Boerenslimheid in sprint à deux; Voskamp derde Nederlandse etappewinnaar

HENDAYE, 19 JULI. Goede wielrenners zien meer dan de gemiddelde televisiekijker. Ze letten op de kleinste details. Ze weten wie de meeste kans maakt op de ritzege. Bart Voskamp zag gisteren dat de Duitse kampioen Christian Henn vlak voor de finish met een zware versnelling het laatste heuveltje bedwong. “Dan voelt hij zich ook niet goed genoeg om in de sprint te versnellen”, luidde de logica van de derde Nederlandse ritwinnaar in deze Tour de France.

Voor de 28-jarige Voskamp is de zege in Hendaye een beloning voor zijn voorbeeldige knechtenrol in de Pyreneeën. De renner van TVM had afgelopen dagen de taak om Jeroen Blijlevens - de sprintspecialist in het team - zoveel mogelijk van dienst te zijn in het hooggebergte. In de redelijk vlakke achttiende etappe naar de Franse zuidwesthoek mocht hij eindelijk weer eens voor zijn eigen kansen rijden. “Dat is het mooie aan deze ploeg. Elke dag hebben we een andere tactiek. Dat houdt iedereen fris.”

Koersintelligentie is een van de belangrijkste eigenschappen in de wielersport. Je hebt hardrijders en doodlopers, de sterksten hoeven lang niet altijd te winnen. Voskamp oogt buiten de koers als een intelligente jongen, met zijn kleine studentenbril. In het peloton gaat hij soms gebukt onder zijn zachtaardige karakter. Hij zal nooit met de vuist op tafel slaan. Hij is het voorbeeld van een renner die geduldig wacht op de mogelijkheden die zich altijd wel een keer voordoen. Met de kans dat een overwinning jaren op zich laat wachten.

Voskamp werd als twaalfjarige lid van een wielerclub nadat hij Joop Zoetemelk in 1980 de Tour had zien winnen. Als amateur bleek hij een veelzijdig talent. Hij is geen sprinter, geen klimmer en geen sterke tijdrijder. Hij kan van alles een beetje. In 1993 werd hij professional bij TVM. Een jaar later verraste hij door een zware etappe in de Ronde van Spanje winnend af te sluiten. Daarna werd het weer een tijdje stil rond de Gelderlander. Blessures speelden hem regelmatig parten. Het zelfvertrouwen werd er daardoor niet groter op. “Ik zat in een neerwaartse spiraal.”

Afgelopen winter brak hij een middenhandsbeentje in de Rute del Sol, waardoor hij gehandicapt aan de voorjaarsklassiekers begon. Uitrijden was het parool, winnen was van later zorg. Tijdens het Nederlands kampioenschap, een week voor de Tour, toonde zijn vorm een stijgende lijn. Hij werd tweede in Meerssen en verdiende en passant een startbewijs voor de Franse ronde. De late invitatie leidde tot irritatie, niet tot openlijke boosheid bij Voskamp.

Gedurende achttien etappes hield hij zich schuil in het peloton. Alsof hij wist dat het ideale moment nog moest komen. Voor het oog van duizenden Franse badgasten bewees hij gisteren dat een goede allrounder geen eeuwige verliezer hoeft te zijn. “Dit is de mooiste dag uit mijn carrière. Wie had nou nog gedacht dat ik een etappe zou winnen? Niemand toch zeker.”

De subtiele wijze waarop hij in de sprint à deux met de vermoeide Henn afrekende, getuigde van geduld en boerenslimheid. “Hij was heel nerveus en liet dat veel te veel merken. Als je te graag wilt winnen, gaat het vanzelf fout. Ik wilde ook graag winnen, maar heb dat beter verborgen gehouden. Ik wist dat ik zo lang mogelijk aan zijn wiel moest blijven zitten. Hij kon toch niet meer versnellen.”

Na de sprintzege van Blijlevens in Besançon vierde de TVM-formatie gisteren haar tweede dagprijs. In de Nederlandse wandelgangen van de Tour wordt al gewed welke nationale sponsor de meeste ritzeges gaat behalen. Met nog drie etappes voor de boeg is de tussenstand bij het duel TVM-Rabobank 2-2. Ongeacht het eindresultaat kunnen beide partijen straks tevreden terugblikken. De Nederlandse wielrenners tellen weer een beetje mee in de wielersport.

“Een aantal jonge jongens zoals Blijlevens en Boogerd is aan het doorbreken. Daardoor raken ouderen zoals ik extra gemotiveerd. We steken elkaar aan.” Net als de meeste van zijn collega's toonde Voskamp zich een beetje rancuneus over de negatieve berichtgeving van de laatste jaren. “We hebben laten zien dat we een ijzersterk karakter hebben. We hebben al die Nederlandse zeurkousen de mond gesnoerd met hun opmerkingen over 'een patatgeneratie'.”