrijvers als Charlotte Mutsaers, Marcel Möring en K. Michel ook de secretaris en oud-secretaris van de sectie Letteren op: Melchior de Wolff en Michael Zeeman. Maar er gaat ook geld naar blaaskapellen, amateurtoneel en migranten - al is het budget voor deze laatste groep vorig jaar met 40 procent verlaagd en is de voltallige sectie uit onvrede met de gang van zaken opgestapt.

Puin

Vorige week werd bekend dat de Haagse cultuurambtenaar Robert de Haas (56) - nu nog directeur van de Rijksdienst Beeldende Kunst - is benoemd tot directeur van de RKS. Vanaf 1 oktober moet hij bij de stichting 'puin gaan ruimen'. De Rotterdamse wethouder van cultuur Hans Kombrink heeft De Haas voor deze 'belangrijke klus' gevraagd wegens zijn “communicatieve vaardigheden, brede belangstelling voor het hele culturele terrein en vermogen om te stimuleren”. Rotterdam moet blij zijn, vindt hij, dat “iemand van buiten met nationale en internationale ervaring als eindbaan van zijn carrière deze functie wil vervullen.”

In Rotterdam moet De Haas het personeel saneren: de nu nog ruim dertig formatieplaatsen moeten teruggebracht worden naar zestien plaatsen. De salariskosten, die vorig kalenderjaar nog stegen van 2 miljoen naar 2,5 miljoen gulden, moeten omlaag, evenals de overhead-kosten. “Medewerkers blijven hier te lang hangen”, zegt plaatsvervangend RKS-directeur Van Agteren, “langer dan bedoeld. Wie aan wordt gesteld bij de RKS, is ambtenaar en kun je niet zo maar ontslaan. De arbeidsmarkt is moeilijk. Dus wie hier eenmaal zit, zou wel gek zijn om weg te gaan.” Het personeel dat afvloeit krijgt waarschijnlijk een andere baan bij de gemeente of gaat de politiek weer in.

De huidige problemen zijn gedeeltelijk terug te voeren op de ernstige bestuurscrisis die de RKS in januari 1994 trof. Het voltallige personeel zegde het vertrouwen op in de toenmalige directeur A. de Jonge. Daarop volgde een lange periode van geheimhouding, van vage geruchten over haaien die de oude directeur zouden hebben weggepest.

Voor het Utrechtse adviesbureau Andersson, Elffers en Felix, dat al in 1994 de opdracht van het RKS-bestuur kreeg om de organisatie door te lichten, was de zaak binnen een week duidelijk. Na 'een kleine verkenning' was het evident, aldus een woordvoerder van het bureau: “De vertrouwensbreuk tussen personeel en directeur was definitief. Dus adviseerden wij het bestuur naar aanleiding van die conclusie een beslissing te nemen.”

Voor het bestuur kwam de motie van wantrouwen van het personeel als een donderslag bij heldere hemel, zegt de huidige RKS-bestuursvoorzitter Ton Bevers. “De Jonge was al vijf jaar directeur van de RKS, maar nooit hadden wij van stafmedewerkers klachten gehoord. Toen de conflicten eenmaal losbraken, kon de brand niet meer worden geblust”, aldus Bevers. “Bestuur en directie restte niets anders dan de directeur op non-actief te stellen.”

De interne ruzie had zich destijds toegespitst op de opvolging van Wim Crouwel, die in 1993 afscheid nam als directeur van Museum Boijmans Van Beuningen. “Iedereen wist de geboortedatum van Crouwel”, zegt Melchior De Wolff van de sectie Letteren. “Dus je kon op je vingers natellen wanneer hij met pensioen zou gaan. De Jonge bemoeide zich helemaal niet met die kwestie, en als je hem daar op aansprak en zei dat wij als RKS toch een belangrijke adviserende rol in de benoeming van zijn opvolger zouden moeten hebben, zei hij: 'Ja interessant, daar moeten we ons eens mee gaan bezighouden'. Maar er gebeurde helemaal niets. Op een gegeven moment raak je kriegel en dan denk je: val dan ook maar dood.”

Na het vertrek van De Jonge brak een periode van interim-directeuren aan, en - noodgewongen - een periode van bezinning. Ook op het gemeentehuis, dat de RKS jaarlijks ruim 12,5 miljoen gulden subsidie geeft. Wethouder Kombrink stelde vorig jaar een extra adviescommissie cultuur in die in april van dit jaar naast de RKS de gemeente over het Kunstenplan 1997-2000 heeft geadviseerd. “De leden hebben een kritische scan gegeven”, zegt Kombrink; “het kan geen kwaad als mensen uit het land ons een spiegel voorhouden.” Deze 'Commissie Van der Vlist' is ingesteld “in goed overleg met de RKS”, aldus Kees Weeda, hoofd kunstzaken van de gemeente. “De RKS verkeerde in distress en dus kwam vanuit het college van B & W de wens op om de RKS niet de eindverantwoording te geven inzake advisering van het volgende Kunstenplan.”

De commissie van Kombrink werd na het uitbrengen van het advies weer opgeheven. “Maar waarom hebben we twee commissies nodig gehad die de gemeente adviseren over het Kunstenplan?” zegt Manuel Kneepkens, voorzitter van de Stadspartij Rotterdam. “Dat kost alleen maar handenvol geld. Een betere vingerwijzing dat de RKS niet functioneert, had de wethouder niet kunnen geven.”

Imago

De vraag die zich bij velen opdringt, is niet alleen: hoe heeft het zo mis kunnen gaan met die geïnspireerde club van Adriaan van der Staay, Martin Mooij, Huub Bals en Gosse Oosterhof uit de jaren zeventig en tachtig? Maar vooral: hoe kan de RKS in de toekomst beter functioneren en hoe komt ze van haar slechte imago af?

Kombrink wijt dat negatieve imago niet alleen aan het omstreden vertrek van de vorige directeur en het langdurige zoeken naar diens opvolger, maar ook aan de veranderingen in het culturele leven van Rotterdam. “Dat is de laatste decennia zo sterk gerijpt en verbreed, dat de organiserende en initiërende taak van de RKS nu veelal door andere instellingen en particulieren is overgenomen.”

Volgens Van Agteren is het imago van de RKS altijd slecht geweest - “voor een deel doordat mensen die subsidie aanvragen door ons worden afgewezen. Ik haal graag Disraeli aan: 'It's easier to be critical than to be correct.” De Wolff van de sectie letteren wuift kritiek op het slechte imago van de verschillende disciplines van de RKS van de hand. “Die kritiek is meestal ongenuanceerd en dom, en komt van gefrusteerde kunstenaars en schrijvers.” Niettemin bekent Van Agteren: “Er is de afgelopen jaren te weinig aan zelfreflectie gedaan.”

“Degene die aan het hoofd van de RKS staat moet een sterk imago hebben”, vindt Van Agteren. “Men moet voetstoots van hem aannemen dat hij iemand is.” Dat ontbrak volgens hem bij De Jonge. “De Jonge gaf erg veel speelruimte aan de medewerkers. Dat is aan de ene kant fijn, maar wat heb je eraan als je tegelijkertijd bang bent dat hij niets voor elkaar krijgt op het stadhuis?” “De secties moeten het werk doen”, zegt Thomas Meyer zu Schlochtern, stafmedewerker beeldende kunst. “Maar het is aan de directie dat werk over het voetlicht te tillen.” Melchior de Wolff van de sectie Letteren beaamt dit: “De Jonge had de neiging om cultuurpolitieke aangelegenheden zoveel mogelijk via lijnen van geleidelijkheid en het harmoniemodel te spelen. Zeker in de politiek kun je dat model als directeur niet altijd hanteren.”

Het is nu aan Robert de Haas, die kunstgeschiedenis studeerde in Leiden, om de grootscheepse reorganisatie door te voeren. Daar heeft hij al ervaring mee in zijn huidige functie bij de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK). Het jaarlijkse budget van een miljoen gulden voor de aankoop van een collectie Nederlandse, eigentijdse kunst, vloeide weg van zijn Rijksdienst naar de Mondriaan Stichting in Amsterdam. Die stichting nam ook de organisatie van de Nederlandse deelneming aan de internationale biennales van beeldende kunst over, evenals de promotie in het buitenland van Nederlandse kunst. De kunstverzameling is inmiddels verspreid over musea. Binnenkort gaat de Rijksdienst volledig op in het nog op te richten Nederlands Instituut voor Cultuurbehoud, samen met het Centraal Laboratorium en de Opleiding Restauratoren, beide in Amsterdam. Behalve bij deze Haagse reorganisatie, was De Haas betrokken bij de onderhandelingen met de Russische autoriteiten over de teruggave van de Koenigs-collectie.

Onder het bewind van De Haas zal de RKS haar functie van organiserende instelling verder moeten afstoten “om aan de kritiek van de belangenverstrengeling tegemoet te komen”, aldus Van Agteren. De afdeling projectontwikkeling wordt opgeheven net als de functie van Van Agteren zelf. Zaal De Unie - nu nog geëxploiteerd door de RKS - wordt verzelfstandigd, evenals het multiculturele Dunya Festival en, waarschijnlijk, de stichting Air die onder andere de jaarlijkse Dag van de Architectuur organiseert.

Wat overblijft is een RKS die “kleiner en fijner wordt en als een generalistische denktank gaat functioneren”, zoals wethouder Kombrink het formuleert. Daartoe worden de secties die zich met een kunstvorm bezighouden, opgeheven. In het verstrekken van subsidies voor projecten die de 100.000 gulden niet overschrijden, behoudt de stichting een adviserende en beslissende stem. “Haar initiatieven dienen over het fijne raderwerk van afzonderlijke secties heen te gaan, om zodoende de belangen vanuit een integraal perspectief te kunnen bekijken”, meent Kombrink.

“De RKS moet met zijn poten in de klei willen staan, een goede blik krijgen op wat er in de stad zou kunnen en zou moeten gebeuren. De stichting moet het zout in de pap zijn bij de advisering aan de politiek en de vinger durven te leggen op de zere plek van andere Rotterdamse organisaties”, zegt de wethouder.

Zere plekken

Is de Haas in staat om met een afgeslankte RKS een vuist te maken op het stadhuis? “Je hebt iemand nodig die gepokt en gemazeld is in de Rotterdamse cultuur”, zegt Manuel Kneepkens. “De Haas is een typische kunstbureaucraat, een Haagse ambtenaar.” Kneepkens voorspelt dat “deze nieuwe directeur geen puin gaat ruimen. De vorige RKS-directeur is door het voltallige personeel weggepest. Ik vrees dat hetzelfde met De Haas zal gebeuren. Als hij het vier jaar uithoudt, zal het het mij verbazen.” Kneepkens had zelf de Surinaamse, in Rotterdam woonachtige schrijfster en sociologe Shirley Azimulha aan het RKS-bestuur voorgesteld. “Shirley, da's een wijf met haar op haar tanden. Daar moeten ze niet aan denken bij de RKS. Terwijl ik dacht: dat zou nou eens een doorbraak zijn.”

Voor veel Rotterdamse kunstenaars en organisatoren is De Haas een onbekende. Beeldend kunstenaar Henk Tas bijvoorbeeld, tot 1994 lid van de sectie Architectuur van de Kunststichting, heeft nog nooit van hem gehoord. Giel van Strien, hoofdredacteur van Passionate, het enige literaire tijdschrift in Rotterdam, en Martin Mooij, de vroegere directeur van Poetry International, kennen de nieuwe directeur evenmin. Volgens Van Agteren is De Haas een goed communicator. “Hij is heel breed en niet alleen in beeldende kunst gespecialiseerd. Hij houdt van het compromis, maar schuwt de confrontatie niet.”

In zijn nieuwe functie wil De Haas vooral het accent gaan leggen op de jeugd en de migranten, zo liet hij vorige week weten. Niets nieuws, zeggen waarnemers, daar hebben gemeentelijke beleidsnota's het al jaren over. Bovendien houden de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR), de grootste organisatie in Nederland op het gebied van kunsteducatie (omzet 20 miljoen gulden), het Museum van Volkenkunde en het verzelfstandige Dunya Festival zich allang met jeugd, amateurs of migranten bezig, zeggen zij.

De Haas wil ook de scheidslijn tussen amateurs en 'professionals' slechten. Hij vindt daarbij Kombrink aan zijn zijde. “Als Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 wil worden dan is een breed, goed draagvlak van groot belang”, aldus de wethouder. Kombrink constateert een hoge participatiegraad van amateurs in onder meer koorzang en toneel, en ten onrechte is het daartoe bestemde budget sluipenderwijs de laatste jaren ingekrompen. Dat moet nu anders, vindt de wethouder. Waarnemers en sectieleden zijn een andere mening toegedaan: Jeugd, migranten, amateurs; het zijn vooral 'populistische thema's waar electoraal mee te scoren valt'.

Voorlopig zal de status van de RKS onduidelijk blijven. Groeit de RKS uit tot het 'culturele geweten' van Rotterdam, zoals plaatsvervangend directeur Van Agteren graag wil? Of gaat de stichting politieagent spelen bij andere gemeentelijke kunstinstellingen? Want Kombrink wil dat de RKS de vinger op zere, gemeentelijke plekken gaat leggen.

Het zou de nodige conflicten opleveren als de stichting gaat initiëren en adviseren bij gevestigde, specialistische organisaties, die daar ongetwijfeld niet op zitten te wachten. En het ligt voor de hand dat de Rotterdamse kunstenaars en schrijvers geen behoefte hebben aan een 'generalistische denktank', de instelling die Kombrink voor ogen staat.

Of blijft er straks van de RKS niets anders dan een adviesraad over, een papieren tijger, die stil en onzichtbaar de wethouder in zijn streven naar Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 met raad, maar zonder daad, bijstaat?

    • Lucette ter Borg
    • Marianne Vermeijden