Brecht fonkelt in donkerend bos

Voorstelling: De Kaukasische Krijtkring van Bertolt Brecht door Theater Het Amsterdamse Bos. Muziek: Paul Dessau; vertaling: Frances Sanders, Martine Vosmaer; decor: Willem Heesen; kostuums: Willemeijn van Brussel; regie: Frances Sanders; spelers: Mijs Heesen, Porgy Franssen, Bodil de la Parra e.a. Gezien 18/7 Het Amsterdamse Bos, Amsterdam. Te zien t/m 24/8. Aanv 21u30. Inl 020-6433286 (na 18u).

Vorig jaar hielden de Drie Zusters van Tsjechov het Openluchttheater van Het Amsterdamse Bos in betovering. Dat was de mooist denkbare combinatie: Tsjechovs melancholie omzoomd door de avondschemering tussen de bomen. Nu heeft regisseur Frances Sanders gekozen voor De Kaukasische Krijtkring van Bertolt Brecht, een schrijver die om duistere redenen langzaam maar zeker van het repertoire aan het verdwijnen is.

Toch is Brecht een onmisbaar schrijver. Ooit was De Kaukasische Krijtkring naast Moeder Courage een van zijn meest gespeelde stukken. Brecht voltooide het in Amerika; het ging in première in 1948 in Northfield, Minnesota. In dramaturgisch opzicht is dit toneelstuk niet het fijnst; het bestaat uit verschillende verhaallijnen met telkens andere hoofdpersonen. Er zitten moraliserende episodes in die vertragend werken. Het heeft niet de dwingende samenhang als, bijvoorbeeld, Moeder Courage.

In het Amsterdamse Bos, onder de langzaam donkerende hemel, heeft Frances Sanders aan De Kaukasische Krijtkring een fonkelende vorm gegeven. Het stuk speelt zich af in de Kaukasus, vlak na de Tweede Wereldoorlog. In de roerige nasleep daarvan moet een rijke gouverneursvrouw, die zich slechts bekommert om haar garderobe, het huis ontvluchten; er breekt een nieuwe tijd aan, waarin voor haar vooroorlogse welstand geen plaats is. Ze vergeet haar pasgeboren kind mee te nemen. De dienstmaagd Groesje ontfermt zich erover. Dwars door strijdende legers, ondanks kou, honger en ontberingen, weet ze het kind te behoeden. De vijandelijke legers hebben het op het kind gemunt; het is de wettelijke erfgenaam van de grootvorst. Hier is een duidelijke parallel te zien met Christus, nagejaagd door Herodotes.

Aan het slot eist de gouverneursvrouw het kind terug. De rechter Azdak bedenkt een list: hij laat een kring van krijt over de grond trekken, plaatst het kind in het midden, de beide vrouwen mogen de kring tegelijkertijd betreden. Wie het kind naar zich toe weet te trekken heeft gewonnen. Dat lukt de gouverneursvrouw; ze rukt het kind zowat aan flarden. Dat het leeft, is te danken aan Groesje, die het kind loslaat. Uiteindelijk wijst de rechter haar het kind toe. Niet de biologische moeder heeft recht op het kind, maar de vrouw die het kind verzorgd en opgevoed heeft; niet de banden van het bloed zijn wezenlijk, maar die van aandacht en koestering.

Met Groesje heeft Brecht een eenvoudig, nobel personage geschapen. Zij, de vrouw afkomstig uit het proletariaat, overwint de hogere klasse. Hoe gevaarlijk de zwart-wit tekening tussen de gouveneursvrouw en de dienstmaagd ook mag zijn - de eerste draagt zwierige hoeden; de tweede gaat gekleed in een sobere, bruin-oranje jurk -, in deze voorstelling geeft de kwaliteit van het spel de juiste dramatische nuanceringen aan. Mijs Heesen als Groesje speelt nooit op 'zielig' of 'verongelijkt.' Zij is als de dienstmaagd een krachtige persoonlijkheid die, welbewust, haar keuzes maakt.

Dat rechter Azdak haar het kind toewijst, heeft alles te maken met Brechts compassie voor de verschoppeling, de mensen uit de lagere maatschappelijke standen. Azdak, gespeeld door Porgy Franssen, is een man tussen twee werelden: enerzijds huldigt hij socialistische principes, anderzijds is hij afhankelijk van zijn meerderen. Hij spreekt recht op een bizarre, fascinerende manier door een tergende 'Umwertung aller Werte' door te voeren. Hoewel Franssen virtuoos speelt, en een enorme energie aan de laatste twee bedrijven geeft, verliest het dilemma aan kracht juist door die uitbundigheid.

Brecht is, meer dan Tsjechov, een cerebraal schrijver. Toch weet de groep acteurs van Frances Sanders een grote emotionaliteit aan De Kaukasische Krijtkring te geven. Geen melancholie ditmaal, maar intrigerende twistgesprekken over recht en onrecht, over zorg en verwaarlozing en, uiteindelijk, over mensen die, als de gouverneursvrouw, in onverdiende voorspoed leven, en zij die voor hun leven moeten vechten. Brecht heeft in het Amsterdamse Bos een terechte en moedige herwaardering gekregen.

    • Kester Freriks